| 568. Van Asseldonk | |||
![]() |
|||
|
Titel: |
Van Asseldonk |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Lauran Toorians |
|
Jaargang: |
XX (2002) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina’ s: |
108-109 |
Op vrijdag 21 juni jl. promoveerde Martien van Asseldonk aan (toen nog) de KUB tot doctor. Lezers van het
Brabants Dagblad kennen Van Asseldonk door de columns die hij schrijft vanuit Afghanistan, waar hij verblijft als trainer en adviseur voor ontwikkelingsorganisaties, maar hij is ook alweer geruime tijd actief als selfmade historicus die zich verdiept in de geschiedenis van de Meierij van ’s-Hertogenbosch.
Het proefschrift waarop Van Asseldonk promoveerde, is zo dik geworden dat de voorziene handelseditie niet haalbaar bleek. Binnenkort verschijnt echter bij de Stichting Zuidelijk Historisch Contact een uitgedunde versie waarvoor de tekst inmiddels gereed is. Onderwerp van het boek is de complexe materie van (dorps)grenzen in de periode van rond 1200 (waar de bronnen beginnen) tot aan de start van het kadaster in 1832. Tal van middeleeuwse en vroegmoderne instellingen en jurisdicties hadden hun eigen grenzen en Van Asseldonk betoogt dat het vooral de totale ontreddering in de Meierij tijdens en in de nasleep van de Tachtigjarige Oorlog is geweest, die ertoe heeft geleid dat dorpsgrenzen steeds meer gefixeerd werden. Dorpen – en ook tal van andere instellingen – raakten diep in de schulden en moesten regelmatig geld opbrengen om de oorlog mede te financieren of om plundering af te kopen. Daarmee werd het van het allergrootste belang te weten wie bij de dorpsgemeenschap hoorde, en dus moest meebetalen, en wie daarbuiten viel. Om dit alles te onderbouwen, beschrijft Van Asseldonk in detail alle mogelijke instellingen en hun ontwikkelingen gedurende de behandelde periode. Hij ontsluit daarmee op systematische (en thematische) wijze een schat aan historische informatie.
Wat Van Asseldonk in zijn boek over Tilburg en Oisterwijk heeft te zeggen – en dan vooral over de ontstaansgeschiedenis – verscheen ook als artikel in
De Kleine Meierij 52 (2002) 63-70. Dat hij zijn werk afsloot juist voordat het boek
Tilburg, stad met een levend verleden verscheen, is natuurlijk jammer, maar niet onoverkomelijk. Belangrijker is dat Van Asseldonk (zelf afkomstig uit Veghel) de westelijke Meierij duidelijk veel minder goed kent dan het gebied ten oosten van de hoofdstad. Los van de analyse die de rode draad van het proefschrift vormt, heeft hij dan ook weinig echt nieuws te melden over Tilburg en omstreken, terwijl hij duidelijk ook zaken heeft gemist. Zo viel mij op dat hij in zijn bibliografie wel het boek van Pieter van Beers over
De heerlijkheid Venloon (Loon op Zand 1999) vermeldt, maar hij dit boek niet (of alleen vluchtig) heeft gelezen.
Puur aan de lokale geschiedenis voegt dit lijvige werk dus weinig toe, maar met die opmerking is het boek geen recht gedaan. Van Asseldonk schetst het ontstaan en de ontwikkeling van tal van instellingen op lokaal en regionaal niveau, en biedt daarmee een uitstekende inleiding om die instellingen te leren kennen en begrijpen. Zoals gezegd ontsluit hij daarbij ook een berg literatuur en bronnen, en bovendien levert hij een bijdrage aan de discussie over grenzen, een discussie die hij mijns inziens niet beslecht maar wel een stevige impuls geeft.
M.M.P. van Asseldonk, De Meierij van ’s-Hertogenbosch. De evolutie van plaatselijk bestuur, bestuurlijke indeling en dorpsgrenzen, circa
1200-1832. Proefschrift KUB, 2002, 712 pp. + cd-rom met bijlagen.
N.B. Zie voor een uitvoerige recensie: De Kleine Meijerij, 53, 2002, nr. 3, p. 101-103.








