Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
229. Ritueel en de eerste boeren in Tilburg
 

Titel:   

Ritueel en de eerste boeren in Tilburg

Ondertitel:   

Auteur:   

Nico Arts *

Jaargang:   

XVII (1999) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

92-93

 

Afgelopen mei is weer een nieuwe archeologische vondst bekend geworden uit de gemeente Tilburg. Het is een prehistorische stenen bijl. Deze werd reeds omstreeks 1992 door Bas van Abeelen gevonden bij het graven van een sloot juist ten noorden van het Wilhelminakanaal nabij de Voldijk. Medewerkers van het Tilburgse Instituut voor Toegepast Historisch Onderzoek, die niet ver van de vindplaats een archeologisch booronderzoek uitvoerden, werden door de eigenaar attent gemaakt op deze vondst. Vervolgens kon de vondst worden getekend en is ze opgenomen in de landelijke registratie van archeologische vondsten, die wordt bijgehouden door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort.

De bijl (afmetingen: 113 x 49 x 15 mm) is van vuursteen en heeft aan het oppervlak een roodbruine kleur. Deze kleur is ontstaan door chemische inwerking in de bodem en wijst op langdurig verblijf van het voorwerp in een natte, ijzerrijke omgeving. Aan een drietal kleine recente beschadigingen is te zien dat het vuursteen onder de roodbruine verkleuring beige en grijs van kleur is. Het voorwerp is gemaakt uit een grote knol vuursteen, die in de juiste vorm is gekapt. Vervolgens is het oppervlak, met name aan het snijvlak, gedeeltelijk gepolijst. Aan de top bevinden zich nog kleine deeltjes 'cortex': de oorspronkelijke verweringslaag van de vuursteenknol.

De bijl stamt uit een van de slechtst bekende perioden uit de Noord-Brabantse voorgeschiedenis, namelijk de tijd tussen ongeveer 6.000 en 4.200 jaar geleden. Verondersteld wordt dat ergens in het begin van deze periode de leefwijze van jagen en verzamelen (de middensteentijd ofwel het Mesolithicum) plaatsmaakte voor die van een op landbouw en veeteelt gebaseerd bestaan (de nieuwe steentijd ofwel het Neolithicum). Het duizenden jaren oude nomadische bestaan van de toenmalige bewoners van de Brabantse zandgronden werd dus vervangen door een fundamenteel andere leefwijze, waarin onder andere sprake was van permanente nederzettingen.Voor het eerst werden huizen gebouwd, die tot ver in de Middeleeuwen voornamelijk van hout waren, met lemen wanden en daken van stro of planken. Ook op materieel gebied veranderde er veel. Zo werden voor het eerst aardewerken potten gemaakt voor het bereiden en de opslag van voedsel. Een andere opvallende verandering was de introductie van de gepolijste bijl. Dergelijke bijlen werden vermoedelijk vooral gebruikt voor het kappen van bomen en het bewerken van hout. Het waren echter vrij kostbare gereedschappen want de grondstof voor het maken van dergelijke bijlen moest van ver komen. Meestal betrof dat vuursteen dat onder meer werd verkregen uit verafgelegen vuursteenmijnen, zoals die van Rijckholt-St. Geertruid in het zuiden van Limburg.

Van het huidige grondgebied van de gemeente Tilburg zijn thans zo'n tien gepolijste vuurstenen bijlen bekend. Van de Noord-Brabantse zandgronden zijn er inmiddels al vele honderden bekend. Dit aantal lijkt misschien wel groot, maar men dient zich te realiseren dat ze dateren uit een tijdspanne van bijna 2000 jaar. Afgaande op de thans bekende vondsten kan er dus slechts om de enkele jaren een bijl in de Brabantse bodem terecht zijn gekomen. 

Voor-, achter- en zijaanzicht van de Neolithische bijl, gevonden aan de Voldijk in Tilburg
(tekening Nico Arts, 1999; hoogte bijl 11,3 cm).

Een groot aantal van die bijlen is kennelijk nooit gebruikt, althans ze zien er redelijk 'nieuw' uit. Dit geldt ook voor het bij de Voldijk gevonden exemplaar. Vaak worden dergelijke 'ongebruikte' bijlen gevonden op destijds min of meer ontoegankelijke plaatsen in het landschap. Het gaat hierbij om laaggelegen drassige terreinen, zoals onder andere de dalen van beken. Op de hoger gelegen drogere gronden bouwde men huizen en werden akkertjes aangelegd. De bijl van de Voldijk komt uit de nabijheid van een destijds nat en relatief ontoegankelijk gebied. In dergelijke terreinen zijn de afgelopen eeuw al veel archeologische 'kostbaarheden' gevonden. Dat zijn niet alleen complete stenen bijlen, maar ook voorwerpen zoals bronzen speerpunten, bronzen bijlen en bijvoorbeeld ook muntschatten uit het begin van onze jaartelling. Archeologen denken steeds meer dat dergelijke voorwerpen opzettelijk aan het landschap zijn toevertrouwd. Ze zullen zijn weggeworpen als offer voor de goden. Ook het door Bas van Abeelen gevonden bijltje kan het resultaat zijn van een dergelijk ritueel.

* Nico Arts is stadsarcheoloog van Eindhoven