| 631. Beknopte historische geografie van Moerenburg | |||
|
Titel: |
Beknopte historische geografie van Moerenburg |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XXIV (2006) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
35-40 |
In het voorjaar van 2005 werden tijdens graafwerkzaamheden op het terrein van de eerder dat jaar buiten gebruik gestelde rioolwaterzuivering aan de Hoevensekanaaldijk bij toeval de resten gevonden van de 14e-eeuwse omwaterde hoeve Moerenburg. Onderstaand artikel wil een beeld schetsen van de ontwikkeling van het landschap rond deze hoeve. De nadruk ligt daarbij op de waterlopen die mede het landschap hebben gevormd, en op het in grote lijnen nog steeds aanwezige middeleeuwse wegenpatroon.
Inleiding
Moerenburg is de benaming voor een kleinschalig landelijk gebied, gelegen aan de oostkant van Tilburg. Het wordt in het noorden begrensd door de spoorweg naar Boxtel (1865), in het westen door het Wilhelminakanaal (1923), in het oosten door de Burgemeester Bechtweg (1998) en in het zuiden door de rijkswegen A65 (1967) en A58 (1971).(1)
Het gebied dankt zijn naam aan het omwaterde huis dat in 1358 voor het eerst in de archieven voorkomt als “Mansionem vulgariter dictam Moerenborch” (vrij vertaald: de hoeve die gewoonlijk wordt aangeduid als Moerenborch).
(2) Door de verkoop in 1384 aan de abdij van Tongerlo kreeg het gebouw de bestemming pastorie. Gedurende bijna drie eeuwen zou dit huis de standplaats blijven van de pastoor van de parochies Tilburg en Enschot. In of kort na 1750 werd het gebouw gesloopt. Lange tijd bestond er onzekerheid over de juiste locatie ervan. Een archeologisch onderzoek, uitgevoerd in juli 2005, wees uit dat het huis Moerenburg aan de westzijde van de huidige Moerenburgseweg heeft gestaan. De naam is afgeleid van ‘moer’ dat veengrond of moeras betekent, en van ‘borch’ dat onder meer versterkte woning kan betekenen.
Moerenburg behoorde tot de herdgang Loven. Het was vroeger een deel van de Loven
acker, een omvangrijk akkercomplex dat reeds in 1433 vermeld wordt, en waartoe ook het gehucht
Enthoven en de Armhoefse akkers behoorden. De zuidgrens ervan reikte tot aan de Kommerstraat.
Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat Moerenburg een bewoningsgeschiedenis heeft die teruggaat tot het Neolithicum (nieuwe steentijd, 3000-2000 v.Chr.). Vondsten uit de bronstijd (2000-800 v.Chr.), de ijzertijd (800-12 v.Chr.), de Romeinse tijd (12 v.Chr.-450 n.Chr.) en recent nog uit de 7e eeuw
(3) tonen aan dat de omstandigheden in Moerenburg door de eeuwen heen aantrekkelijk genoeg waren om zich hier te vestigen. Vaststaat dat hier al sedert de Middeleeuwen agrarische activiteiten plaatsvinden.
Dit kaartfragment door Hendrik Verhees (1790, kopie 1916) geeft een
beeld van de laat-Middeleeuwse structuur van Moerenburg, die heden
ten dage nog grotendeels herkenbaar is. (Coll. RAT).
In Moerenburg vinden we akkers, weilanden, natte graslanden, bosjes, heggen, waterlopen, moerasbos en visvijvers. De grote variatie aan landschapselementen en de daarmee verbonden rijkdom aan planten- en diersoorten maken Moerenburg tot een gebied met een grote landschappelijke waarde.(4)
Dit komt ook al tot uitdrukking in een bestemmingsplan uit 1983 waarin gesproken wordt van een
Landschappelijk interessant gebied met een gezond agrarisch gebruik.
Dankzij de geïsoleerde ligging kon Moerenburg ontsnappen aan de aandacht van plannenmakers, waardoor het gebied betrekkelijk ongeschonden bleef. Alleen in het zuiden en het uiterste oosten vonden vanaf 1941 diverse verstoringen plaats door de aanleg van de Meierijbaan, knooppunt
De Baars, de rijkswegen A65 en A58 en de Noordoosttangent.
Geologie, geomorfologie, bodem en grondgebruik
Tilburg ligt binnen de Roerdalslenk (vroeger Centrale Slenk genoemd), een ten opzichte van de omgeving gedaald gebied, dat circa 200 miljoen jaar geleden ontstond als gevolg van breuken in de aardkorst. Gedurende honderdduizenden jaren hebben de Rijn en de Maas hier lagen zand en grind afgezet, met een totale dikte van vele tientallen meters. Boven op deze riviersedimenten ligt een pakket
dekzand met een gemiddelde dikte van 5 tot 10 meter. Het bestaat uit fijnkorrelige wind- en beekafzettingen en veen. Dit pakket noemen we tegenwoordig de
Boxtel Formatie.(5)
Een belangrijk deel van Moerenburg wordt in beslag genomen door het brede, deels moerassige dal van het riviertje de Leij met zijn zijstroompjes. Door de aanwezigheid van dit beekdal bestaan er op korte afstand hoogteverschillen van twee meter en meer. Globaal neemt de hoogte van het terrein zowel van noord naar zuid als van west naar oost af. Het hoogste punt bevindt zich ter hoogte van het Longa-terrein (> 13,5 meter +NAP), terwijl in het dal van de Leij de gemiddelde hoogte minder dan 11,5 meter +NAP bedraagt. Tussen de Broekstraat en de Leij ligt de maaiveldhoogte plaatselijk zelfs op 10,5 meter +NAP. Het microreliëf wordt niet alleen bepaald door de oorspronkelijke beekdalen en fossiele resten van rivierduintjes, maar ook door vroegere menselijke activiteiten zoals het plaatselijk ophogen van akkers en het steken van turf.
De hogerliggende delen van het gebied zijn al vele eeuwen in gebruik als landbouwgrond.(6)
Door het opbrengen van heideplaggen en mest kon zich hier een mineraalrijke, humushoudende bovenlaag vormen met een gemiddelde dikte van 50 tot 80 cm. We noemen dit
enkeerdgrond. Evenals elders in Tilburg is de bodem ook hier op sommige plaatsen sterk leemhoudend.
In de beekdalen, die vanouds in gebruik zijn als weide, vinden we beekafzettingen en veen. In het verleden moet hier op tal van plaatsen turf gestoken zijn.
Het gedeelte tussen de Kommerstraat en de Meierijbaan bestond vroeger uit heide. Het behoorde tot de gemeenschappelijke gronden, de
gemeijnt. De bodem bestaat hier uit een door uitloging ontstane loodgrijze mineraalarme bovenlaag met daaronder een donkergekleurde mineraal- en humusrijke inspoelingslaag. Dit bodemtype,
veldpodzol geheten, is kenmerkend voor een met heide begroeid gebied met een relatief hoge grondwaterstand. In 1700 bevond zich hier een aangelegd bos, de
Cleijne Warande.Op de kaart van Zynen (1760) heet het de Warandekens.(7)
Waterlopen
De Nieuwe Leij, meestal gewoon Leij genoemd, ontstaat in de gemeente Goirle door de samenvloeiing van de Poppelsche en de Rovertsche Leij, die beide hun oorsprong hebben in het gebied tussen Ravels en Weelde. Tussen Goirle en Berkel-Enschot stroomt de beek door een honderden meters breed dal dat vroeger erg moerassig was. Er lagen veel poelen en plassen waarin gevist en gezwommen werd, en waarop ’s winters kon worden geschaatst. Vanaf de Kommerstraat tot de uitmonding van de Zwartreit vormde het riviertje vroeger de grens met de gemeente Berkel-Enschot. Onder de naam
Voorste Stroom gaat het vervolgens richting Oisterwijk, waar het met de Achterste Stroom (Reusel) samenvloeit tot
Esschestroom.
Het brede beekdal van de Leij moet ontstaan zijn tijdens de laatste ijstijd (120.000 – 10.000 jaar geleden), toen ’s zomers grote hoeveelheden smeltwater moesten worden afgevoerd.
Enkele honderden meters ten zuiden van de Nieuwe Leij loopt de Oude Leij. Dit is een oude bedding van de Leij die zich vroeger in Goirle ter hoogte van de watermolen afsplitste van de Nieuwe Leij. Deze sterk vergraven waterloop vormt (vormde) van oudsher de grens tussen Goirle en Tilburg enerzijds en Hilvarenbeek en Berkel-Enschot anderzijds. Hij komt ook voor onder de naam
Landscheiding. Een voormalige, verzande Leijbedding tussen de Nieuwe Leij en de Landscheiding is aan het eind van de negentiende eeuw weer uitgegraven ten behoeve van de afvoer van fabriekswater (‘Vuile Leij’). Deze waterloop, die ook Oude Leij wordt genoemd, mondt in het moerasbos langs de Hoevensekanaaldijk uit in de Oude Leij/Landscheiding.

De Zwartreit in Moerenburg, 1994. (Foto Rob van Putten).
De Korvelse Waterloop begon vroeger ten zuidoosten van het Korvelplein, bij ‘de Poel’. De waterloop liep vandaar in min of meer oostelijke richting. Even ten westen van de Moerenburgseweg nam deze de Waterloop nr. 16 in zich op om ten slotte bij de Koebrugseweg in de Leij uit te monden. De Korvelse waterloop liep door een relatief breed dal, dat in de Bisschop Zwijsenstraat nog steeds goed waarneembaar is. De Piushaven en het zijkanaal liggen gedeeltelijk op de voormalige bedding. Waar de Beeksedijk (de huidige Lanciersstraat-Kruisvaardersstraat) de waterloop kruiste, bevond zich vroeger een voorde, een doorwaadbare plaats, het ‘Voortveecken’ geheten.
Mogelijk heeft de Korvelse waterloop in verbinding gestaan met de gracht om het huis Moerenburg. Al op de kaart van Zynen uit 1760 is duidelijk te zien dat de waterloop in Moerenburg niet meer de natuurlijke bedding volgde. Zo liep hij bij de Koebrugseweg aangekomen, langs de oostzijde van deze weg tot aan de uitmonding in de Leij. Op de kadasterkaart van 1832 is aan de grillige vorm van de perceelsgrenzen ten westen van de Koebrugseweg nog duidelijk te zien wat de oorspronkelijke loop moet zijn geweest. Nog niet zo lang geleden is de uitmonding in de Leij weer meer in overeenstemming gebracht met de oorspronkelijke situatie.

De Leij en de Korvelse waterloop komen samen, 1994. (Foto Rob van Putten).
De Pomploop (Waterloop nr. 16) begon bij de pomp op de Heuvel, liep langs het gehucht Enthoven, door de Armhoefse akkers en verenigde zich in Moerenburg met de Korvelse waterloop. Een deel van waterloop nr. 16 loopt nog steeds langs de noordzijde van het terrein van de rioolwaterzuivering.(8)
De oorsprong van de Zwartreit moeten we zoeken in ‘de Schijf,’ nabij de huidige Missionarisstraat. Vandaar ging de beek noordwaarts, langs de Veldhoven, boog even ten zuiden van het Julianapark af in noordoostelijke richting en ging ten slotte ter hoogte van de tegenwoordige Watermanstraat zuidoostwaarts tot aan de uitmonding in de Nieuwe Leij.
Reit of rijt zijn benamingen die we vaker tegenkomen bij waterlopen. ‘Zwart’ in Zwartreit zou een verbastering kunnen zijn van ‘zwet’, dat grens betekent. Deze mogelijke verklaring wordt ondersteund door het feit dat het noord-zuid lopende deel eeuwenlang de grens met Berkel vormde. Van deze waterloop resteert alleen nog een gedeelte ten zuiden van Industrieterrein Loven. Dat de Zwartreit de dekzandrug tussen Tilburg en Oisterwijk doorsnijdt, zou er volgens Winkelmolen op kunnen duiden dat de waterloop is gegraven.(9) Het duidelijk meanderende dal ten zuiden van de spoorweg wijst echter op een natuurlijke beek.
Wegen
Uit toponymisch onderzoek komt naar voren dat het huidige wegenpatroon in Moerenburg al in de late Middeleeuwen aanwezig was. Tot de aanleg van de spoorweg naar Boxtel in 1865 werd Moerenburg in het noorden begrensd door het
Pelgrimspad, een eeuwenoude verbindingsweg die vanaf de Heuvel in de richting van
’s-Hertogenbosch liep. Delen van dit pad bestaan nog steeds. Even ten noorden ervan lagen de agrarische kernen
Groot Loven en Klein Loven.
De Oisterwijksebaan vormde vroeger de belangrijkste verbinding met Oisterwijk. Al in 1545 komt de straat voor als
‘Heerstraet’.(10) Ze begon aan de Heuvel en liep via de huidige St. Josephstraat verder oostwaarts, over het nog steeds bestaande tracé. Dat er in deze straat over het kanaal een draaibrug ligt, herinnert nog aan de (nooit gerealiseerde) tramverbinding met Oisterwijk. Later boette het door Moerenburg lopende tracé sterk aan belang in ten gunste van de Broekstraat. Tegenwoordig loopt de weg dood tegen het talud van de Burgemeester Bechtweg. Waar de Oisterwijksebaan waterloop de Zwartreit kruiste, lag vroeger een voorde. Dit was de
Avoirt, die reeds voorkomt in een akte uit 1421. Voorden lagen vrijwel altijd in een S-bocht ten opzichte van de beek.(11) Dit kunnen we nog steeds zien aan de ‘knik’ in het beloop van de weg.
De Broekstraat, voorbij de Zwartreit Zandstraat geheten, is een voorbeeld van een
beekdalnederzetting, een langgerekte nederzetting die gesitueerd is aan de rand van een beekdal.
De akkers liggen op de hogergelegen gronden, de wei- en hooilanden liggen in het beekdal. Op de overgang hiervan bevindt zich de bebouwing. Aan de Broekstraat staan nog twee monumentale boerderijen: de nummers 6 (uit 1747; gemeentelijk monument) en nummer 8 (uit 1711; rijksmonument). Voorts staan hier nog enkele 19e- en 20e-eeuwse boerderijen. Ook aan de Zandstraat staan enkele fraaie boerderijen, zoals de nummers 5 (1906), 7 (ca. 1905), 10 (ca. 1900) en 11 (1891). Dat we hier te maken hebben met een oude nederzetting moge blijken uit het feit dat ‘die Broeckstraet’ al in de 16e eeuw in schriftelijke stukken voorkomt in relatie tot agrarische activiteiten. Op de kaart van Zynen heet de straat
Moerstraat. Zowel ‘broek’ als ‘moer’ verwijst naar zompig, moerassig land.

Fragment van de ‘Kaarte der Heerlykheeden van Tilborg en Goirle’, vervaardigd door de
landmeter Diederik Zijnen in 1760. (Coll. RAT).
De Kommerstraat, in 1481 ‘Commerstraet’ geheten, was onderdeel van de weg van Tilburg naar Moergestel. Vroeger splitste ze zich ter hoogte van de ‘Hogen Dries’ af van de Oisterwijksebaan (thans St. Josephstraat). De plaats waar de straat begon is nog steeds zichtbaar aan de schuin verlopende voorgevelrooilijn van de panden St. Josephstraat 18 en 20.
Ook de Kommerstraat mogen we beschouwen als een beekdalnederzetting, waarbij de beek in dit geval de Korvelse waterloop was. Door de aanleg van het Wilhelminakanaal en het zijkanaal verdween een groot deel van deze straat.
De straatnaam kan verklaard worden door aan te nemen dat hierlangs de ‘commer’ (last, in dit geval de ‘tiend’)(12) naar de pastorie werd gebracht.(13) Wat deze aanname ondersteunt is de vermelding van het
Moerborgs Spijkerhuis in een akte uit 1620. De tienden die de pastoor ontving werden namelijk opgeslagen in de tiendschuur of ‘spijker’ (van Latijn spicarium = voorraadschuur).(14) De straat komt rond 1800 ook voor onder de naam ‘Postdreef’.(15)
Waar nu de zwaaikom ligt, passeerde de Kommerstraat de Korvelse waterloop. Op oude kaarten is nog te zien dat de weg hier een opvallend bochtig verloop vertoonde. Dit zou erop kunnen wijzen dat ook hier ooit een voorde heeft gelegen.
Hoewel de hoeve waaraan Moerenburg zijn naam ontleent al in de veertiende eeuw bestond, is de straatnaam Moerenburgseweg nog betrekkelijk jong. Op de kaart van Zynen is de weg nog onbenaamd, maar wel is ter plaatse het toponiem Moerenburg aangegeven. Een document uit 1787 spreekt van ‘De Dreef’. Pas in de wegenlegger uit 1872 komt de weg voor onder de (foutief gespelde) naam ‘Moerenbergscheweg’. De huidige naam dateert van 1909.
In het verlengde van de Oud-Lovenstraat ligt, tussen de spoorweg en de Oisterwijksebaan een landweg die vroeger Mortelstraat werd genoemd. Sinds 1982 heet de straat Zonderlokstraat, genoemd naar het toponiem ‘Sonderlock’ dat al in 1422 in de bronnen voorkomt. De herkomst is onduidelijk; mogelijk was het een door water omheinde ruimte.(16)
Op de kadasterkaart van 1832 komt nog een Groene Dijkje voor. Dit was een thans niet meer bestaande particuliere weg die tussen de Moerenburgseweg en de Koebrugseweg liep. Vermoedelijk is dit de weg die in 1420 onder de naam ‘Heijstmansdijck’ voorkomt.(17)
De huidige Koebrugseweg heet officieel pas sinds 1985 zo. De naam komt echter ook al voor in de wegenlegger uit 1872. Voordien was dit de
Veedijck, een naam die we voor het eerst in 1365 tegenkomen. Zynen noemt de weg abusievelijk ‘Pastors
Dyk’(18).
Fragment van de manuscriptkaart van de Topografische Dienst uit 1837. Via de huidige
St. Josephstraat kon je ter hoogte van de Hoogen Dries (een akker- of weidencomplex ten
noorden van de Korvelse waterloop aan weerszijden van de huidige Prinsenhoeven) bij
Huize Moerenburg komen. De kaart laat ook duidelijk zien dat er dichtbij Huize Moerenburg
een flink bos lag. (Coll. RAT).
Even ten zuiden van de Meierijbaan loopt vanaf de Hoevensekanaaldijk een weg naar de boerderij Hoevensekanaaldijk 96. Deze weg heet
Verbrande Brug, een naam die we al in 1872 tegenkomen.
De weg liep toen nog van de [Konings]Hoeven door de laaggelegen, drassige weilanden tussen de Nieuwe en Oude Leij tot aan de grens met Hilvarenbeek. ‘s Winters werd hier op de ondergelopen en bevroren weilanden geschaatst, en vele jaren organiseerde de Tilburgsche IJsclub hier wedstrijden. In 1909 kreeg deze weg daarom de naam
IJsclubweg. Het gedeelte ten oosten van het Wilhelminakanaal kreeg later zijn oorspronkelijke naam weer terug. Het is overigens sinds 1946 geen openbare weg meer.
De Meierijbaan maakte vroeger deel uit van Rijksweg 63 die Breda met Eindhoven verbond. In 1941 werd begonnen met de aanleg
(19), maar in 1950 was men pas gevorderd tot Moergestel. Het gehele traject tot Eindhoven werd in 1961 in gebruik genomen. Een deel van het tracé is later opgenomen in Rijksweg 58, die in 1971 werd geopend. Al een paar jaar eerder was de verbindingsweg tussen Rijksweg 65 en Rijksweg 58, de
Druiventrosweg, opengesteld.(20)
De Buunder, de Bunderbrug, visvijvers, de Heihoef en de Baars
In de volksmond heet het nog steeds ‘de Buunder’, het met geheimzinnigheid omgeven en volgens overlevering onpeilbaar diepe ven, dat op de topografische kaart voorkomt als
Grollegat. Vroeger heette dit 0,7 ha grote ven ‘Calenwiel’ of ‘Qualenwiel’. In een akte uit 1331 is nog sprake van een watermolen te Qualen. Mogelijk hebben we hier te maken met een voormalige molenvijver, een waterreservoir dat ervoor diende om een watermolen ook in tijden van droogte van water te kunnen voorzien. In de vijftiende eeuw bestond deze watermolen kennelijk al niet meer, want in 1419 wordt gesproken van ‘de qualenwiel bij den ouden
molendijck’.(21)
Door het Grollegat liep vroeger een oude bedding van de Leij die verder oostwaarts pas in de Leij uitmondde. Een deel hiervan bestaat nog steeds. In de weg naar Moergestel lag, op Berkels grondgebied, sinds mensenheugenis een brug over deze oude Leijbedding, de
Bunderbrug of Baarsbrug. Ondanks protesten van de gemeente Tilburg werd deze brug in 1890 afgebroken en vervangen door een dam. Omdat de afsluiting leidde tot veel wateroverlast in Tilburg kwamen beide gemeenten in 1893 overeen dat Tilburg ter vervanging van de brug voor eigen rekening ijzeren afvoerbuizen in de weg mocht laten leggen.
Even ten westen van het Grollegat is op de kadasterkaart van 1832 nog een ven te zien. De rechthoekige vorm doet vermoeden dat het is ontstaan door het steken van turf. Het (waarschijnlijk ondiepe) ven moet in de loop der jaren geheel verland zijn. Of is de kleine, met lisdodde begroeide poel aan de rechterzijde van de Kommerstraat, even voorbij de sportvelden van Were Di, nog een restant van het voormalige ven?
Enkele plassen in het gebied zijn na 1940 ontstaan door zandwinning voor de aanleg van de nabijgelegen rijkswegen. Deze plassen zijn evenals het Grollegat in gebruik als visvijver. Ten noorden van de Meijerijbaan ligt de oudste, de ‘Lange Jan’ (2,4 ha). In het midden van de jaren zestig ontstond tussen de Nieuwe en de Oude Leij/Landscheiding een grote plas van 6,3 ha. Ten slotte ontstond bij de herinrichting van knooppunt
De Baars later nog een kleine poel van 0,3 ha.
Het verkeersknooppunt De Baars dankt zijn naam aan de gelijknamige hoeve annex herberg langs de weg van Tilburg naar Moergestel (de weg naar het ‘Baksven’). De Baars, gebouwd in 1760, behoorde tot een ca. 8,5 ha grote parkachtige aanleg die op de kaart van Zynen voorkomt als
Hei Hoef.(22) Op de kadasterkaart van 1832 zijn de perceelsgrenzen nog aanwezig, maar het gebied was toen voornamelijk bos, met daarin een hof.(23) Ingeklemd tussen de A65 en de noordelijke en zuidelijke rijbaan van de A58 is nog steeds een stukje Hei Hoef te vinden. Het café De Baars brandde in 1935 af. Het was toen al niet meer bewoond, omdat het moest wijken voor de aanleg van de Meierijbaan.
De toekomst van Moerenburg
In 1994 schreef Henk Naaijkens: “...als de Noord-Oost Tangent er komt is het lot van Moerenburg
bezegeld.”(24) Vier jaar later al werd de weg in gebruik genomen.(25) De aanleg ervan bleek onvermijdelijk; het is de prijs die wij moeten betalen voor meer welvaart en meer mobiliteit. Gelukkig kreeg Henk Naaijkens ongelijk. Dat het landelijke karakter van Moerenburg behouden moet blijven, daarvan was inmiddels ook het gemeentebestuur overtuigd. Het is zelfs opgenomen in het algemeen beleidsplan 1997/1999. De toevallige vondst van de fundamenten van huize Moerenburg versterkt alleen maar het cultuurhistorisch belang van het gebied. Inmiddels heeft het verkeersluw gemaakte Moerenburg de status van landschapspark, en in de nabije toekomst zal het deel gaan uitmaken van een groot complex van aaneengeschakelde natuurgebieden: het binnen de stedendriehoek Tilburg, ‘sHertogenbosch en Eindhoven gelegen Nationaal Landschap
Het Groene Woud.
Noten
(1) Tot de gemeentelijke herindeling in 1997 vormde waterloop de Zwartreit de oostelijke grens; de Oude Leij was de zuidelijke.
(2) Trommelen (2006).
(3) Brabants Dagblad, 16 augustus 1995.
(4) Cools (2005).
(5) De Boxtel Formatie werd vroeger Nuenengroep genoemd. Zie Schokker (2003) en Berendsen (2005). Zie ook Van Putten (2000) voor een uitvoeriger beschrijving van de bodem van Tilburg.
(6) De Bont (1993). Ook het voorkomen van toponiemen is hiervoor een indicatie. Zie Trommelen en Trommelen (1994).
(7) Een warande is een afgesloten jachtterrein of wandelpark, meestal met een stervormige structuur (sterrenbos).
(8) In een overzicht.van schouwbare waterlopen uit 1873 is de Pomploop een zijtak van Waterloop nr. 16. Dit moet echter een vergissing zijn, want in een akte uit 1787 is sprake van “…een parceel akkerland ter plaatse de kommerstraat, zuijd de Baan noord den pomp Loop”.
(9) Winkelmolen (1999), p. 81.
(10) Trommelen en Trommelen (1994).
(11) Barends et. al., p. 97.
(12) De pastoor werd betaald in natura: hij kreeg een tiende deel van de oogst.
(13) Trommelen & Trommelen (1994). Toorians (2001) geeft als betekenis van ‘kommer’: kunstmatige verhoging in een nat terrein, in gebruik als uitkijkpost of als uitvalsbasis tegen indringers.
(14) Later werd deze functie overgenomen door de hoeve van Tongerlo aan de Reitse Hoeven.
(15) Trommelen (2006).
(16) Trommelen en Trommelen (1994), p. 428-430. De auteurs geven meerdere mogelijke verklaringen.
(17) Trommelen & Trommelen (1994), p. 264.
(18) Trommelen (2006) komt na bronnenonderzoek tot de conclusie dat met de Persoonsdyck (1556) of Pastoirsdyck (1620) de Kommerstraat wordt bedoeld.
(19) De eerste brug in de Meierijbaan, gebouwd in 1942, werd in september 1944 door de Duitsers opgeblazen.
(20) Zo heet de weg in de volksmond. Officieel behoort dit gedeelte tot Rijksweg 65.
(21) Trommelen en Trommelen (1994).
(22) Aarts (1991).
(23) Kadasterkaart gemeente Berkel c.a., Sectie D (Het Broek), vierde blad (1832).
(24) Cuijpers et. al., 1994, p. 98.
(25) Tegen de voorgenomen aanleg van de Noordoosttangent, al genoemd in het bestemmingsplan uit 1983, rees veel protest. Uiteindelijk besliste de Raad van State dat de weg mocht worden aangelegd (Brabants Dagblad, 10 oktober 1995).
Literatuur
Aarts, B, ‘De Heihoef: een vergeten stukje 18e-eeuw in de middenberm’. In:
De Kleine Meierij, XLII (1991), nr. 2, p. 56-59.
Barends, S. et al., Over hagelkruisen, banpalen en pestbosjes. Historische landschapselementen in Nederland. (Utrecht 1993).
Berendsen, H.J.A. Fysisch-geografisch onderzoek. Thema’s en methoden (Assen 20054).
Bont, C. de. ‘...Al het merkwaardige in bonte afwisseling..’ Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant
(Waalre 1993).
Cuijpers, Theo, et. al. (red.), Armhoefse Akkers. Tilburg tussen de Heuvel en Moerenburg 1917-1994
(Tilburg 1994).
Doremalen, Henk van, Blauwsloten en riolen; een milieu-historische studie over Tilburg en zijn rioolstelsel (Tilburg 1993).
Ecologisch Adviesbureau Cools. Onderzoek naar planten- en diersoorten in Moerenburg te Tilburg
(Tilburg 2005).
Gemeente Tilburg, Hoogtekaart van Tilburg (ca. 1920).
Gemeente Tilburg, Bedrijf der Publieke Werken, Bestemmingsplan Buitengebied Moerenburg (Tilburg 1983).
Gheysen, K., E. de Boer, S. van der Loo en H. van Dijk. Tilburg-Moerenburg. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. BILAN rapport 2005/36 (Tilburg 2005).
Kadasterkaart gemeente Tilburg, Sectie B (Loven), derde blad (1832).
Putten, Rob van, ‘Waterlopen in Tilburg. Achtergronden bij het ontstaan’. In:
TILBURG, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XVIII (2000), nr. 2, p. 52-65.
Schokker, Jeroen, ‘Brabantse beken’. In: Aarde & Mens, IV (2000), nr. 4, p. 43-47.
Schokker, Jeroen, Patterns and Processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment
(Utrecht 2003).
Steegh, A, Dorpen in Brabant (‘s-Hertogenbosch 1978).
Toorians, Lauran, ‘Het toponiem Kommer’. In: TILBURG, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, IXX (2001), nr. 1, p. 26-27.
Trommelen, J.R.O. en M.P.E. Trommelen. Tilburgse toponiemen in de 16e eeuw. Tilburgse Bronnenreeks 1 (Tilburg 1994).
Trommelen, René, Verzamelde Tilburgse toponiemen, onuitgegeven manuscript (2006).
Winkelmolen, L, ‘Geschiedenis en landschap van het gebied Moerenburg tussen Tilburg en Enschot’. In:
De Kleine Meierij, L (1999), nr. 3, p. 79-90.
Zynen, Diederik, Kaart van de heerlijkheid Tilburg en Goirle (1760).
Ir. Rob van Putten is werkzaam als technisch auteur en redacteur. Hij is voorzitter van de Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed en redacteur van dit tijdschrift. Hij publiceerde eerder in dit tijdschrift over o.a. de Tilburgse brandweer (1985), waterlopen (2000) en boerderijen (2003).




