Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
187. De Tilburgse elite aan het begin van de twintigste eeuw; een momentopname
 

Titel:   

De Tilburgse elite aan het begin van de twintigste eeuw; een momentopname

Ondertitel:   

Auteur:   

Cor G.W.P. Van der Heijden*

Jaargang:   

XVII (1999) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

59-71

 

De maatschappelijke belangstelling voor 'elites' is van alle tijden. Reeds omstreeks de eeuwwisseling zijn er enkele belangrijke elitetheorieën ontwikkeld die gedurende lange tijd van grote invloed waren.(1) In de jaren zestig en zeventig echter werd, onder invloed van de verspreiding van het socialisme en de voortschrijdende democratisering, het voortbestaan van groepen maatschappelijk uitverkorenen als problematisch ervaren. In het historisch onderzoek verschoof dientengevolge de aandacht zeer sterk in de richting van de arbeiders. Bestudering van de werk-, woon- en leefomstandigheden van de arbeidersklasse en de ontwikkeling van de arbeidersbeweging beleefde een bloeiperiode.

Voor een deel in het verlengde hiervan, maar voor een deel ook als reactie op de dominantie van de arbeidersgeschiedenis binnen het ruime terrein van de sociale geschiedenis, herleefde vanaf de jaren tachtig bij historici de belangstelling voor de elites weer.(2) Een hele reeks (vooral lokale) studies naar de handel en wandel van de elite verscheen: de studies van Prak over Leiden, van De Jong over Gouda en van Kooijmans over Hoorn zetten de toon.(3) Later volgden nog monografieën over de elite in Maastricht en Zwolle.(4) Ook de studie van Kuiper naar de teloorgang van de Friese adel mag in dit rijtje geplaatst worden en met enige fantasie past ook het onderzoek van Verstegen naar de Veluwse jonkers in deze opsomming.(5) Daarnaast verschenen er vele studies waarin een typering van de plaatselijke of regionale elite een onderdeel van een ruimer geheel vormde.
Deze trend in de geschiedschrijving ging niet geheel aan Brabant voorbij. In 1985 verscheen een studie over de elite in Heusden en vijf jaar later werd de elitevorming in oostelijk Noord-Brabant aan een uitputtende analyse onderworpen.(6) Aan een bestudering van de Tilburgse notabelen als groep heeft tot op heden nog niemand zich gewaagd (evenals trouwens van de vergelijkbare groep in de andere grote steden in Brabant).(7) Dit artikel wil een eerste summiere aanzet zijn om deze witte vlek met enkele grijstinten in te kleuren.

Voordat hiermee een aanvang gemaakt kan worden, moet kort worden stilgestaan bij twee zaken van methodische aard: de definitie van 'elite' en het te gebruiken bronnenmateriaal.
De hiervoor genoemde onderzoekers hebben verschillende criteria aangelegd om de elite af te bakenen. Prak, De Jong, Kooijmans, Kool-Blokland en Streng hebben met hun keuze voor de stedelijke magistraten en hun families voor een ondubbelzinnige afbakening gekozen. Kuiper ging uit van het criterium 'geboorte'. Verstegen baseerde zich op de omvang van het grondbezit. Bos en Duijvendak bedienden zich van verschillende uitgangspunten om te bepalen wie wel en wie niet tot de elite gerekend kan worden. Andere onderzoekers, voornamelijk uit andere disciplines, die zich niet specifiek met één bepaalde plaats of regio bezighielden, legden weer andere criteria aan, zoals een bepaalde politieke vertegenwoordigende functie of het vermogensbezit.(8) 

In dit artikel ga ik uit van het inkomen van de Tilburgers in het begin van de twintigste eeuw, meer nauwkeurig in 1904.(9) Uitgangspunt bij mijn onderzoek is het kohier van de Hoofdelijke Omslag, waarin een schatting gemaakt wordt van het vermoedelijke inkomen. Van de 'top-100' heb ik in andere bronnen (met name het bevolkingsregister) aanvullende gegevens over deze personen opgespoord, om zo te komen tot een karakterschets van de groep rijkste Tilburgers aan het begin van deze eeuw. Er wordt nadrukkelijk een momentopname gepresenteerd.

Duijvendak en De Jong schreven in hun overzichtswerk over het eliteonderzoek dat de thematiek van veel elitestudies in de kern door twee vragen wordt gevormd: de vraag naar de samenstelling van de elite en die naar haar functioneren.(10) In dit artikel stel ik uitsluitend de eerste problematiek aan de orde. Andere onderzoekers stellen zich slechts sporadisch tevreden met een beschrijving van een elite op een bepaald moment. Hun doel is veeleer de samenstelling van de bestudeerde groep op verschillende momenten vast te leggen, zodat de mate van verandering duidelijk wordt. Recrutering en sociale mobiliteit komen daarom welhaast vanzelfsprekend in elitestudies aan de orde.(11) Naar dit laatste zal in deze bijdrage vergeefs gezocht worden. In dit stadium kom ik, zoals hiervoor al is aangegeven, niet verder dan een momentopname.

Tot slot van deze inleiding iets over de gebruikte bronnen. Het uitgangspunt vormde het kohier van de Hoofdelijke Omslag van het dienstjaar 1904.(12) In Tilburg werd vanaf 1853 een hoofdelijke omslag geheven. De oudst bewaard gebleven tekst van de verordening dateert uit 1874. De daarin opgenomen bepalingen bleven, ondanks de vele aanpassingen, in hoofdlijnen tot in deze eeuw ongewijzigd.(13) In art. 2 werd aangegeven wie aangeslagen werden: "de hoofden der huisgezinnen" en "de bij hunne ouders of anderen inwonende of verblijvende personen, die eigen middelen van bestaan hebben". 
In art. 3 werd de grondslag van de heffing bepaald: "naar het vermoedelijk zuiver inkomen der belastingschuldigen, voortvloeiende uit bezittingen, onder aftrek der renten van daarop klevende lasten; uit renten van uitstaande kapitalen; uit inkomsten van ambten, bedieningen, beroepen, bedrijven, ambachten, pensioenen, wachtgelden, lijfrenten, bijdragen; en uit alle andere inkomsten, hoe ook genaamd". Als het vermoedelijk inkomen moeilijk te schatten was, werd "dit afgeleid uit den uiterlijken staat of de leefwijze, die de belastingschuldigen voeren en hunne vertering" (art. 4). 

Historici die deze bron bij hun onderzoek gebruikten, schatten de betrouwbaarheid ervan redelijk hoog in. Ik citeer Pim Kooy uit zijn studie over de stad Groningen: "In de tweede helft van de 19e eeuw deed men heel wat minder geheimzinnig over inkomen en vermogen dan thans. In de kranten werden regelmatig de namen afgedrukt van de hoogst-aangeslagenen in de directe belastingen. Maar ook van ieder ander in de stad, die maar iets voorstelde, was het inkomen bekend. Dit stond keurig op naam en adres vermeld in de kohieren van de hoofdelijke omslag, ... Ik kan me voorstellen, dat ze door velen met argusogen bestudeerd zijn en dat sommigen met genoegen geconstateerd hebben, dat ze in een hogere inkomensklasse vielen dan hun dikdoenerige buren. Een vermelding moet een statussymbool zijn geweest." (14)



Zittend wolfabrikant Henri Eras (1836-1913) met v.l.n.r. zoon Karel (1884-1918),
 die kapelaan was te Aarle-Rixtel, dochter Fien (1882-1959), mgr. dr. Bernard 
Eras (1876-1952) zoon van Jan Eras, en rechts dochter Jo (1879-1941). De 
foto is gemaakt ter gelegnheid van hun audiëntie bij de paus, ca. 1910.
(coll. RHC Tilburg).

In het 'Register van ontvangst van de hoofdelijke omslag' staan de belastingplichtigen naar hoogte van de aanslag ingeschreven.(15) De inwoner van Tilburg met het hoogste geschatte inkomen heeft volgnummer 1 gekregen, met het op een na hoogste inkomen heeft volgnummer 2, enz. Voordat ik dit register ter hand nam, had ik reeds bepaald waar de benedengrens getrokken zou worden, namelijk bij een geschat inkomen van ƒ 10.000. Het is dan ook louter toeval dat de bestudeerde groep uit precies 100 personen bestaat.(16) In het bevolkingsregister zijn van deze personen nadere gegevens vermeld.(17) Voor dit onderzoek zijn van belang: geboortejaar/leeftijd, geboorteplaats, burgerlijke staat, godsdienst, beroep en de straatnaam waar men in 1904 woonde. Met behulp van de adresboeken (beschikbaar voor 1902 en 1906) is de consistentie van de beroepsvermelding getoetst.

Wie behoorden nu in 1904 in Tilburg - uitgaande van de hoogte van het inkomen - tot de elite? Het meest volledige antwoord zou zijn: zie bijlage 1, waarin de namen van de 'top-100' zijn vermeld met daarachter allerlei relevante gegevens die van deze personen zijn opgespoord. Maar dat is een antwoord waar niemand echt mee vooruit kan. In het hierna volgende worden enkele in het oog springende karakteristieken nader uitgewerkt.


Geslacht

Op de eerste plaats valt op dat de rijkste Tilburgers over het algemeen mannen waren. Tot de groep van de 100 belastingplichtige Tilburgers met een inkomen van 10.000 gulden of meer behoorden 91 mannen, tegenover negen vrouwen. Op zich is dit geen opmerkelijke constatering. Immers, in art. 2 van de verordening was nadrukkelijk bepaald dat de 'hoofden der huishoudens' zouden worden aangeslagen. Volgens de wetgeving die op dat moment van kracht was, was het hoofd van een huishouden - indien aanwezig - per definitie de man. Tot het midden der jaren vijftig was volgens het Burgerlijk Wetboek de vrouw zelfs handelingsonbekwaam. Om deze reden treffen we in het gehele register van de hoofdelijke omslag dan ook geen gehuwde vrouwen aan die belastingplichtig waren. 



De uit Antwerpen afkomstige gebroeders Julius (1853-1918) en César Lekanne dit 
Deprez (1857-1910), stoomketelfabrikanten, lieten in de Lange Nieuwstraat (K 743 
en 744) de ‘Villa Casa Casa’ en de ‘Villa Nova’ naast elkaar bouwen. Foto ca. 1907.
(Coll. RHC Tilburg).

Van de negen vrouwen die wel tot de top-100 waren doorgedrongen werden er zeven nadrukkelijk als weduwe ingeschreven. Geheel in de lijn van de vigerende wetgeving werden ze niet onder hun eigen naam vermeld, maar als weduwe van hun overleden echtgenoot. Zo werd, om een willekeurig voorbeeld te noemen, Justina Josephina Bahlmann vermeld als wed. B.Th.C. Sträter. De twee overige vrouwen waren beide ongehuwd en beschikten blijkbaar over zo veel eigen inkomsten dat ze tot de Tilburgse kopgroep wisten door te dringen. Deze twee vrouwen waren twee zusters die een gezamenlijke huishouding voerden. Saillant detail is dat de Tilburger die, wat betreft het inkomen, met kop en schouders boven de rest uitstak, dezelfde achternaam voerde.(18) 


Familie

Als tweede karakteristiek kan genoemd worden dat de Tilburgse elite een vrij gesloten groep vormde: in de groep van 100 meest verdienende Tilburgers komen slechts 48 verschillende familienamen voor. Twee achternamen - Eras en De Beer - zijn samen goed voor 15 noteringen. Twee families (Van den Bergh en Mutsaerts) zijn goed voor ieder vijf vermeldingen. Vier achternamen scoren viermaal, te weten Van Dooren, Janssens, Van Spaendonck en Verbunt. Vier keer komt een familienaam drie keer voor, elf keer met twee vermeldingen en de overige 25 namen komen slechts een keer voor.


Geboorteplaats

Analyse van de geboorteplaats, zoals vermeld in het bevolkingsregister, leert dat de groep rijkste Tilburgers overwegend als autochtoon gekarakteriseerd kan worden. In tabel 1 zijn de resultaten in vier categorieën onderverdeeld.(19) 

-----------------------------------------------------------------------------
Tabel 1

Bevolking van Tilburg als geheel (1899) en de Tilburgse elite 
(1904) naar geboorteplaats (in procenten).
---------------------------------------------------------------------------------------------

Tilburg Tilburgse elite

Tilburg 

74,5

76
Overig Noord-Brabant 18,0   3
Overig Nederland 5,5  17
Buitenland 2,0 4

------------------------------------------------------------------------------

Verreweg het grootste deel van de 'top-100' is in Tilburg geboren. Deze uitkomst (76%) komt erg goed overeen met de resultaten van de volkstelling van 1899. Toen werd vastgesteld dat 74,5% van de Tilburgers ook in deze stad was geboren. Indien echter gekeken wordt naar de geboorteplaats van de 24 anderen, dan valt een groot verschil op. 


Geboorteplaatsen 

Tot de Tilburgse elite behoren er 23 die niet in Tilburg geboren zijn (zie bijlage). Slechts drie geboorteplaatsen liggen in Brabant (Reek, Boxmeer en Valkenswaard). In 1899 had, zoals uit tabel 1 blijkt, verreweg het grootste deel van de niet in Tilburg geboren Tilburgers een andere Brabantse plaats als geboorteplaats. Dat zo veel niet-autochtone leden van de Tilburgse elite voor een groot deel tot de categorie 'overig Nederland' gerekend worden, komt voor een niet onbelangrijk deel door de weduwen. Van de zeven weduwen is er slechts één in Tilburg geboren. De overigen komen uit Amsterdam (2x), Rotterdam, Brussel, Gent en Boxmeer.



Arnoldus A.H. Pollet (1843-1916) uit de Noordstraat was 
in 1904 met een inkomen van 40.000 gulden de hoogst 
aangeslagene in Tilburg. Schilderij A. van Domburg.
(foto coll. RHC Tilburg).


Godsdienst

Als vierde karakteristiek een enkele opmerking over de godsdienst. Bij de volkstelling van 1899 gaf 97% van de Tilburgse bevolking aan rooms-katholiek te zijn.(20) Ook bij uitsplitsing naar kerkgenootschappen, blijkt de groep van veelverdieners een representatieve afspiegeling van de Tilburgse samenleving te zijn. Van de Tilburgse elite overheersten de rooms-katholieken (met 94 van de 100). De zes overigen waren Nederlands-Hervormd. Bij deze cijfers wreekt zich dat de bestudeerde groep klein is. Hierdoor is de kans erg groot dat één familie het totale beeld kan vertroebelen. Bij deze uitsplitsing is dat het geval: de familie Van den Bergh - met vijf leden in de top-100 - is nagenoeg in haar eentje verantwoordelijk voor het percentage hervormden.(21) 


Leeftijd

Wat valt er bij nadere beschouwing van het geboortejaar op te merken over de leeftijd van de Tilburgse elite? In tabel 2 is een indeling naar leeftijdsklassen gemaakt, waarin de leden van de Tilburgse elite zijn ingedeeld. Hierbij is uitgegaan van de situatie per 1 januari 1904.

------------------------------------------------------------------------------
Tabel 2

Verdeling van de Tilburgse elite naar leeftijdsgroepen
---------------------------------------------------------------------------------------------

Tilburgse elite waarvan vrouwen
tot 30 jaar

   5 

-
30-39 jaar 26 -
40-49 jaar 19 1
50-59 jaar 21 3
60-69 jaar 20 4
70 jaar of ouder 9 1

------------------------------------------------------------------------------

Opvallend is dat de verdeling over de onderscheiden leeftijdsgroepen redelijk gelijkmatig is. Precies de helft van de Tilburgse elite had op 1 januari 1904 Abraham dan wel Sara gezien. Het idee dat een hoog inkomen gekoppeld zou zijn aan een gevorderde leeftijd vindt in deze uitkomsten geen bevestiging.


Woonadres

Waar woonden de honderd rijkste Tilburgers in 1904? Deze vraag kan met redelijke nauwkeurigheid beantwoord worden. Aan het begin van deze eeuw werden in Tilburg gelijktijdig twee manieren gebruikt om het adres van een inwoner aan te duiden. Bij de bevolkingsadminstratie werd uitgegaan van een wijkletter met een volgnummer (bijvoorbeeld A 267). Op deze wijze is in het kohier van de hoofdelijke omslag het adres vermeld. In de alledaagse omgang werd meer gebruikgemaakt van de straatnaam met een huisnummer. In bijlage 1 zijn beide aanduidingen vermeld.



Het in 1856 gebouwde woonhuis van A.A.H. Pollet in de Noordstraat (M 873), ca. 1910.
(coll. RHC Tilburg).

In tabel 3 is de verdeling van de woonplaats van de Tilburgse elite naar woonwijk uitgesplitst. In deze tabel is tevens een relatieve indicatie vermeld van het aantal inwoners in elke wijk. Een nauwkeurige vermelding van het aantal inwoners per wijk ontbreekt. Ik ben uitgegaan van het adresboek van 1906, waarin van de hoofden van huishoudens en andere belastingplichtigen enkele gegevens zijn vermeld (over het algemeen: achternaam, voorletters, beroep en wijkletter en nummer). Van 10131 personen kan zo vastgesteld worden in welke woonwijk men woonde (op een totaal inwonertal van 47513).

----------------------------------------------------------------------------------------
Tabel 3
Procentuele verdeling van de Tilburgse elite naar woonwijk
----------------------------------------------------------------------------------------

  Woonwijk  Tilburgse bevolking Tilburgse elite
A Oerle & Broekhoven 8,5 1 8,5 1
B Korvel 11,3 5
C Laar & Berkdijk 3,3 0
D Reit 5,5 1
(Reitse) Hoeven 2,5 0
F Hasselt 3,9 0
G Stokhasselt 1,2 0
H Goirke 8,0 9
I Heikant 3,0 0
K Veldhoven 14,0 18
L Groeseind 4,3 0
M Kerk 14,7 38
N Heuvel 11,5 20
O Loven & Koningshoeven 8,3 8

----------------------------------------------------------------------------------------

Het beeld is duidelijk: de meer centraal gelegen woonwijken huisvestten de meeste leden van de elite. Het gros van hen woonde in de wijken Kerk, Heuvel en Veldhoven, op enige afstand gevolgd door Goirke en Koningshoeven. In meer dan de helft van de wijken woonde geen enkele of ten hoogste één van de tot de top-100 behorende Tilburgers.(22) De meer perifeer gelegen wijken met nog een sterk agrarisch of semi-agrarisch karakter waren bij de Tilburgse elite niet in trek.
Van de groep Tilburgers die in 1904 een inkomen verdienden van ƒ 10.000 of meer is ook bekend in welke straat men woonde. In kaart 2 is een plattegrond afgedrukt waarop de in 1904 bestaande straten voorkomen. Van de Tilburgse top-100 is zo nauwkeurig mogelijk aangegeven waar men woonde. 


Ruimtelijke verdeling van de Tilburgse elite

Het beeld dat uit de bijlage, en in mindere mate uit tabel 3, naar boven komt, is dat er nauwelijks gesproken kan worden van een sterke ruimtelijke concentratie van de Tilburgse elite. Ze woonden, dat is duidelijk, niet op een kluitje bij elkaar, maar hun woonhuizen stonden her en der door de stad verspreid.(23) Tilburg vertoonde, wat deze ruimtelijke spreiding betreft, weinig gelijkenis met veel andere Nederlandse steden, waar de scheiding tussen de plaatselijke elite en de arbeidersklasse wel vrij scherp was.


Plattegrond van het centrum van Tilburg uit 1901. (coll. RHC Tilburg).



Het grondgebied van de gemeente Tilburg in 1900, met daarop 
aangegeven de uitsnede van het centrum van de op de hierboven 
afgebeelde kaart.


Beroep

Tilburg was rond de eeuwwisseling een echte arbeidersstad: bij de Volks- en beroepstellingen die in deze jaren gehouden werden, bleek telkens ongeveer tweederde van de beroepsbevolking werkzaam in de nijverheid te zijn. In tabel 4 zijn de enigszins gecorrigeerde uitkomsten weergegeven.(24) 

--------------------------------------------------------------------------------------------
Tabel 4
Beroepsbevolking Tilburg naar werkkring, 1899 en 1909 (in procenten)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1899 1909
Nijverheid 70,3 65,9
Landbouw 6,5   6,5
Handel en verkeer 12,2  14,3
Vrije beroepen en overheid  11,0 13,3

--------------------------------------------------------------------------------------------

Binnen de nijverheid was de textielindustrie de belangrijkste bedrijfstak. In 1899 en in 1909 werkte respectievelijk 46 en 39% van de mannelijke arbeiders in de textielindustrie. Wagemakers stelt dan ook dat in Tilburg sprake was van een 'monocultuur' van de textielindustrie.(25) Gelet op de uitkomsten van tabel 4, kan een zware oververtegenwoordiging van de nijverheid in de Tilburgse elite verwacht worden.
In bijlage 1 zijn de beroepen vermeld van de 100 Tilburgers die in 1904 een inkomen van ƒ 10.000 of meer verdienden. Hoewel daarin 27 verschillende beroepen zijn vermeld, valt bij het doornemen van de kolom 'beroep' meteen de dominante positie van de wollenstoffenfabrikanten op. Maar liefst 52 van de top-100 staan als 'wollenstoffenfabrikant' in de boeken, terwijl twee andere beroepen eveneens tot de bedrijfstak textielindustrie behoren (nl. wasser en lakenverver, met resp. een en drie vermeldingen). Ook andere fabrikanten zullen de bloei van het bedrijf voor een belangrijk deel te danken hebben aan de aanwezigheid van de wollenstoffenindustrie in Tilburg. Hierbij kan gedacht worden aan de steenfabrikanten en de stoomketelfabrikanten, met resp. vier en twee vermeldingen.(26) Ook een deel van tot de sector 'handel en verkeer' behorende Tilburgse veelverdieners waren direct afhankelijk van de textielnijverheid. Voor de vier wolhandelaars gaat dit met zekerheid voor de volle 100% op en voor de steenkoolhandelaar voor een groot deel. Ruim tweederde van de Tilburgse elite was derhalve geheel of in sterke mate afhankelijk van de textielnijverheid.

Opvallend is verder dat geen enkele landbouwer tot de Tilburgse veelverdieners behoorde. Het aandeel van de bedrijfstak 'handel en verkeer' (16%) komt redelijk overeen met de in tabel 4 vermelde percentages. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat deze score geheel op het conto van de 'handel' moet worden geschreven. Het waren de (groot)handelaars die tot de elite wisten door te dringen, de middenstanders haalden blijkbaar niet zulke hoge omzetten dat ze in de top-100 terechtkwamen. De bedrijfstak 'vrije beroepen en overheid' bleef achter bij zijn relatief aandeel in de Tilburgse beroepsbevolking. Tegenover de 11,0% in 1899 en 13,0% in 1909 staken de acht personen uit de lijst van 100 meest verdienenden maar magertjes af. De vertegenwoordiging van de 'vrije beroepen' (met drie notarissen en een jurist) en 'overheid' (met de burgemeester en een wethouder) is klein.(27) Dit lage aantal is voor een belangrijk deel te verklaren door de omstandigheid dat in Tilburg geen rechtbank of universiteit gevestigd was en dat de stad geen centrum voor de provinciale of landelijke overheid was.(28) 

Deze Tilburgse uitkomsten kunnen met enkele andere onderzoeken vergeleken worden. J.A. de Jonge bestudeerde voor Delft eveneens het kohier van de hoofdelijke omslag over het dienstjaar 1904. Hoewel hij de door hem onderscheiden categorieën anders afbakende - hij legde de grens bij ƒ 5000 - blijkt uit zijn gegevens dat het aandeel van de fabrikanten onder de Delftse elite kleiner was. De Jonge geeft geen exacte cijfers, maar stelt dat "de 'nouveaux riches' van de fabrieken niet de absolute boventoon voerden. Onder hen kwamen de hoogste inkomens voor ... en als categorie besloegen zij ongeveer een derde van de hoge inkomens. Daartegenover waren echter ook de handeldrijvende en industriële middenstand goed bezet." (29)
Het beste vergelijkingsmateriaal biedt P. Kooij met zijn studie naar de stad Groningen. Hij werkte - eveneens op basis van de gegevens in de kohieren van de hoofdelijke omslag - voor vijf momenten de Groningse 'superelite' nader uit. Hij legde hierbij de benedengrens bij een inkomen van ƒ 8000. In tabel 5 heb ik de Tilburgse uitkomsten naast de Groningse gegevens geplaatst, waarbij ik de indeling van Kooij heb aangehouden.(30) 

---------------------------------------------------------------------------------------
Tabel 5
De beroepsgroepen van de Tilburgse en Groningse elite
--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Tilburg Groningen
Fabrikanten 69 16,0
Detail- en groothandelaren  16 13,0
Bankiers en assuradeurs  3 7,4
Vrije beroepen  11,5
Overheidsdiensten 22,3
Zonder beroep  4  29,7

---------------------------------------------------------------------------------------



De imposante Villa Tivoli aan de toenmalige Bosscheweg 
(N 377) was de woning van wolfabrikant Leo Swagemakers 
(1842-1915). Later werd dit gebouw (foto ca. 1910) het 
hoofdgebouw van de R.K. Leergangen. (coll. RHC Tilburg).

Het beeld dat in het voorgaande voor Tilburg werd geschetst, vinden we in Groningen in het geheel niet terug. In deze noordelijke stad gaat eerder het tegenovergestelde op. Kooij concludeert dat gedurende de gehele periode de Groningse superelite een 'leisure class' was. "Grondeigenaren, renteniers, gepensioneerde hoge ambtenaren of beoefenaren van vrije beroepen dan wel hun weduwen of soms een zoon of dochter bepaalden het gezicht ervan. In de latere decennia kwamen daar wat fabrikanten en handelaren bij die zich uit de zaak hadden teruggetrokken." (31)


Samenvatting

De Tilburgse elite kan als volgt getypeerd worden. Ze was in 1904 een voornamelijk mannelijk gezelschap, de leden behoorden tot een beperkt aantal families, de meesten van hen waren in Tilburg geboren en behoorden tot de Rooms-Katholieke Kerk. Uit niets bleek een sterke onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde leeftijdsgroepen en ze woonden redelijk gelijkmatig over de stad verspreid. Ruim twee-derde van de tot de Tilburgse elite behorende personen had zijn hoge inkomen te danken aan industriële activiteiten, waarbij de wollenstoffenindustrie een sterk dominante positie innam. Van anderen kan redelijkerwijs verondersteld worden dat ze hun hoge verdiensten op zijn minst in aanzienlijke mate te danken hadden aan de groei en bloei van deze bedrijfstak.

Zoals in de inleiding reeds was aangegeven, heb ik me in dit artikel beperkt tot een momentopname, namelijk de situatie aan het begin van de twintigste eeuw. Interessant zou zijn te onderzoeken hoe op andere momenten de Tilburgse elite was samengesteld en welke veranderingen zich in de loop der tijd voordeden. Bovendien heb ik me in deze bijdrage niet beziggehouden met de vraag hoe deze elite functioneerde en hoe ze, door het opbouwen van verwantschapsrelaties, de gelederen wist te sluiten.(32) Ik hoop dat ik met dit artikel een schot voor de boeg heb gegeven.



Uiterst links de woning van wolfabrikant Norbertus Brands in de Heuvelstraat 
(N 195) omstreeks 1907. Later werd op deze plaats V&D gebouwd. (coll. RHC Tilburg).

Noten

(1). In dit verband kan het werk van Pareto, Mosca en Michels genoemd worden. Een gedegen bespreking van de theorieën vindt men in: T.B. Bottomore, Elites and society (Harmondsworth, 1964). Een beknopte weergave in: M.G.J. Duijvendak en J.J. de Jong, Eliteonderzoek: rijkdom, macht en status in het verleden (Zutphen, 1993).
(2) Een samenvatting van de ontwikkeling die de sociale geschiedbeoefening heeft doorgemaakt, biedt: M. Duijvendak en P. Kooij, Sociale geschiedenis: theorie en thema's (Assen/Maastricht, 1992) 1-11.
(3) M. Prak, Gezeten burgers. De elite in een Hollandse stad: Leiden 1700-1780 (Den Haag, 1985); L. Kooijmans, Onder regenten. De elite in een Hollandse stad: Hoorn 1700-1780 (Den Haag, 1985); J.J. de Jong, Met goed fatsoen. De elite in een Hollandse stad: Gouda 1700-1780 (Den Haag, 1985).
(4) N. Bos, Notabele ingezetenen. Historische studies over Nederlandse elites in de negentiende eeuw (Brunssum, 1995); J.C. Streng, 'Stemme in staat'. De bestuurlijke elite in de stadsrepubliek Zwolle, 1579-1795 (Hilversum, 1997).
(5) Y. Kuiper, Adel in Friesland 1780-1880 (Groningen, 1993); S.W. Verstegen, Gegoede ingezetenen. Jonkers en geërfden op de Veluwe 1650-1830 (Zutphen, 1990).
(6) J.L. Kool-Blokland, De elite in Heusden, 1700-1750; een prosopografische analyse (Tilburg, 1985); M.G.J. Duijvendak, Rooms, rijk of regentesk. Elitevorming en machtsverhoudingen in oostelijk Noord-Brabant (circa 1810-1914) ('s-Hertogenbosch, 1990).
(7) Er zijn wel studies verschenen waarin een enkel lid van de elite uitvoerig bestudeerd is (bijvoorbeeld Armand Diepen en Gerard van Spaendonck) of de handel en wandel van een notabele familie de rode draad vormde (bijvoorbeeld Pieter van Dooren en zijn nazaten). J.P.A. van den Dam, Arnold Leon Armand Diepen, 1846-1895. Industrieel en publicist over economische en sociale vraagstukken (Tilburg, 1966). B.J. van Spaendonck, Gerard Cornelis van Spaendonck (1804-1873). Enkele facetten van de Tilburgse samenleving in het midden der negentiende eeuw (Tilburg, 1995). H.A. Muntjewerff, De spil waar alles om draaide. Opkomst, bloei en neergang van de Tilburgse familie-onderneming Wolspinnerij Pieter van Dooren 1825-1975 (Tilburg, 1993).
(8) Zonder naar volledigheid te streven noem ik enkele voorbeelden: P. Brood, P. Nieuwland en L. Zoodsma, red., Homines novi. De eerste volksvertegenwoordigers van 1795 (Amsterdam, 1993); J.Th. van den Berg, De toegang tot het binnenhof. De maatschappelijke herkomst van de Tweede Kamerleden tussen 1849 en 1870 (Leiden, 1983); N. Wilterding, Vermogensverhoudingen in Nederland. Ontwikkelingen sinds de negentiende eeuw (Amsterdam, 1984).
(9). De reden voor deze volstrekt willekeurige keuze is een praktische geweest. Ten behoeve van mijn dissertatieonderzoek heb ik een karrevracht materiaal verzameld en bewerkt voor de periode 1904/1906. Voor het onderhavige artikel heb ik voor een deel kunnen putten uit dit materiaal.
(10) Duijvendak en De Jong, Eliteonderzoek, 8.
(11) Bos, Notabele ingezetenen, 14.
(12) Na de inwerkingtreding van de Gemeentewet van 1851 mocht een gemeente ter dekking van plaatselijke uitgaven de 'hoofdelijke omslag' heffen. De gemeenteraad stelde twee uitvoeringsverordeningen vast: een voor de heffing en een voor de invordering. De verordening 'op de heffing' bevatte onder meer bepalingen aangaande de totale som die met behulp van de hoofdelijke omslag moest worden opgebracht, de grondslag van de belasting, de klassenindeling van de belastingplichtigen en het percentage verschuldigde belasting.
De verordening 'op de invordering' schreef voor dat de burgemeester (eventueel met of vervangen door een commissie) het kohier opstelde, dat de gemeenteraad vervolgens het kohier vaststelde en dat het na goedkeuring door Gedeputeerde Staten naar de gemeentelijke ontvanger moest worden gezonden ter invordering. In een vroeg stadium konden bezwaren worden ingediend. De legger vertoonde in de regel een geografische ordening van de belastingplichtigen (per straat of wijk). In sommige steden bestonden al of niet gedrukte alfabetische naamlijsten van de aangeslagenen voor de hoofdelijke omslag.
Voor een beschrijving van deze bron, zie: P.M.M. Klep, A. Lansink en W. van Mulken, 'De kohieren van de gemeentelijke hoofdelijke omslag, 1851-1922', in: Broncommentaren I-IV ('s-Gravenhage, 1987).




De villa van wolfabrikant Francois van Dooren naast de wollengarenspinnerij en 
lakenvolderij Pieter van Dooren aan de Hilvarenbeekseweg (Broekhoven A 356) in 
de vorige eeuw. (coll. RHC Tilburg).


(13). In het hiernavolgende wordt geciteerd uit de redactie van de verordening van 27 maart 1903. Gemeentearchief Tilburg (GAT), Secretariearchief 1810-1907, inv.nr. 296m, Stukken betreffende de vaststelling en de wijziging van de verordening op de heffing van de hoofdelijke omslag, 1874-1907.
(14) P. Kooij, Groningen 1870-1914: sociale verandering en economische ontwikkeling in een regionaal centrum (Assen/Maastricht, 1987) 36.
(15) GAT, Secretariearchief van de gemeente Tilburg, 1810-1937, inv.nr. 990, Register van ontvangst van de Hoofdelijke Omslag over het jaar 1904.
(16) Voor de goede orde merk ik op dat ik uitga van het bedrag zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld, en niet van het voorstel van het college van B & W. Hierdoor valt volgnummer 99 van het register van ontvangst buiten de bestudeerde groep (zijn geschat inkomen werd door de gemeenteraad op 
ƒ 9000,- gesteld in plaats van het voorstel van B&W van ƒ 10.000,-) en met volgnummer 101 gebeurde precies het omgekeerde.
(17) Het bevolkingsregister voor de periode 1900-1910 bestaat uit maar liefst 54 delen. Deze zijn op microfilm in de studiezaal van het Gemeentearchief Tilburg raadpleegbaar (144 fiches).
(18) Daar de vader (Ludovicus Pollet) al bij de aangifte van de geboorte van zijn twee dochters als beroep 'fabrykant' liet noteren, laat het zich niet moeilijk raden waar de verklaring voor deze uitzonderingspositie van de gezusters Pollet gezocht moet worden. Ook de vader van Arnoldus Pollet (Petrus Philippus Pollet) liet als beroep 'fabrykant' noteren.
(19) De gegevens over de Tilburgse bevolking als geheel zijn ontleend aan: A.J.M. Wagemakers, Buitenstaanders in actie. Socialisten en neutraal-georganiseerden in confrontatie met de gesloten Tilburgse samenleving, 1888-1919 (Tilburg, 1990) 15.
(20) Ontleend aan Wagemakers, Buitenstaanders in actie, 16.
(21)Een complicerende factor bij het onderzoek naar deze familie was dat in de loop van de negentiende eeuw de schrijfwijze van de achternaam veranderde van 'Van den Berg' in 'Van den Bergh'. Zo werd F.A.L. van den Bergh sr. (volgnummer 4 in bijlage 1) in zijn geboorteakte ingeschreven als 'Van den Berg'; ook zijn vader ondertekende op deze wijze. Ferdinand A.L. van den Bergh sr. ondertekende bij de aangifte van diens zoon Ferdinand A.L. van den Bergh (volgnummer 96 in bijlage 1) als 'Van den Bergh'. Blijkbaar hebben de ambtenaren, belast met de bevolkingsadministratie, deze onvolkomenheden geconstateerd, omdat bij sommigen in het bevolkingsregister de letter 'h' is doorgehaald; bij anderen daarentegen weer niet. Ook in het kohier van de hoofdelijke omslag worden beide schrijfwijzen door elkaar gebruikt. Ik heb gekozen voor naamsaanduiding zoals die in Tilburg op dit moment ingeburgerd is.
(22) In de wijk Oerle en Broekhoven betreft het de eigenaar van de Wolspinnerij Pieter van Dooren, welk bedrijf gevestigd was op de plaats van het huidige Elisabethziekenhuis. De geschiedenis van dit bedrijf is uitvoerig beschreven in: H.A. Muntjewerff, De spil waar alles om draaide. In de wijk Laar, op de grens met de wijk Markt, was het wereldvermaarde (aldus Ed Schilders) bedrijf gevestigd van de muziekinstrumentenfabrikant Kessels. De geschiedenis van dit bedrijf is beschreven in: L. de Brouwer, 'De Muziekinstrumentenfabriek van M.J.H. Kessels en de voortzettingen daarvan' in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 9 (1991) 92-102.
De familie Kessels figureert op tragische wijze in: E. Schilders, Moordhoek. De moord op Marietje Kessels in een katholieke kerk (Tilburg, 1988).
(23) Dit is een logisch gevolg van de merkwaardige wordingsgeschiedenis van de industriestad Tilburg. De groei van Tilburg verliep, in vergelijking met veel andere (industrie)steden, gelijkmatig en evenwichtig. Het groeiproces kan beschouwd worden als een geleidelijke verdichting. In de loop van de negentiende eeuw werden, nadat de verbindingswegen tussen de tot kleine kernen uitgegroeide herdgangen volgebouwd waren, ook de velden om de dorpskernen heen opgevuld met stedelijke bebouwing. Deze snelle uitbreiding van Tilburg aan het eind van de vorige eeuw (van 15.866 inwoners in 1859 naar 40.685 in 1899) vond plaats zonder doelbewuste leiding. Ondernemingen vestigden zich naar believen en stadsuitleg was hoofdzakelijk het werk van particulieren. Tilburg omvatte een oppervlakte van 7600 hectare, waarvan het stedelijk gedeelte slechts circa 750 hectare besloeg. De eigenlijke stadskern was ongeveer dertig hectare. De uitbreiding van het meer bewoonde gedeelte vond plaats naar alle kanten van de bebouwde kom. Pas in het tweede decennium van deze eeuw kwam er een uitbreidingsplan beschikbaar waarin de verschillende onderdelen met elkaar in verbinding gebracht werden.
(24) Wagemakers, aan wiens werk deze cijfers ontleend zijn, heeft de werknemers van de Werkplaats van de spoorwegen ondergebracht bij de 'Nijverheid' in plaats van bij 'Handel en verkeer'. Wagemakers, Buitenstaanders in actie, 17.
(25) Wagemakers, Buitenstaanders in actie, 18-19.
(26) Voor de twee stoomketelfabrikanten, de gebr. Deprez, staat dit vast. Zie hiervoor: G. van Hooff, 'De metaalnijverheid in Tilburg, 1830-1900', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 3 (1985) nr. 3, 4-7.
(27) Van zowel de burgemeester als de wethouder wordt in het bevolkingsregister ook een ander beroep vermeld. Van de eerstgenoemde werd ook vermeld dat hij 'In manufacturen' deed (maar dit was doorgehaald) en wethouder Kerstens was tevens 'koopman'.
(28) Bij deze korte typering zijn de bankiers (drie kassiers) en zij die 'zonder beroep' (vier personen) werden vermeld, buiten beschouwing gelaten, omdat deze maar moeilijk in het stramien van tabel 4 in te delen zijn. Over de Tilburgse bankiers, zie: H.F.J.M. van den Eerenbeemt, 'Handels- en industriebanken in Noord-Brabant voor 1900: een eerste verkenning van een vergeten sector' in: H.F.J.M. van den Eerenbeemt, red., Bankieren in Brabant in de loop der eeuwen (Tilburg, 1987) 232-241.
(29) J.A. de Jonge, 'Delft in de negentiende eeuw. Van stille nette plaats tot centrum van industrie' in: Economisch- en Sociaal-Historisch Jaarboek, 37 (1974) 173-174.
(30) Kooij, Groningen, 51. Kooij gaf een momentopname voor de jaren 1870, 1880, 1890, 1900 en 1910. Ik heb voor tabel 5 het gemiddelde berekend van 1900 en 1910 (met resp. 105 en 164 personen). In tabel 5 zijn enkele groepen samengevoegd. Zo zijn de predikanten bij de vrije beroepen gerekend en zijn de hoogleraren en de leden van de rechterlijke macht bij de overheidsdienaren gerangschikt.
(31) Kooij, Groningen, 51.
(32) Enkele voorbeelden waaruit blijkt dat dit laatste ook feitelijk gebeurde. Charles de Beer (volgnr. 78) was gehuwd met Constantina Eras. Fransiscus van den Heuvel (volgnr. 24) was gehuwd met Johanna Eras. Aloysius Kerstens (volgnr. 91) was gehuwd met Maria de Charro. Andreas van Spaendonck (volgnr. 26) was gehuwd met Maria Janssens. Bernardus Verbunt (volgnr. 73) was gehuwd met Louise Janssens. Cornelis Wouters (volgnr. 84) was gehuwd met Maria Swagemakers. Deze lijst is met vele voorbeelden uit te breiden.



De familie Swagemakers kon zich heel wat personeel veroorloven. Op deze foto, 
die Henri Berssenbrugge omstreeks 1901 maakte, poseren zij in de tuin van Villa 
Tivoli aan de Bosscheweg. (coll. RHC Tilburg).

* Cor G.W.P. van der Heijden (Hulsel, 1957) is als leraar verbonden aan het Cobbenhagencollege in Tilburg. Hij promoveerde in 1995 op het proefschrift 'Het heeft niet willen groeien'. In datzelfde jaar verscheen zijn studie over de drinkwatervoorziening in Tilburg. Daarnaast werkte hij als redacteur en auteur mee aan de serie Ach Lieve Tijd.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

BIJLAGE 1
PERSOONLIJKE GEGEVENS VAN DE 100 HOOGST AANGESLAGENEN IN TILBURG (SITUATIE PER 01-01-1904)

Achternaam / Voornaam / Wijk / Straatnaam / Beroep / Inkomen / Geboortedatum / Geboorteplaats / Burgerlijke staat. /  Godsdienst

1 Pollet / Arnoldus A.H. / M 873 / Noordstraat / wolfabrikant / 40.000 / 06-10-1843 / Tilburg / ongeh. / RK
2 Brands / Norbertus W.W. / N 195 / Heuvelstraat / wolfabrikant / 36.000 / 30-10-1841 / Tilburg / geh. / RK
3 Bergh van den / Pieter J. / N 537 / Spoorlaan / wolfabrikant / 35.000 / 03-05-1873 / Tilburg / geh. / NH
4 Bergh van den / Ferdinand A.L. / N 508 / St. Josephstraat / wolfabrikant / 35.000 / 05-01-1848 / Tilburg / geh. / NH
5 Eras / Jacobus / H 577 / Goirkestraat / wolfabrikant / 29.000 / 22-08-1827 / Tilburg / geh. / RK
6 Eras / Hendrikus / H 646 / Goirkestraat / wolfabrikant / 29.000 / 28-09-1836 / Tilburg / wed. / RK
7 Bergh van den / l.ouis E / O 890 / St. Josephstraat / wolfabrikant / 25.000 / 29-11-1844 / Tilburg / geh. / NH
8 Eras / Johannes B. / H 578 / Goirkestraat / wolfabrikant / 22.000 / 26-09-1831 / Tilburg / wed. / RK
9 Swagemakers / Leonardus J.D. / N 377 / Bosscheweg / wolfabrikant / 20.000 / 09-01-1842 / Tilburg / geh. / RK
10 Dooren van / François P.J.M. / A 356 / Broekhoven / wolfabrikant / 20.000 / 04-09-1860 / Tilburg / geh. / RK
11 Mommers / Alphonsus V. / H 125 / Goirkestraat / wolfabrikant / 20.000 / 19-07-1870 / Tilburg / geh. / RK
12 Spaendonck van / Vincentius J.A./  O 593 / Hoevenseweg / lakenverver / 22.000 / 28-06-1845 / Tilburg / geh. / RK
13 Eras / Hubertus / H 495 / Goirkestraat / wolfabrikant / 18.000 / 06-09-1829 / Tilburg / geh. / RK
14 Eras / Johannes H.M. / H 577 / Goirkestraat / wolfabrikant / 18.000 / 13-02-1865 / Tilburg / ongeh. / RK
15 Spaendonck van / Antonius I.C. / M 431 / Markt / wolfabrikant / 18.000 / 19-06-1868 / Tilburg / geh. / RK
16 Blomjous / Josephus A. / N 248 / Spoorlaan / wolfabrikant / 18.000 / 15-10-1841 / Tilburg / geh. / RK
17 Kerstens / Johannes M.J. / N 951 / Heuvelstraat / wethouder / 18.000 / 09-02-1848 / Tilburg / geh. / RK
18 Bahlmann / Justine J. / M 453 / Zomerstraat / wolfabrikant / 17.000 / 31-03-1831 / Amsterdam / wed. / RK/ weduwe van B.Th.C. Sträter
19 Verbunt / Fransiscus J.B.J. / N 541 / Heuvel / wijnhandelaar / 18.000 / 14-09-1856 / Tilburg / geh. / RK
20 Dooren van / Henri E.A.L. / B 1057 / Korvelseweg / wolfabrikant / 16.000 / 22-02-1871 / Tilburg / geh. / RK
21 Bareel / Louise M.J./  B 1058 / Korvelseweg / wolfabrikant / 16.000 / 10-05-1844 / Brussel / wed. / RK / weduwe van A.L.A. Diepen
22 Maas / Peter W. / M 272 / Paleisstraat / notaris / 16.000 / 06-11-1857 / Valkenswaard / ongeh. / RK
23 Mutsaerts / Fransiscus J.M. / M 1086 / Stationsstraat / wolfabrikant / 16.000 / 30-03-1874 / Tilburg / geh. / RK
24 Heuvel van den / Fransiscus C. / M 1055a / Stationsstraat / steenfabrikant / 16.000 / 26-07-1866 / Culemborg / geh. / RK
25 Mutsaerts / Johannes F. / M 1229 / Heuvelstraat / wolfabrikant / 16.000 / 03-07-1863 / Tilburg / geh. / RK
26 Spaendonck van / Andreas J. / N 308 / Heuvel / wolfabrikant / 16.000 / 30-07-1833 / Tilburg / geh. / RK
27 Houben / Casper M.H. / O 577 / Hoevenseweg / lakenverver / 16.000 / 11-01-1862 / Tilburg / geh. / RK
28 Janssens / Johannes L. / K 112 / Gasthuisstraat / wolfabrikant / 15.000 / 13-03-1852 / Tilburg / geh. / RK
29 Janssens / Carolus S. / K 114 / Gasthuisstraat / wolfabrikant / 15.000 / 23-02-1857 / Tilburg / geh. / RK
30 Deprez / Julius J. / K 743 / Lange Nieuwstraat / stoomketelfabrikant / 15.000 / 27-03-1853 / Antwerpen / geh. / RK
31 Deprez / Cesar J. / K 744 / Lange Nieuwstraat / stoomketelfabrikant / 15.000 / 03-06-1856 / Antwerpen / geh. / RK
32 Weijers / Wilhelmus M. / M 1081 / Stationsstraat / steenfabrikant / 15.000 / 19-06-1846 / Beuningen / geh. / RK
33 Rooij de / Lambertus / M 1537 / Spoorlaan / steenfabrikant / 15.000 / 05-10-1840 / Tilburg / geh. / RK
34 Bruijelle / François A. / N 265 / Spoorlaan / meelhandelaar / 15.000 / 26-04-1863 / Roermond / geh. / RK
35 Bruijelle / Leon H. / N 266 / Spoorlaan / meelhandelaar / 15.000 / 14-01-1865 / Tilburg / geh. / RK
36 Verbunt / Henricus J.M. / N 298 / Heuvel / wijnhandelaar / 15.000 / 14-05-1868 / Tilburg / geh. / RK
37 Eras / Cornelis J. / K 117 / Gasthuisstraat / zonder beroep / 14.000 / 13-04-1826 / Tilburg / wed. / RK
38 Mutsaerts / Antonius N.M. / M 1091 / Stationsstraat / wolfabrikant / 14.000 / 06-12-1870 / Tilburg / ongeh. / RK
39 Mutsaerts / Wilhelmus J.F. / M 1488 / Willem II-straat / wolfabrikant / 14.000 / 14-10-1872 / Tilburg / geh. / RK
40 Hofland / Dirk A.P.C. / M 1573 / Spoorlaan / wolhandelaar / 14.000 / 10-12-1862 / Tilburg / geh. / RK
41 Beugen van / Maria J.L. / N 944 / Heuvelstraat / wolfabrikant / 14.000 / 30-03-1839 / Amsterdam / wed. / RK / weduwe van M. Goijarts
42 Houben / Joseph M.C. / O 603 / Hoevenseweg / lakenverver / 14.000 / 11-12-1863 / Tilburg / geh. / RK
43 Kerstens / Vincentius H.A. / M 261 / Zwijsenstraat / wolfabrikant / 15.000 / 06-01-1852 / Tilburg / wed. / RK
44 Loven / Petrus H. / M 1087 / Stationsstraat / notaris / 13.000 / 24-11-1838 / Weert / wed./  RK
45 Verbunt / Stanislaus J.H.M. / M 1194 / Nieuwlandstraat / wijnhandelaar / 13.000 / 17-03-1860 / Tilburg / geh. / RK
46 Lommen / Leo J.H. / M 1527 / Spoorlaan / vernisfabrikant / 13.000 / 01-11-1864 / Tilburg / geh. / RK
47 Jong de / Peter W. / M 1566a / Spoorlaan / steenfabrikant / 13.000 / 02-04-1865 / Joure / geh. / RK
48 Beer de / Julianus S.A. / N 290 / Heuvel / wolfabrikant / 14.000 / 27-09-1851 / Tilburg / ongeh. / RK
49 Beer de / Fransiscus J.A./  N 290 / Heuvel / wolfabrikant / 14.000 / 24-03-1849 / Tilburg / ongeh. / RK
50 Kessels / Mathijs J.H. / D 25 / Industriestraat / muziekinstr.fabrikant / 12.000 / 01-03-1858 / Heerlen / geh. / RK
51 Franken / Adriaan / H 135 / Goirkestraat / wolfabrikant / 12.000 / 08-03-1839 / Tilburg / geh. / RK
52 Mannaerts / Fransiscus N. / H 371 / Goirke / schoenfabrikant / 12.000 / 05-02-1852 / Tilburg / geh. / RK
53 Eras / Arnoldus Q.M. / H 577 / Goirkestraat / wolfabrikant / 12.000 / 30-09-1866 / Tilburg / ongeh. / RK
54 Swagemakers / Cornelis T. / K 162 / Gasthuisstraat / wolfabrikant / 12.000 / 09-11-1825 / Tilburg / wed. / RK
55 Pessers / Johannes F. / K 191 / Wilhelminapark / wolhandelaar / 12.000 / 04-12-1853 / Tilburg / geh. / RK
56 Brouwers / Martinus C. / M 775 / Nieuwlandstraat / wolfabrikant / 12.000 / 26-10-1837 / Tilburg / wed. / RK
57 Bree La / Jean A. / M 1077a / Stationsstraat / jurist / 12.000 / 20-06-1869 / Arnhem / ongeh. / NH
58 Daamen / Leonardus N. / M 1085 / Stationsstraat / kassier / 12.000 / 06-04-1860 / Tilburg / geh. / RK
59 Deelen / Karel A.F. / M 1104 / Stationsstraat / arts / 12.000 / 16-05-1862 / Druten / geh. /  RK
60 Verheijen v Esvelt / Fransisca A.M./  M 1105 / Stationsstraat / zonder beroep / 12.000 / 21-07-1838 / Boxmeer / wed. / RK / weduwe van J.F.J. van de Mortel
61 Pollet / Isabella T.P. / M 1243 / Willem II-straat / wolfabrikant / 12.000 / 22-10-1842 / Tilburg / wed. / RK / weduwe van V.A.A. Bogaers
62 Bogaers / Petrus J.A.W. / M 1244 / Willem II-straat / wolfabrikant / 12.000 / 25-08-1864 / Tilburg / geh. / RK
63 Janssens / Cornelis B. / M 1538 / Spoorlaan / fabrikant / 12.000 / 31-10-1867 / Tilburg / geh. / RK
64 Glabbeek van / Johannes A. / N 262 / Spoorlaan / wasser / 12.000 / 30-03-1845 / Zwolle / geh. / RK
65 Sala / Ludovicus J. / O 428 / St. Josephstraat / wolfabrikant / 12.000 / 09-07-1849 / Reek / geh. / RK
66 Berghegge / Johannes A. / O 887 / St. Josephstraat / bierhandelaar / 12.000 / 04-03-1850 / Delft / geh. / RK
67 Janssen / Augustinus H.V. / B 880 / Korvel / wolhandelaar / 11.000 / 31-07-1842 / Tilburg/  geh. / RK
68 Motte / Leonie M.V. / B 1022 / Korvel / wolfabrikant 11.000 / 01-12-1842 / Gent / wed. / RK / weduwe van A.A.J. van Dooren
69 Dooren van / Emile M.J.A. / B 1022 / Korvel / wolfabrikant / 11.000 / 31-07-1876 / Tilburg / geh./ RK
70 Mutsaerts / Norbertus A. / K 160 / Gasthuisstraat / wolfabrikant / 11.000 / 06-12-1870 / Tilburg / ongeh./ RK
71 Beer de / Lambertus T.M./  K 196 / Wilhelminapark wolfabrikant / 14.000 / 07-07-1867 / Tilburg / geh. / RK
72 Mutsaers / Wilhelmus P.A. / M 1230 / Heuvelstraat / burgemeester / 11.000 / 03-08-1833 / Tilburg / geh. / RK
73 Verbunt / Bernardus J.M. / M 1540 / Spoorlaan / wijnhandelaar / 11.000 / 04-11-1871 / Tilburg / geh. / RK
74 Lommen / Marie J.J.H. / O 209 / Koestraat / grossier manufactur / 11.000 / 07-12-1850 / Roermond geh. RK
75 Pessers / Bernardus V. / K 108 / Gasthuisstraat / wolhandelaar / 10.000 / 05-04-1865 / Tilburg / geh. / RK
76 Mommers / Marinus A. / K 177 / Wilhelminapark / wolfabrikant / 10.000 / 08-04-1863 / Tilburg / geh. / RK
77 Beer de / Johannes L.M. / K 187 / Wilhelminapark / wolfabrikant / 13.000 / 17-08-1870 / Tilburg / geh. / RK
78 Beer de / Charles J.M. / K 187a / Wilhelminapark / wolfabrikant / 13.000 / 18-09-1876 / Tilburg / geh. / RK
79 Beer de / Norbertus / K 198 / Wilhelminapark / wolfabrikant / 10.000 / 02-04-1831 / Tilburg / geh./  RK
80 Janssen / Augustinus A. / K 200 / Wilhelminapark / wolfabrikant / 10.000 / 03-12-1838 / Tilburg / geh. / RK
81 Weijers / Wilhelmus F. / K 545 / Gasthuisstraat / aannemer / 10.000 / 04-03-1836 / Beuningen / geh. / RK
82 Brouwers / Johannes L.F. / M 11 / Heuvelstraat / wolfabrikant / 10.000 / 27-12-1861 / Tilburg / geh. / RK
83 Bronsgeest / Theodorus C.J. / M 469 / Zomerstraat / koopman kol. waren / 10.000 / 13-10-1844 / 's-Gravenhage / geh. / RK
84 Wouters / Cornelis J.J. / M 573 / Zomerstraat / wolhandelaar / 10.000 / 22-09-1851 / Tilburg / geh. / RK
85 Sträter / Franciscus M. / M 574 / Zomerstraat / wolfabrikant / 10.000 / 13-04-1867 / Tilburg / geh. / RK
86 Eijl van / Arnoldus A.M. / M 731 / Zomerstraat / notaris / 10.000 / 15-07-1854 / Tilburg / geh./  RK
87 Eras / Petrus H.M. / M 753 / Nieuwlandstraat / ijzerhandelaar / 10.000 / 02-01-1867 / Tilburg / geh. / RK
88 Pollet (mej.) / Catharina M.J. / M 1022 / Noordstraat / zonder beroep / 10.000 / 26-08-1851 / Tilburg / ongeh. / RK
89 Pollet (mej.) / Johanna M.V. / M 1022/  Noordstraat / zonder beroep / 10.000 26-02-1857 / Tilburg / ongeh. / RK
90 Bellini / Helena E.M. / M 1108 / Stationsstraat / kassier / 10.000 / 11-12-1849 / Rotterdam / wed. / RK
/ weduwe van F.N. de Charro
91 Kerstens / Aloysius M.A. / M 1190 / Nieuwlandstraat / kassier / 10.500 / 20-10-1858 / Tilburg / geh. / RK
92 Janssen / Theodorus J. / M 1532 / Spoorlaan / wolfabrikant / 10.000 / 03-07-1842 / Tilburg / geh. / RK
93 Blomjous / Andreas J. / N 258 / Spoorlaan / houthandelaar / 10.000 / 07-10-1840 / Tilburg / geh. / RK
94 Swagemakers / Carolus A. / N 264 / Spoorlaan / steenkoolhandelaar / 10.000 / 07-02-1840 / Tilburg / geh. / RK
95 Bergh van den / Frederik B. / N 508 / St. Josephstraat / wolfabrikant / 10.000 / 12-09-1877 / Tilburg / ongeh. / NH
96 Bergh van den / Ferdinand A.L. / N 508 / St. Josephstraat / wolfabrikant / 10.000 / 24-02-1879 / Tilburg / ongeh. / NH
97 Janssens / Eduard F.A. / N 535 / Heuvel / sigarenfabrikant / 10.000 / 24-10-1834 / Tilburg / geh. / RK
98 Spaendonck van / Bernardus C.M. / O 889 / St. Josephstraat / wolfabrikant / 10.000 / 21-09-1870 / Tilburg / geh./ RK
99 Beer de / Thomas F.M. / K 198 / Wilhelminapark / wolfabrikant / 12.000 / 13-12-1868 / Tilburg / ongeh. / RK
100 Bloemen / Johannes F.J. / K 537 / Gasthuisstraat / arts / 10.000 / 14-01-1865 / Delden / geh. / RK