| 212. Brabantia Nostra | |||
|
Titel: |
Brabantia Nostra |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
drs. A. Plevoets |
|
Jaargang: |
IX (1991) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
1 |
|
Pagina’ s: |
27 |
In 1990 promoveerde Jan van Oudheusden uit Waalwijk op een studie over tijdschrift en beweging Brabantia Nostra. Zijn interessante proefschrift werd uitgegeven door de Stichting Zuidelijk Historisch Contact.
Brabantia Nostra werd in 1935 opgericht als tijdschrift met de bedoeling om van het lang achtergestelde gewest Brabant weer de kern te maken van de Nederlanden. In die zin past haar streven in het Groot-Nederlands gedachtengoed van die dagen zoals dat ook bij de bekende Gerard Knuvelder werd aangetroffen. Krachtig zette Brabantia Nostra zich in voor behoud van het streekeigene. Het rijke roomse leven speelde daarin een allesbepalende rol. Het tijdschrift bood ruimte aan regionalistische, culturele, religieuze, historische en artistieke bijdragen van Brabantse intellectuelen.
Brabantia Nostra kwam voort uit de katholieke studentenbeweging, waaronder voornamelijk St. Leonard, de studentenvereniging van de R.K. Leergangen te Tilburg. Gangmakers van het eerste uur waren dr. P.C. de Brouwer en F. van de Ven, de latere Tilburgse hoogleraar. Ook andere centrale figuren waren Tilburgse (oud-)studenten: Luc van Hoek, Jef de Brouwer, Geert Ruijgers en Piet Mutsaers. Al eerder in dit tijdschrift - in een boekbespreking van een studie over dr. H. Moller - merkten we op dat Tilburg met de R.K. Leergangen en hun alumni een intellectueel knooppunt was in Brabant.
Van Oudheusden geeft drie motieven op voor het ontstaan van Brabantia Nostra. De onderwijskundige en sociaal-economische ontwikkeling aan het begin van deze eeuw boden Brabant een basis voor zelfbewustzijn en emancipatiestreven. Neveneffecten van die ontwikkeling (ontkerstening, verstedelijking en inwijking van noorderlingen) deden daarnaast de behoefte gevoelen om voor de specifieke Brabantse cultuur op te komen. Kaderend in een algemeen gevoel bij katholieken dat er een culturele achterstand in Nederland goed te maken viel, voelde men dat in het bijzonder in en voor Brabant. Opvallend bij deze jonge Brabantse intellectuelen was hun kritische houding ten opzichte van het establishment van de katholieke zuil: het episcopaat en de RKSP.
In 1938 werd Brabantia Nostra verbreed tot een beweging met plaatselijke kringen (met op haar hoogtepunt ca. 1000 leden). Onder leiding van de propagandist Jef de Brouwer wilde men zo een ruimer publiek bereiken. De oorlog onderbrak de vele activiteiten die vanuit Tilburg werden ondernomen. In 1942 werd de uitgave van het tijdschrift gestaakt, na de weigering om zich in te schrijven in de Kultuurkamer. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Brabantia Nostra niet meer het succes gekend van haar korte vooroorlogse bestaan, hoezeer ook dr. P.C. de Brouwer het gedachtengoed bleef uitdragen. Van Oudheusden voert hiervoor verschillende verklaringen aan. Allereerst was er een nieuwe sociaal-economische situatie. Na een periode van herstel werd Brabant, onder stimulans van commissaris der koningin De Quay, snel gemoderniseerd. Veel van de Anglo-Amerikaanse cultuur was blijven hangen en infiltreerde verder. Oprichting van Benelux, EEG enz. bracht een grootschaliger denken met zich mee.
dr. P.C. de Brouwer (1874-1961) (Coll. RHC Tilburg).
Binnen Brabantia Nostra ontstond onzekerheid over de nieuwe koers. Het nieuwe medium tv bracht meer openheid en cultuurverbreding. Misschien mag men duidelijker stellen dat de ontzuiling bredere perspectieven opende. Daarnaast vraag ik mij af of particularisme en vooral regionalisme door fascisme en nationaal-socialisme geen 'besmette' houdingen waren geworden. Dit vestigt overigens de aandacht op de relatie van Brabantia Nostra tot het fascisme. Van Oudheusden bestrijdt terecht het beeld dat Brabantia Nostra aanleunde bij rechts-radicalisme. Weliswaar wortelden beide in een romantisch-conservatief gedachtengoed, maar Brabantia Nostra wees rassehaat en totalitaire staatsmacht af. Zo wees Brabantia Nostra ook samenwerking met Zwart Front af, maar steunde zij de Nederlandse Unie. Jammer is wel dat Brabantia Nostra nogal dualistisch de vooroorlogse ontwikkelingen in Italië en Duitsland beschreef en geen krachtige inzet toonde om het rechts-radicalisme te bestrijden.
Van Oudheusden heeft in zijn boek toch als eerste een goed doordacht en compleet beeld geschetst van een beweging die de Brabantse mentaliteit heeft beïnvloed en het culturele bewustwordingsproces heeft gestimuleerd. Vele oudere Tilburgers die P.C. de Brouwer en Frans Siemer hebben gekend, zullen alleen al daarom met plezier het boek kunnen lezen.
Dr.J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra, een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1990, XXXV, 397 blz., geïll., Bijdragen tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland, LXXXIV, ISBN 90-70641-34-8, f 62,50.




