| 175. '...onder welke helaas een afvallig priester' | |||
|
Titel: |
'...onder welke helaas een afvallig priester' |
|
Ondertitel: |
De in 1909 te Tilburg gehouden nationale betoging en meeting voor de moderne vakbeweging |
|
Auteur: |
Paul van Dun* |
|
Jaargang: |
X (1992) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
28-36 |
De afloop van de staking bij de weduwe J.B. de Beer in 1908 betekende dat de moderne - socialistisch georiënteerde - vakbeweging in Tilburg nog meer dan voorheen in een isolement kwam. Vanaf dan betekende lidmaatschap van deze vakbweging namelijk dat je in de textielindustrie niet meer aan de slag
kwam.(1) Om in Tilburg toch enigszins vaste voet te krijgen was propaganda hard nodig. Besloten werd daarom op 6 juni 1909 in Tilburg een grote nationale betoging en manifestatie voor de moderne vakbeweging te organiseren. Deze gebeurtenis veroorzaakte een behoorlijke commotie in de stad.
In dit artikel, gebaseerd op nieuw bronnenmateriaal, zal ik deze gebeurtenis, de organisatie ervan en de reacties erop
behandelen.(2)
De Tilburgsche Bestuurdersbond
In navolging van andere plaatsen werd in 1907 binnen de SDAP-afdeling besloten de Tilburgse 'rode familie' organisatorisch te bundelen in een plaatselijke bestuurdersbond, de Tilburgsche Bestuurdersbond (TBB). Sinds de oprichting van het NVV in 1906 bestond overigens de tendens enkel vakorganisaties van de bestuurdersbonden deel te laten uitmaken. Vreemd is het dan ook dat in Tilburg het initiatief van de partij uitging, en dat deze ook deel van de TBB ging uitmaken. Voor de katholieken was het in ieder geval een extra argument dat de moderne vakbeweging bij de goddeloze socialisten thuishoorde.
In 1908 waren er bij de TBB vijf vakorganisaties en de SDAP met in totaal zo'n 400 leden
aangesloten.(3) De bond beschikte over een zogenaamd bureau voor arbeidsrecht, waar de Tilburgse arbeiders hulp konden krijgen.
Aanzetten
In zijn memoires schreef de Tilburgse SDAP'er Bart van Pelt dat na de verloren staking bij De Beer niemand nog lid van de moderne vakbeweging durfde te
worden.(4) Ongetwijfeld heeft deze situatie sterk meegespeeld bij de beslissing om in het voorjaar van 1909 in Tilburg een grote nationale betoging voor de moderne vakbeweging te organiseren. Tilburg herbergde met zijn vele industrie-arbeiders immers veel potentiële leden van deze vakbeweging.
De beslissing om in Tilburg een nationale demonstratie te houden werd door de TBB zelf genomen. Meteen daarop diende de bond bij het verbondsbestuur van het NVV een verzoek om morele steun voor de te houden meeting in. De op 16 oktober 1908 gehouden vergadering van het dagelijks bestuur van dit verbond sprak haar steun
uit.(5) Van het NVV kwam overigens geen officiële vertegenwoordiging naar de
demonstratie.(6) De betoging was feitelijk dan ook een Tilburgse betoging met - als gevolg van de toegezegde landelijke steun - een nationaal karakter. De contacten met de landelijke organisatie bleven verder beperkt tot organisatorische zaken.
Met de praktische organisatie werd snel begonnen. Zo werden er adviezen ingewonnen bij C. Bijkerk, organisator van diverse landelijke demonstraties voor het algemeen kiesrecht
(7), en er was overleg met Jan van den Tempel van het verbondsbestuur van het NVV. Met de laatste werd afgesproken dat de TBB vooral steun zou vragen aan de bestuurdersbonden van de omliggende
plaatsen.(8)
De gemeente
Eind november 1908 richtte de TBB een verzoek aan burgemeester Raupp om op de eerste zondag na Pinksteren in 1909 (6 juni) de demonstratie te mogen houden:
'Dat wij hiermede met gepaste hoogachting U.H.E.G. verzoeken toestemming te verleenen tot het houden der meeting, althans tot het houden van een optocht met muziek en ontplooide
banieren.' (9)
Over het exacte aantal deelnemende verenigingen wisten de ondertekenaars, Elfers en Muller, nog geen mededelingen te doen.
Raupp antwoordde een kleine week later met de mededeling dat hij geen principiële bezwaren had, maar dat hij wel alvast wilde weten waar de manifestatie precies gepland was en wie er allemaal in het bestuur van de TBB zaten. Ook wilde hij graag een exemplaar van de statuten van de TBB ontvangen.
Omdat er pas half januari een geschikt terrein in de Reitse Hoeven gevonden werd en omdat er nog een bestuurswisseling moest plaatsvinden, bleef het antwoord van de TBB uit tot 22 januari
1909.(10)

Brief van de Tilburgsche Bestuurdersbond aan de burgemeester van
Tilburg, d.d. 22 januari 1909. Uit: RHC Tilburg, Secretarie-archief, 1909,
doss. P 1/154, inv. nr. 3.
Alvorens definitief toestemming te geven wendde de burgemeester zich eerst om advies tot politiecommissaris Caarls. Deze Caarls, een ruim 74-jarige houwdegen, die als beroepsmilitair zijn loopbaan begonnen was en aan wiens kwaliteiten als commissaris van politie in een snel groeiende industriestad sterk getwijfeld werd
(11), bracht op 1 februari zijn advies uit. Daarin stelde hij Raupp voor de toestemming aan een aantal voorwaarden te verbinden. Zo wilde hij onder andere de TBB verplichten een maand voor de betoging een exacte opgave van het deelnemersaantal te geven, de deelnemers verbieden om tijdens de demonstratie te zingen of te roepen en - met uitzondering van de nationale driekleur met eventuele oranje wimpel - spandoeken en vlaggen
verbieden.(12) Deze laatste belachelijke eis was enkel bedoeld om de TBB te treiteren en bevestigde Caarls' functionele incompetentie.
Op 11 februari kwam de burgemeester vervolgens met een besluit. De manifestatie mocht doorgaan, maar er golden wel een aantal beperkingen. Caarls' voorstel met betrekking tot de vlaggen en spandoeken was afgezwakt tot een verbod van door de politie als 'aanstotelijk' beoordeelde exemplaren. Wel was het verbod op zingen en roepen door Raupp overgenomen. Verder regelde het besluit onder andere dat de demonstratie moest plaatsvinden tussen 11.30 en 15.00
uur.(13)
Op 22 februari tekende de TBB bezwaar aan tegen het voorgestelde tijdstip - dat voor deelnemers van buiten de stad grote problemen zou opleveren - en tegen het verbod op roepen en zingen. Het zingen moest in ieder geval worden toegestaan. De bond wilde zich wel de beperking opleggen enkel liederen te zingen uit de
'Socialistische liederenbundel Cantecleer'. Een exemplaar van deze bundel werd ter goedkeuring
bijgesloten.(14)

Uit: RHC Tilburg, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 12.
Na hernieuwd advies van Caarls, herzag Raupp op 3 maart zijn besluit aangaande het tijdstip waarop de demonstratie moest plaatsvinden. Uit vrees voor ordeverstoringen bleef er een verbod op zang, maar overige muziek mocht nu wel. Caarls' voorstel om in ieder geval in de naaste omgeving van kerken muziek te verbieden haalde het
niet.(15) De manifestatie kon gehouden worden.
Verdere contacten met de gemeente over praktische zaken als het gebruik van een sproeiwagen en een kiosk, verliepen overigens ook niet bepaald
soepel.(16)
Propaganda
Al ruim voor de officiële toestemming er was de manifestatie te houden, berichtte
De Eendracht dat de TBB rond Pinksteren 1909 een landelijke betoging zou gaan
organiseren.(17) Naarmate de datum naderde, verschenen er in onder andere
De Eendracht en Het Volk steeds vaker berichtjes over wie er zoal hadden toegezegd te komen en over andere vorderingen van de organisatie.
In de propaganda voor de meeting werd de nadruk gelegd op de noodzaak van een sterke moderne vakbeweging in het donkere Zuiden, waar kerk en kapitaal hand in hand gingen.
'Nog slechts enkelen zijn het hier in Brabant die met de moed hunner overtuiging strijden (...),
die niet zelden het slachtoffer worden van de wraakzucht der patroons en hun geestelijke handlangers.
(...) Thans doen zij een beroep op uwe hulp (...) om hen te helpen organisatie te brengen onder die talrijke arbeiders die thans nog onverschillig, zooal niet vijandig staan tegenover onze beweging om van die, door jarenlange uitbuiting versufte massa arbeiders te maken fiere, zelfbewuste, flinke
strijders.'(18)
In De Textielarbeider, het blad van de moderne textielarbeidersbond De Eendracht, werden de elders modern georganiseerde textielarbeiders speciaal opgeroepen naar de meeting te komen. Brabant kende immers veel vakgenoten wier strijd door de kerkelijke vakverenigingen werd
gefrustreerd.(19)
Een aantal dagen voor de demonstratie verspreidde de TBB nog een strooibiljet. Het beschreef de vorderingen van de organisatie en sprak de verwachting uit dat de Tilburgse arbeiders een beter beeld van de moderne vakbeweging zouden
krijgen.(20)
Katholieke reactie
Vanzelfsprekend bleef een katholieke reactie niet uit. De eerste reactie was een in 6000 exemplaren door de propagandaclub Leo XIII verspreide brochure van de hand van Antoon van Rijen. Ze verscheen in maart 1909 en was een aan de ongeorganiseerde arbeiders gericht pleidooi tot deelname aan de katholieke vakbeweging. Het pleidooi was grotendeels een fulminatie tegen de interconfessionele en met name de neutrale vakbeweging. De laatste was slechts een bijwagen van het socialisme.
'Daarenboven kan een katholiek, wiens katholiciteit meer is dan een naam, volgens zijne beginselen van die zich achter de neutraliteit verschuilende vakbeweging geen deel uitmaken, omdat zij gegrond is op den klassenstrijd en deze,
(...), reeds daarom in strijd is met onze katholieke beginselen omdat deze
(...) is: een onverzoenlijke strijd.
Neen de vakbeweging, die vanuit de Besterd gepropageerd wordt, is niet neutraal, maar is zuiver socialistisch! De katholieke arbeider hoort daar in geen geval
thuis.'(21)

Brochure door A. van Rijen. RHC Tilburg, bibl. nr. 2943.
Vanzelfsprekend kwam er een reactie van de TBB. SDAP-propagandist Muller schreef
Waar is uw plaats?(22) als antwoord op Van Rijens brochure. De brochure weerlegde Van Rijens argumenten tegen de moderne vakbeweging en stelde daarnaast de dubieuze daden van RK vakbeweging en geestelijkheid aan de kaak. Daarnaast werd Van Rijen uitgenodigd om in debat te gaan, maar hij wilde daar niets van weten, omdat dan altijd de godsdienstkwestie aan de orde zou komen. Niet Jan en Alleman, maar de priesters en bisschoppen moesten die beoordelen. Aan een 'herrievergadering' stelde hij geen behoefte te
hebben.(23) Van Rijen had wel het lef een tegenbrochure op Muller te schrijven. Deze was in wezen een herhaling van zijn eerder gebruikte argumenten en
standpunten.(24)
Nadat bekend was geworden dat een van de sprekers op de meeting de gewezen kapucijn H.J. van Vorst zou zijn, wendde deken Bots zich op 7 mei mede namens andere geestelijken tot de burgemeester met het verzoek Van Vorst van de betoging te
weren.(25) Deze in 1907 tot de SDAP toegetreden Van Vorst genoot rond 1905 als pater Coelestinus onder de Tilburgse arbeiders een grote
populariteit.(26) Ongetwijfeld was Bots' verzoek dan ook ingegeven uit vrees dat Van Vorst de Tilburgse arbeiders sterk zou kunnen benvloeden. Raupp overlegde hierop met de TBB die erin toestemde Van Vorst als spreker te
annuleren.(27)

Brochure
door A.F. Muller. RHC Tilburg, bibl. nr. 2944.
Op 13 mei kwam tijdens een vergadering van de katholieke textielarbeidersbond de vraag aan de orde welke houding de leden ten aanzien van de de meeting moesten aannemen. Het antwoord was dat afgewacht moest worden wat het plaatselijk comité voor Katholieke Sociale Aktie (KSA) zou gaan
doen.(28) In de laatste weken voorafgaand aan de meeting wist dit comité de anti-propaganda op een dusdanig peil te brengen dat zèlfs het NVV-orgaan
De Vakbeweging er zijn bewondering over uitsprak.(29) Zo werden er 5000 exemplaren van een door Berkvens geschreven brochure
Waarom blijven goede katholieken weg bij de socialisten (30) en een onbekend aantal pamfletten tegen de meeting verspreid. Het pamflet was gericht aan de burgers van Tilburg en speelde sterk in op gevoelens van verbondenheid met godsdienst, vaderland en oranje. De socialisten werden daarbij als buitenstaanders met voor Brabant ongewenste gedachten weggezet:
'De Sociaal-Democraten wagen een aanval op onze stad, zij willen hun licht brengen aan het donkere Zuiden.
Toont mannen van orde , die gehecht zijt aan Godsdienst, Vaderland, Oranje en Vrede, dat gij met dat licht niet gediend
zijt. (...) Burgers van Tilburg, toont als één man, dat gij dat niet wilt, gedraagt U ordelijk en doet wat wij U dringend verzoeken opdat uw protest krachtig en waardig zij en gij zoo bewijst dat gij hun licht niet
verlangt.'(31)
Door weg te blijven bij betoging en meeting, en tijdens de demonstratie de vensters te sluiten moesten de Tilburgers gevolg geven aan het pamflet.

Pamflet
uit: RHC Tilburg, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 24.
Aan de vooravond van de demonstratie organiseerde het plaatselijk comité voor Katholieke Sociale Aktie (KSA) een tweetal protestbijeenkomsten. Een in het gildenbondsgebouw in de Tuinstraat en een in sociëteit Orpheus aan het Wilhelminapark. De
Nieuwe Tilburgsche Courant (NTC) gaf voor de bijeenkomst in Orpheus geen bezoekersaantal op. In het gildenbondsgebouw zouden er zo'n 400 zijn geweest. In beide zalen hadden de sprekers het over de onverenigbaarheid van socialisme en katholicisme. Eenmaal tot de sociaal-democratie toegetreden zou men zijn geloof verliezen. De spreker in Orpheus gaf als voorbeeld ex-pater Coelestinus. Hij waarschuwde zijn gehoor zich niet te laten verleiden door de neutrale vlag van het NVV. Die diende enkel om de arbeiders naar de sociaal-democratie te lokken. De katholieke arbeider hoorde niet bij de 'rooden', maar in de katholieke vakbeweging thuis. Wel vroeg hij zijn gehoor de volgende dag in de kerk voor de 'rooden' een weesgegroet te
bidden.(32)
Op zondag 6 juni zelf werd door de pastoors van de preekstoel gewaarschuwd tegen deelname. Ze zeiden weliswaar niet bevreesd te zijn dat de Tilburgers geloof zouden hechten aan de woorden van de socialisten -
'onder welke helaas een afvallig priester' - maar vreesden wel dat sommigen uit nieuwsgierigheid toch zouden gaan kijken. Door afwezigheid bij en het negeren van de betoging kon aan heel Nederland getoond worden dat de 'socialistische dwaling' in het katholieke Tilburg geen voet aan de grond kon
krijgen.(33) Eerder zou er in een aantal parochiekerken zijn gedreigd de namen van deelnemers publiekelijk af te roepen. Verschillende patroons hadden hun personeel verboden naar de meeting te
gaan.(34)
De meeting
De anti-propaganda en het dreigement door een geestelijke het meetingterrein met de inhoud van privaattonnen te bewerken, had de TBB allert gemaakt
(35) en doen besluiten de nacht voorafgaand aan de meeting het terrein te bewaken. Niet voor niets, want de eigenaar wilde er die nacht alsnog zijn koeien laten grazen. Door de bewaking kon dit verhinderd
worden.(36)

Pamflet uit: RHC Tilburg, Secretarie-archief, 1909,
doss. P 1/154, inv. nr. 24.
Om geen moeilijkheden met het gezag te krijgen en om bij de Tilburgse bevolking een goede indruk achter te laten was alles tot in de puntjes geregeld.
In Het Volk van 4 juni stond een aantal huishoudelijke mededelingen voor de deelnemers. Zo zouden er bij het station ordecommissarissen zijn die de weg naar het meetingterrein zouden uitleggen. Het was verboden van de trein naar het terrein vaandels te ontplooien. De vaandeldragers moesten zich na aankomst op het terrein melden bij het bestuur van wie ze een vaandelnummer zouden krijgen. Aan de hand van deze nummers zou de stoet worden
opgesteld.(37) Een pamflet met onder andere deze mededelingen en de volgorde van samenstelling van de stoet werd de deelnemers
uitgereikt.(38) Volgens Het Volk hadden de demonstranten die van het station af kwamen veel bekijks, en bij de ingang van het terrein zouden zich vele nieuwsgierigen heben opgehouden. Er was slechts een enkele wanklank van een zatlap die 'oranje boven' of 'leve Willemien' riep en een paar opgeschoten jongeren zouden een enkele meetingganger hebben
lastiggevallen.(39)
Nadat politiecommissaris Caarls samen met Elfers de vaandels bekeken had - 'ofschoon het geheel eene socialistische aanschouwing gaf, geen enkel ongeoorloofd of aanstootelijk opschrift of zinspreuk of
vertooning'(40) - begon de meeting en demonstratie.
Voorzitter Michielsen van de TBB trad op de meeting als eerste spreker op. Hij vertelde dat er in eerste instantie met de burgemeester was overeengekomen dat Van Vorst niet zou spreken, maar dat de organisatie door het gemene optreden van de 'roomsche duisterlingen' van dat besluit was teruggekomen. Van Vorst zou alsnog het woord voeren. Deze mededeling
ontlokte bij het aanwezige publiek applaus.(41) Eerst kwamen echter sociaal-democratische voormannen als Spiekman, Van Hinte en Sneevliet aan het woord. Zij hielden algemene propagandapraatjes waarbij ze de verhoudingen in de maatschappij bespraken. In zijn verslag aan de burgemeester merkte Caarls over deze sprekers op dat ze matig waren en geen opruiende of beledigende woorden
bezigden.(42) Nadat de aanwezigen hadden laten blijken Van Vorst te willen horen, zagen twee andere vooraanstaande sprekers - Oudegeest en Poppe - van hun spreektijd af. Van Vorst begon te vertellen dat hij als oud-priester de 'Roomsche manieren' kende.

Pater Coelestinus (H.J. van Vorst), geboren 1867, in
1890 ingetreden bij de paters kapucijnen, en op 14
december 1907 daar uitgetreden.
(coll. RHC Tilburg).
Hij stelde het bijzonder laf te vinden van de Tilburgse geestelijkheid dat ze de bevolking had opgeroepen vensters te sluiten en geen aandacht aan de betoging te schenken. De clerus had het debat niet uit de weg moeten gaan. Hij stelde daarbij in het vooruitzicht dat de arbeiders de weg naar het socialisme toch wel zouden vinden. Ogen en oren konden ze dan misschien afsluiten, maar de maag zou spreken. Vervolgens besprak Van Vorst de verhoudingen tussen kapitaal en arbeid. Door de ondernemers werden de arbeiders uitgebuit en in de kerkelijke vakbeweging aan banden gelegd door de grote rol van de geestelijk adviseur. De geestelijkheid hielp het kapitaal en hield het volk dom. Hij stelde vast er uit eigen ervaring over mee te kunnen spreken. Daarna weidde hij met onder andere Galilei als voorbeeld uit over het irrationele karakter van de godsdienst. Hij wekte de aanwezigen verder op zich aan te sluiten bij de socialisten, want die hadden het goed voor met de arbeidersklasse. De clerus verbood de mensen wat goed voor hen was, daarom moesten de mensen vooral doen wat zij hun
verboden.(43) Van Vorst sprak een half uur. Caarls vond de redevoering van haat tegen de geestelijkheid
getuigen.(44)
Na de toespraak van Van Vorst begon de demonstratieve optocht vanaf de Reitse Hoeven langs het spoor, door de Alleenhouderstraat en vervolgens door de Gasthuisstraat, Wilhelminapark, Veldhovensestraat, Molenstraat, Koestraat, Spoorlaan, Stationsstraat, Nieuwlandstraat en Heuvelstraat naar de Heuvel. Er werden 136 vaandels meegedragen door een kleine 1000 mensen die samen zo'n 140 verenigingen vertegenwoordigden. De stoet werd door vier muziekkorpsen en veel politie begeleid. Volgens de Tilburgsche Courant (TC) hadden de Tilburgse leden om niet te veel op te vallen afgehaakt. De tocht verliep zonder incidenten. Een aantal deelnemers zou zijn gaan zingen, maar dat werd door de politie meteen verboden. Ondanks het verbod zouden veel mensen vanachter de gordijnen stiekem hebben
gekeken.(45)

Advertentie uit: RHC Tilburg, Nieuwe Tilburgsche Courant van 4 juni 1909.
Op de Heuvel werd de demonstratie, nadat er iemand vanuit een lantaarnpaal een slotwoord had gesproken, ontbonden. Een aantal demonstranten onder wie Van Vorst vertrok daarop richting het volksgebouw op de Besterd. Ze werden spoedig omsingeld en uitgejouwd met onder andere orangistische kreten. Bij de spoorlijn werd Van Vorst door de politie ontzet. Het bleef daarna bij het volksgebouw nog geruime tijd onrustig doordat contrademonstranten er vaderlandse liederen bleven zingen. Ook later op de avond moest de politie langs de route tussen het volksgebouw en het station nog een paar keer optreden om vechtpartijtjes tussen demonstranten en contrademonstranten te
voorkomen.(46)
Reacties op de dag
De socialistische bladen noemden de meeting en demonstratie een groot succes. De
TC berichtte kort en zakelijk over het verloop. De krant stelde dat de demonstratie door de tegenactie van de KSA was
mislukt.(47) De NTC gaf helemaal geen verslag van de gebeurtenis. Wel plaatsten deze krant en de
TC diverse ingezonden brieven over de gebeurtenis. De strekking van al deze brieven is nagenoeg gelijk. Alle briefschrijvers vonden het schandalig dat in katholiek Tilburg een dergelijke demonstratie gehouden mocht worden. De politiebegeleiding werd door een aantal schrijvers als een eer voor de socialisten beschouwd:
'Een propagandatocht werd gehouden door de SDAP en wel met volle muziek en ontplooide oproervaandels en wel (schande! het te moeten zeggen) als onschuldige lammeren werden ze bewaakt. Een vorst
(...) kon niet beter bewaakt, beschermd, (...) meer eer worden
bewezen.(...)'(48)
De nadruk legden de schrijvers evenwel op het anti-godsdienstige karakter van de socialisten. Met name Van Vorst was daarbij de gebeten hond:
'In de Reit werd echter de godsdienst, de kerk en de priester niet gespaard. Grove godslasteringen werden daar uitgebraakt door
een sujet, dat ik niet bij naam wil noemen, door een huichelaar van den beginne; meer van hem zeggen walgt
me.'(49)
Het te liberaal beschouwde gemeentebestuur werd als schuldige aangewezen. Het was beïnvloed door verkeerde kranten zoals
De Nieuwe Rotterdammer en Het Handelsblad.(50)
'We hebben de roode vaandels ontplooid gezien, we hebben de oproermuziek gehoord en toen dachten we: Tilburgs bestuur was
vroeger misschien minder verlicht, maar wat nu geschiedt, zou toen onmogelijk geweest
zijn.'(51)
Deze schrijver vond dat hij als katholiek en als Nederlander een klap in zijn gezicht had gekregen. Een partij die zichzelf buiten de wet stelde, had geen recht op verdraagzaamheid. Door toestemming voor de demonstratie te geven was met de wet gespot. Hij eindigde met de verzuchting:
'In Tilburg is gevaarlijk spel gespeeld. De 6den juni 1909 zal men daar niet licht
vergeten.'(52)

Pamflet
uit: RHC Tilburg, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154,
inv. nr. 24.
In de dagen direct na de TBB-meeting werden er door diverse katholieke sociale organisaties demonstratieve optochten gehouden. De benodigde vergunningen hiervoor werden zeer snel en probleemloos
gegeven.(53) De grootste werd op zondag de 13e gehouden. Aan de demonstratie die dag namen volgens de
TC zo'n 2000 mensen deel.(54)
Vanzelfsprekend was het sociaal-democratisch kamp niet bijster te spreken over de katholieke tegenacties. Sprak het landelijk NVV-blad uit dat de tegenacties toonden dat de tegenstanders de moderne beweging voor vol aanzagen
(55), het SDAP-orgaan in Noord-Brabant ging er met de botte bijl tegenaan. Het nummer van dit blad van 12 juni begon met alleszins begrijpelijke kritiek. Tot grootste vijand van de modern-georganiseerde arbeider werd de ondernemer bestempeld die arbeiders op grond van hun overtuiging ontsloeg. Het KSA-pamflet was volgens het blad het toonbeeld van een 'hopeloze zwakheid', een 'treurige armzaligheid aan argumenten' en een 'totaal gemis aan enige christelijke deugd':
'Zijn hier die leuzen: Godsdienst-Vaderland, Oranje, vrede, geen godtergende demagogie, geen ontzettende volksmisleidende kreten, die de naaktheid aan argumenten, en de booze schuld van het kapitalistisch-christendom moeten dekken. Dat spreekt van vrede, terwijl die "biddende heeren" de gloeiende toortsen van twist en tweedracht zwaaien boven het werkend volk
(...)'(56)
Hierna beging het blad een grote tactische fout. Het KSA-pamflet had opgeroepen zich ordelijk te gedragen en een waardig protest te laten horen. Hierop reageerde het blad met te stellen dat het Tilburgse 'plebs' niet waardig kon protesteren:
'Wie kent Tilburg niet met zijn verwaten fabrikantendom, dat zijn volk afbeult en de kerk plat loopt, (...), met zijn vele kerken en kloosters, met zijn kroegen en liederlijke drinkers, zijn vechters en gemeenerikken? Wie is het niet met ons eens dat Tilburg ondanks zijn katholicisme,
(...), naast Helmond het laagst staande volk herbergt?'(57)
Vanzelfsprekend gebruikte de NTC deze uitglijder om de sociaal-democraten in diskrediet te brengen. De beschuldiging dat De Eendracht het Tilburgse volk beledigd had, was het
resultaat.(58)

Het Volksgebouw in de wijk Besterd, 1915.
(coll. Ton Wagemakers in RHC Tilburg)
Betekenis
Na afloop overheerste bij de sociaal-democraten het gevoel dat de demonstratie een groot succes was geweest. Zo schreef bijvoorbeeld het blad van de moderne textielarbeidersbond dat de acties van het KSA en de clerus daar niets aan af konden doen. Zonder de angst voor broodroof zou de beweging in het Zuiden veel meer aanhang hebben
gehad.(59) Ook Bart van Pelt is in zijn memoires uiterst tevreden over het verloop van de demonstratie. Hij noemde het een mooie stoet waar de mensen stiekem naar keken en de volgende dag voorzichtig over
spraken.(60)
Reeds de volgende dag wierp de demonstratie haar vruchten af. Onder invloed van de gebeurtenissen werd een vergadering met Van Vorst die dag bijzonder goed bezocht.
'(...) Een betere vergadering hebben we sedert lang niet gehad in Tilburg. We kunnen de heeren geestelijken wel danken voor hunnen propaganda voor onze
zaak.'(61)
De demonstratie was dan ook een behoorlijke oppepper voor de Tilburgse beweging, waarmee ze in ieder geval voor zich zelf bewezen hebben wat te kunnen.
Toch was ondanks alle opschudding het effect van de gebeurtenis als gevolg van het ontbreken van enige sociaal-democratische invloed op de plaatselijke pers gering. Deze was vernietigend over de demonstratie en de sociaal-democratische organen werden haast niet
gelezen.(62)

Brochure door A. van Rijen. RHC Tilburg,
bibl. nr. 2945.
Noten
(1) Paul van Dun, 'De staking bij de wed. J.B. de Beer in 1908', in: Tilburg, jrg. 7, nummer 4, december 1989, 100-105. De fabrikantenorganisatie V.T.F.W.S. legde een 'zwarte lijst' aan met Eendrachtleden.
(2) De grote lijn van dit artikel kwam eerder ter sprake in mijn doctoraalscriptie en de dissertatie van Ton Wagemakers. Zie: Paul van Dun,
'Van de socialisten, verlos ons Heer'. De verhoudingen tussen kerk, kapitaal en arbeid in Tilburg tussen 1895 en
1918, (ongepubliceerde scriptie RU Utrecht afd. ESG, 1989) en A.J.M. Wagemakers,
Buitenstaanders in actie. Socialisten en neutraal-georganiseerden in confrontatie met de gesloten Tilburgse samenleving
1888-1919, (Tilburg, 1990).
(3) Vgl. A.J.M. Wagemakers, Buitenstaanders in actie, 136-137 en J. Oudegeest,
De geschiedenis van de zelfstandige vakbeweging in Nederland, II, (Amsterdam, 1932), 57-58.
(4) Bart van Pelt, 'Herinneringen uit Brabant van een socialist en vakbondsman', in:
Vijfde jaarboek voor de geschiedenis van socialisme en arbeidersbeweging, (Nijmegen, 1981), 198.
(5) Notulen DB NVV van 16-10-1908, Archief NVV, inv. nr. 1; aanwezig in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (I.I.S.G.) te Amsterdam.
(6) Idem 8-5-1909. Laatste zin van deze notulen luidt: 'Besloten wordt het N.V.V. op de betooging te Tilburg niet officieel te doen vertegenwoordigen, daar dit een verkeerd precendent zou
naleggen'. Dit door mij gegeven karakter van de betoging werd ook door de TBB zelf impliciet gegeven. Zie circulaire TBB maart 1909, aanwezig in de bibliotheek van het Gemeentearchief Tilburg (GAT), nr. 2942.
(7) Brief van Muller aan C. Bijkerk te Amsterdam, 29-10-1908; Archief SDAP, inv. nr. 2015; aanwezig in het I.I.S.G. te Amsterdam.
(8) Notulen verbondsbestuur NVV van 20-11-1908.
(9) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr.1.
(10) Ibidem, inv. nr. 3.
(11) Vgl. GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. A 1/155 en de notulen van de geheime raadsvergadering van 19-4-1909.
(12) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 6.
(13) Ibidem, inv. nr. 8.
(14) Ibidem, inv. nrs. 9 en 12.
(15) Ibidem, inv. nrs. 11 en 17.
(16) Ibidem, inv. nrs. 18 en 19.
(17) A.J.M. Wagemakers, Buitenstaanders in actie, 137. 'De Eendracht' was het blad van de SDAP in Noord-Brabant.
(18) Het Volk, dagblad voor de arbeiderspartij (Het Volk) van 7-5-1909.
(19) Vgl. De Textielarbeider. Orgaan van de Algemeene Nederlandsche Bond van Textielarbeiders
(De Textielarbeider) van 28-4-1909.
(20) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 24.
(21) A. van Rijen, R.K.-arbeiders waakt op!, (Tilburg, 1909), 6.
(22) A.F. Muller, Waar is uw plaats?, (Tilburg, 1909).
(23) Nieuwe Tilburgsche Courant (NTC) van 27-3-1909. Zie ook A.J.M. Wagemakers,
Buitenstaanders in actie, 138.
(24) A. van Rijen, Is daar uw plaats?, (Tilburg, 1909).
(25) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 13.
(26) Vgl. G.J.M. Wentholt, Een arbeidersbeweging en haar priesters, (Nijmegen, 1984), 68-69 en W. Vliegen,
Die onze kracht ontwaken deed. Geschiedenis der sociaaldemocratische arbeiderspartij gedurende de eerste 25 jaren van haar
bestaan, II, (Amsterdam, z.j.), 98.
(27) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 15.
(28) Het Hoog Ambacht. Officieel orgaan van de Diocesane Textielarbeidersbonden St. Severus in Nederland van 22-5-1909. Het KSA - opgericht na de spoorwegstakingen van 1903 - was samengesteld uit verschillende katholieke sociale organisaties.
(29) De Vakbeweging. Officieel orgaan van het NVV (De
Vakbeweging), 3e jrg. nr. 12, 15-6-1909. Over het KSA werd in dit blad geschreven dat het normaliter weinig van zich liet horen en niets tot stand wist te brengen, maar dat haar actie tegen de meeting bewondering afdwong. Volgens het blad was het KSA in staat een stevige aktie van de grond te krijgen als er sprake van was de belangen van de arbeiders tegen te werken.
De opmerking dat het KSA normaliter niets tot stand wist te brengen, is naar mijn mening correct. Van deze organisatie is weliswaar slechts archiefmateriaal van na 1911 bewaard gebleven, maar dit bevestigt het geschetste beeld.
De notulen van het KSA zijn bewaard in het GAT, Collectie Lambert de Wijs.
(30) NTC van 3-6-1909. De brochure is helaas onvindbaar. H.J. Berkvens was geestelijk adviseur van de R.K. Gildenbond, een samenbundeling van de Tilburgse katholieke vakorganisaties.
(31) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 24.
(32) NTC van 7-6-1909.
(33) Tilburgsche Courant (TC) van 5-6-1909.
(34) Het Volk van 8-6-1909.
(35) De Eendracht. Orgaan van de afdeelingen der SDAP in Noord-Brabant
(De Eendracht), 10e jrg., nr. 16, 24-4-1909. Omdat het huurcontract voor het terrein al getekend was, had deze geestelijke dit bedacht. Het deed 'De Eendracht' verzuchten:
'Zulke lui hebben nu de mond vol van de zedeloosheid der sociaal-democraten. Och arme!'
(36) Bart van Pelt, 'Herinneringen uit Brabant', 198.
(37) Het Volk van 4-6-1909.
(38) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 24.
(39) Het Volk van 8-6-1909.
(40) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 23 (verslag van de politiecommissaris aan de burgemeester).
(41) Het Volk van 8-6-1909.
(42) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 23.
(43) Vgl. ibidem en Het Volk van 8-6-1909.
(44) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 23.
(45) Vgl. GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nrs. 23 en 24, de
TC en Het Volk van 8-6-1909, A.J.M. Wagemakers, Buitenstaanders in
actie, 141 en Bart van Pelt, 'Herinneringen uit Brabant', 199.
(46) Vgl. GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/154, inv. nr. 23 en de
TC van 8-6-1909.
(47) TC van 8-6-1909.
(48) NTC van 7-6-1909.
(49) NTC van 12-6-1909.
(50) TC van 8-6-1909.
(51) TC van 8-6-1909.
(52) Ibidem.
(53) GAT, Secretarie-archief, 1909, doss. P 1/184a.
(54) TC van 15-6-1909.
(55) De Vakbeweging, 3e jrg., nr. 12, 15-6-1909.
(56) De Eendracht, 10e jrg., nr. 23, 12-6-1909.
(57) Ibidem.
(58) NTC van 14-6-1909. De Eendracht van 26-6-1909 kwam erop terug. Gesteld werd niets van de beschuldiging in te trekken, omdat de statistieken duidelijk uitwezen dat er niets te veel gezegd zou zijn. Wel stelt het blad niet de héle Tilburgse bevolking over een kam te willen scheren.
(59) De Textielarbeider van 23-6-1909.
(60) Bart van Pelt, 'Herinneringen uit Brabant', 199.
(61) Het Volk van 9-6-1909.
(62) I.I.S.G., Amsterdam, SDAP-archief, inv. nr. 2620, brief van 6-7-1909 door C. van Eck namens de SDAP-afdeling Tilburg aan het partijbestuur. Deze brief gaat over de propaganda. Aan het blad
De Eendracht schrijft hij in dit kader niets te hebben, omdat het vol staat met principiële artikelen die geen enkele arbeider leest. Het ware beter wanneer dit blad zou schrijven over zaken waarmee de arbeiders zich bezighielden, aldus Van
Eck.
* Drs. Paul van Dun (Tilburg, 1959) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Hij werkte in het middelbaar onderwijs en is thans verbonden aan het stadsarchief van 's-Hertogenbosch. Hij publiceerde al eerder in dit tijdschrift.




