Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
172. Archiefinventaris 
 

Titel:   

Archiefinventaris 

Ondertitel:   

Auteur:   

Henk van Doremalen

Jaargang:   

XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

67


Paul van Dun tekende voor de inventarisatie van de archieven van de St. Vincentius- en St.Elisabethverenigingen in Tilburg. Beide instellingen bewogen zich in de 19e en 20e eeuw op het terrein van de particuliere armenzorg oftewel de liefdadigheid. De inventaris is onlangs uitgegeven in de reeks van het Gemeentearchief.
Ongetwijfeld zal de inventarisatie, niet in het minst door de deskundige begeleiding die de stagiaire krijgt, goed zijn uitgevoerd. Ik wil me hier dan ook beperken tot de historische inleiding die aan de opsomming van de stukken voorafgaat.

Op zijn minst merkwaardig is het gegeven dat enkele studies die over armoede en armenzorg in Tilburg verschenen zijn blijkbaar niet door de samensteller van de inventaris zijn gebruikt. Nu hoeft een archivaris ook niet perse een doorwrochte historisch beschouwing af te leveren. Maar als historicus moet Van Dun toch bekend zijn met het feit dat onder meer Van de Put uitgebreid met het onderwerp armenzorg is bezig geweest. De doctoraalscriptie en de dissertatie van Van de Put staan weliswaar niet als briljant bekend, het onderwerp is wel uitvoerig vanuit 'het Tilburgse' beschreven. Van Dun zou dan ook ontdekt hebben dat de armenwet die in 1854 van kracht werd voor Tilburg een geheel andere betekenis had dan pure preventieve politiezorg. Dat beeld is al te zeer op de situatie in de Hollandse steden gericht. De Grote of H. Geest Armen heeft in Tilburg een zeer belangrijke rol gespeeld, ook al was wettelijk de belangrijkste taak aan de particuliere armenzorg voorbehouden.

Vreemd vind ik de bewering dat de Vincentiusvereniging gezien moet worden tegen de achtergrond van het ontstaan van socialisme en liberalisme. Dat Kardinaal De Jong het zo in het midden van de twintigste eeuw zag (zie p. 12) lijkt me wel logisch, maar hoe dit te rijmen valt met de situatie in de eerste helft van de 19e eeuw is niet duidelijk. Was de oprichting van de lekenorganisatie die zich met charitatief werk bezighield niet veel meer een reactie op de Franse revolutie, die andere waarden en normen centraal stelde, dan de roomskatholieke kerk voor ogen stond?

In Tilburg was de oprichting in ieder geval het rechtstreekse gevolg van de bemoeienis van pastoor Zwijsen, zoals in het verslag ter gelegenheid van de feestviering bij het 25-jarig bestaan in 1873 werd opgemerkt. Zwijsen zag overal de gevaren van wat we als 'zedelijk verval' kunnen omschrijven. Zeker in Tilburg had de Vincentiusvereniging alles met het emancipatieproces van de katholieke burgerij en bestrijding van armoede te maken. Lang ging dat gepaard met een bevoogdende houding. Pas in de loop van de 20e eeuw is er sprake van een spanningsveld tussen de emanciperende arbeidersklasse en de vanuit een hiėrarchisch denkpatroon werkende Vincentiusconferenties.

Deze inventaris van de archieven van St. Vincentius en de St. Elisabethvereniging te Tilburg is de zevende en laatste die het Gemeentearchief in deze vorm zal uitgeven. Blijkbaar werd de fraai uitgegeven reeks inventarissen toch te kostbaar, afgezet tegen de relatief kleine groep die er gebruik van maakt. 


P.E.H.M. van Dun, Inventaris van de archieven van de St. Vincentiusvereniging en de St. Elisabethvereniging te Tilburg 1848-1981/1992, Tilburg, Gemeentearchief Tilburg, 1995, 85 blz., f 12,50.