| 214. De Lindeboom VII | |||
|
Titel: |
De Lindeboom VII |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Rob van Putten |
|
Jaargang: |
II (1984) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
17-18 |
Onlangs verscheen al weer deel VII van ‘De Lindeboom’, jaarboek van de Archiefdienst van de gemeente Tilburg. Het boek omvat ditmaal vier artikelen.
Verkiezingen
De eerste algemene verkiezingen in ons land werden gehouden in 1796. Het waren de verkiezingen voor de Nationale Vergadering, die tot taak kreeg een grondwet samen te stellen voor de in1795 gevormde Bataafse Republiek. Dat deze verkiezingen in Tilburg niet zonder de nodige strubbelingen verliepen. beschrijft C.J. Weijters in zijn artikel ‘Ter stembus voor de Nationale Vergadering’.
Kerkrestitutie
Bij de verovering van de Zuidelijke Nederlanden op de Spanjaarden was de hervormde kerk staatskerk geworden. Dit had tot gevolg dat de parochiale kerk in Tilburg in 1633 door de hervormden in bezit werd genomen. De Tilburgse katholieken, die veruit de meerderheid vormden, moesten hun godsdienstoefening voortaan houden in de open lucht, in schuilkerken of in Poppel (België). Toen in 1795 de Fransen ons land binnenvielen kwam er een eind aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het generaliteitsland Brabant werd een zelfstandig gewest. “De katholieke Brabander kon er vrij zijn eigen, katholieke godsdienst uitoefenen, een recht dat meer dan anderhalve eeuw daarvoor verloren was gegaan.” De katholieken dachten de kerk weer spoedig terug te krijgen en dienden hiertoe een verzoek in bij de drossaard, die echter afwijzend beschikte. Verscheidene pogingen om de kerk weer in het bezit te krijgen mislukten. In 1809, hetzelfde jaar waarin hij Tilburg stadsrecht verleende, bepaalde Koning Lodewijk Napoleon dat de parochiale kerk weer aan de katholieken zou worden teruggegeven. Voor de hervormden zou een nieuwe kerk gebouwd worden. Het zou echter nog duren tot 1 januari 1823 voordat de kerk weer door de katholieken in gebruik kon worden genomen. De gebeurtenissen in de periode 1795- 1823, die leidden tot de teruggave van de kerk aan de katholieken, wordt helder uiteengezet in het artikel ‘Kerkrestitutie in Tilburg’ van de hand van A.H. de Haan, die zich hierbij vooral baseerde op de archieven van de kerkeraad en de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente te Tilburg.
De enquêtecommissie
Lage lonen en werktijden van 12 tot 14 uur, dat was het lot van de arbeiders in de Tilburgse wollenstoffenfabrieken, zo’n honderd jaar geleden. In 1887 maakte de Tweede Kamer gebruik van het recht van enquête om na te gaan hoe het was gesteld met de arbeidsomstandigheden in de Nederlandse fabrieken en werkplaatsen. De parlementaire enquêtecommissie richtte haar aandacht daarbij vooral op industriecentra zoals Amsterdam, Maastricht en Tilburg. 18 In zijn artikel ‘Tilburg en de Arbeidsenquête van 1887’geeft drs. Henk van Doremalen een beeld van de werkwijze van de commissie, schetst achtergronden en plaatst een aantal kanttekeningen. Onder de 23 Tilburgse getuigen (allen mannen!) die door de commissie werden verhoord waren 9 fabrikanten, 3 meesterknechts en 2 geestelijken. Opvallend is dat er geen arbeiders zijn verhoord, hetgeen Van Doremalen een gemiste kans noemt. Wel ontving de commissie een aantal anonieme brieven, die evenwel niet in het eindverslag van de commissie werden verwerkt. Uit het artikel komt naar voren dat de commissie te veel is voorbijgegaan aan onduidelijkheden en tegenspraken bij de getuigenverhoren, dat het probleem van de kinderarbeid min of meer wordt gebagatelliseerd en dat het eindverslag waarschijnlijk geen juist beeld geeft van de arbeidsomstandigheden in Tilburg.
Archeologie
Onder de titel ‘Een kijkje in de keuken van een zeventiende-eeuwse molenaar’ doet de Tilburgse stadsarcheoloog drs. Henk Stoepker verslag van een opgraving. In maart 1981 werd het pand Molenstraat 1-3 gesloopt, ondanks protesten van diverse zijden. Het was een uniek pand. want het was het enige nog in Tilburg bestaande l7e-eeuwse Kempische langgevelhuis. Het was vroeger een molenaarswoning, zoals bleek uit een archiefonderzoek. Gelukkig kon er nog voor en tijdens de sloop een bouwkundig en archeologisch onderzoek ingesteld worden. Het onderzoek van de fundering toonde aan dat het pand omstreeks 1550 gebouwd moest zijn. Het artikel geeft, naast een historische inleiding, een beschrijving van het archeologisch onderzoek en een overzicht van de diverse vondsten. Zo vond men onder het zand op het erf resten van 17e-eeuwse aardewerken schotels, steelpannen, grapes (kookpotten) en kommen.
Jaarboek VII van “De Lindeboom” is verkrijgbaar in de boekhandel en kost ƒ 19,50.




