Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
213. De Lindeboom VI
 

Titel:   

De Lindeboom VI

Ondertitel:   

Auteur:   

Rob van Putten

Jaargang:   

I (1983) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

1

Pagina’ s:   

24


Eind maart jl. verscheen Jaarboek VI van “De Lindeboom”, uitgegeven door de archiefdienst van de gemeente Tilburg. Het boek omvat ditmaal zeven interessante artikelen, die samen de periode van ca. 1300 tot 1968 bestrijken. Onder de titel: “Een hutje op de heide” doet de Tilburgse stadsarcheoloog drs. Henk Stoepker verslag van een archeologisch onderzoek op een terrein, gelegen op de hoek Reitse Hoevenstraat-Lage Witsiebaan. Uit het onderzoek blijkt, dat op deze plaats in de 14e eeuw een heideveld was gelegen, met een klein ven erop. Op het heideveld stond een hutje of schuurtje. Aan het eind van de 15e eeuw is het ven gedicht, en heeft men op het heideveld een akker aangelegd. Hiermee was ook het hutje weer verdwenen. Een boeiend artikel, dat een duidelijk beeld geeft van de werkwijze van de archeoloog.

Over een interessant aspect van de Tilburgse bestuursgeschiedenis vertelt C. Weijters in zijn artikel over het “college der 22 mannen”. Dit 24 college, opgericht in 1602, was samengesteld uit representanten van de 11 herdgangen (wijken). Het speelde gedurende een lange reeks van jaren een belangrijke rol als adviesorgaan van het gemeentebestuur, met daarbij vergaande bevoegdheden op financieel terrein. Het college verdween weer vrij plotseling aan het eind van de l7e eeuw.

Een uit België afkomstige grafzerk inspireerde J.A.J. Becx tot het schrijven van een artikel over Adriaan Geerincx, dispensier van de adbij van Tongerlo. Het artikel vormt een belangrijke bijdrage tot de geschiedschrijving van de Tilburgse Tongerlose Hoef.
De armoede en de armenzorg in Tilburg in de 16e, 17e en 18e eeuw worden beschreven door drs. A. Plevoets. Voedselschaarste, besmettelijke ziekten, oorlogen en de lage lonen in de textielnijverheid waren de voornaamste oorzaken van de armoede in Tilburg in de 17e en 18e eeuw. De armenzorg was in handen van de “Tafels van de Heilige Geest”, een van oorsprong kerkelijk instituut, dat in de loop der tijd echter een toenemende secularisatie onderging. Plevoets gaat in zijn artikel uitvoering in op het ontstaan van de Tafel, de armen-middelen, de armenzorg vanaf ca. 1550 en de toenemende overheidsbemoeienis vanaf ca. 1650.

Onder de titel: ‘Een moderne textielfabriek omstreeks 1830’ geeft drs. Ton Wagemakers een industrieel- archeologische reconstructie van de textielfabriek ‘Pieter van Dooren’, gelegen aan de Hilvarenbeekseweg. Deze fabriek, opgericht in 1825 en afgebroken in 1975, was een der eerste moderne textielfabrieken in ons land. Behalve een beschrijving van gebouwen en machines wordt er de nodige aandacht besteed aan het productieproces, aan de financiering en aan de arbeidsverhoudingen. Met deze aanpak vanuit meerdere disciplines wordt aangetoond dat industriële archeologie meer omvat dan alleen maar het beschrijven van architectuur.

Over sociale onrust en vroege organisatievormen onder de arbeidende bevolking in Tilburg gedurende de periode 1825-1875 schrijft drs. Henk van Doremalen. De auteur behandelt eerst een aantal te Tilburg plaatsgehad hebbende uitingen van verzet, zoals in 1827, toen men zich verzette tegen de plaatsing van een stoommachine in de textielfabriek van ‘Pieter van Dooren’, het protest tegen de invoering van een schutterijplicht in 1829, en de rellen op de Veldhoven in 1858. Daarna gaat de auteur nader in op de onderlinge hulp onder de arbeidende bevolking. Een voorbeeld hiervan zijn de “zieken- en begrafenisbussen” (een daarvan, het leerbewerkersgilde “St. Crispinus en Crispinianus” wordt elders in dit tijdschrift uitvoerig beschreven). Opvallend is dat het saamhorigheidsgevoel onder de leden van de gilden beperkt bleef tot de eigen beroepsgroep. Voorts wordt er kort ingegaan op de mislukte poging in Tilburg een afdeling van de ‘Internationale’ op te richten.

Over het veelbewogen leven van Louis van den Brekel (1866-1938), achterneefvan de kleermaker Jacobus van den Brekel, schrijft dr. ir. C.H.J. van den Brekel een zeeÍ boeiend relaas. Louis, die later een niet onbelangrijke rol zou gaan spelen in de Tilburgse horeca-wereld, begon rond de eeuwwisseling als kastelein, emigreerde in 1909 naar de Verenigde Staten om er te ‘boeren’, keerde in 1910 weer terug en bouwde in l9l2 op de Heuvel hotel ’Modern’. Hij verkocht het in 1917 en kocht het weer terug in 1925.In deze tijd werd Louis wel ‘den burgemeester van den Heuvel’ genoemd. In 1934 kwam Louis in financiële problemen, en ging failliet. ‘Modern’ werd gekocht door zoon Jos, die ook de exploitatie overnam. In 1968 werd het bedrijf verkocht aan de AMRO-bank. Het pand werd tenslotte in 1969 gesloopt. 

Jaarboek VI van “De Lindeboom” is verkrijgbaar in de boekhandel en kost ƒ 19,50.