| 250. Biografisch overzicht van de Tilburgse zoeaven | |||
|
Titel: |
Biografisch overzicht van de Tilburgse zoeaven |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Henk van Doremalen |
|
Jaargang: |
XIV (1996) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
58-75 en 79 |
Tilburgse zoeaven ten strijde voor de paus. Zie record 249.
Inhoud
- Historische achtergronden (zie record 249)
- Biografisch overzicht van de Tilburgse zoeaven
- Geraadpleegde bronnen en literatuur (zie record 249)
- Noten
Biografisch overzicht van de Tilburgse zoeaven (1)

In 1867 liet een groep 'Tilburgse zouaven' in Rome deze foto maken. Staand
v.l.n.r.: frater Fredericus Versteeg, Johannes Spijkers, Croné uit Groningen
(later gesneuveld), Van Riel en Freek Broné. Zittend v.l.n.r.: Latour uit Eindhoven,
Mauritius Vliegendehond, Jan de Cocq (halfzittend) en Gerard van Ha(a)ndel die
na zijn zoeaventijd naar Tilburg kwam. (coll. Archief Fraters Tilburg).
Jan van Alphen
Hij is op 12 december 1838 in Chaam geboren als zoon van Johannes van Alphen en Petronella Oomen. Op 11 december 1867 begon zijn diensttijd in Rome (legernummer 6174) die eindigde op 31 december 1869. Van beroep was hij houtzager. Na zijn terugkomst huwde hij op 11 februari 1874 met Mechelina van Lil, met wie hij drie kinderen kreeg. Op 18 oktober 1881 vertrok het gezin van Chaam naar Tilburg. Op 21 november 1885 overleed Van Alphen daar.
Antoine Arts (2)
Tilburgs bekendste zoeaaf is op 20 april 1845 in Arnhem geboren als de oudste zoon van Chrétien Arts en Bernardina Coman. Hij was twintig jaar toen hij zijn carrière als kassier bij een bankinstelling in Arnhem opgaf en zich als vrijwilliger in Brussel aanmeldde om naar Rome te gaan. Vanwege zijn talenkennis kreeg hij de leiding over een groep van 120 man die naar Rome trok. Van 10 februari 1866 tot 20 september 1870 is hij pauselijk zoeaaf geweest (lgnr. 2239). Van de hier besproken Tilburgers heeft hij het langst dienstgedaan. Op 6 januari 1867 volgde zijn benoeming tot korporaal, een half jaar later, op 1 juli, werd hij sergeant-foerier. Op 2 mei 1868 volgde zijn aanstelling als 2e luitenant. Hij nam deel aan de veldtocht van 1867, waarvoor hij het Mentanakruis ontving. Na de val van Rome ontving hij nog de militaire orde van Sint-Gregorius. Ook kreeg hij de medaille Bene
Merenti.

Antoine Arts (1845-1926) (part. coll.
Tilburg).
Na zijn terugkeer uit Italië huwt hij op 25 april 1872 met Cornelia Reh. Ze krijgen acht kinderen, waarvan de oudste nog in Arnhem wordt geboren. Arts gaat werken op een handelskantoor in Den Bosch. De voorzitter van de Nederlandse Zouavenbond St.-Bonifacius, Joannes Vrancken, vraagt hem als hoofdredacteur van de Kruisvaan. In 1877 komt dat blad uit als wekelijks orgaan, aanvankelijk gedrukt bij Luijten in Tilburg. In de loop van 1878 richt Arts een eigen drukkerij op in de Poststraat, waar de Kruisvaan gedrukt wordt en vanaf 1 april 1879 ook de door Arts opgerichte Nieuwe Tilburgsche Courant. Beide bladen verschijnen wekelijks.
Na het verschijnen van de encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII op 15 mei 1891 toont Arts zich een sterk voorstander van katholieke sociale verenigingen. Het bezorgt hem in Tilburgs conservatieve kringen veel tegenstanders. Zijn houding tegenover deze encycliek is niet los te zien van zijn zoeaventijd.
Toen hij zich kandidaat wilde stellen voor de gemeenteraad, werd hij als niet-Nederlander van de lijst geschrapt. Dat was een uitvloeisel van zijn zoeaventijd. Hij diende op 4 april 1896 als een van de weinige oud-zoeaven een verzoek tot naturalisatie in. Op 2 januari 1897 volgde de toekenning. Van 5 juli 1901 tot 6 oktober 1913 maakte hij deel uit van de Tilburgse gemeenteraad. Van 1901 tot 1922 had hij zitting in de Tweede Kamer. Arts overleed op 31 maart 1926 in Tilburg. De door hem opgerichte Nieuwe Tilburgsche Courant verscheen zwartomrand met een uitgebreide necrologie.
Willem Baeten
Hij is op 24 december 1843 in Alphen geboren en heeft daar het grootste deel van zijn leven gewoond. Hij diende in Rome van 7 december 1867 tot 23 december 1869 (lgnr. 6029). Na zijn zoeaventijd huwde Willem in Alphen op 14 september 1872 met Adriana Pijnenburg. Het huwelijk bleef kinderloos. In het patentregister staat hij te boek als 'tapper, slijter, biljarthouder met een tafel, leerlooier zonder knecht met twee kuipen'. Met zijn vrouw beheerde hij het stationskoffiehuis in Alphen. In 1877 sterft zijn vrouw en huwt hij opnieuw nu met Jacoba van Horst, die hem drie kinderen schenkt. Zij overlijdt kort na de derde bevalling. Ook van zijn derde vrouw, Maria van Bavel, krijgt hij drie kinderen. In 1928 vertrekt Willem naar Eindhoven. In 1931 overlijdt hij in het Tilburgse RK Gasthuis.
Willem Baeten, 1843-1931 (part. coll.).
Charles Bastings
Hij behoorde tot de eerste Brabantse zoeaven die naar Rome trokken. Hij was op 6 augustus 1838 in Boxtel geboren als zoon van Pascal Bastings en Cornelia Brenders. Het gezin vestigt zich te Tilburg, waar vader Pascal 'op den Hogen Dries' een café drijft. In 1855 overlijdt zijn vader en komt Charles bij zijn grootvader terecht. Hij is dan akkerbouwer. Van 20 januari 1866 tot 10 januari 1868 is Charles zoeaaf (lgnr. 2019). Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht van 1867 en is daarvoor onderscheiden met het Mentanakruis. Na zijn terugkeer huwt hij op 20 april 1871 in Tilburg met Antonetta van Dongen. Ze kregen elf kinderen. Charles begon met zijn vrouw een café op de Koningshoeven, genaamd 'In den Hoogen Hoed', een benaming die waarschijnlijk afkomstig is uit Italië waar hogehoeden garibaldi's genoemd werden. Bastings staat tevens te boek als voerman. In 1892 was hij bij de Mentanaherdenking in Utrecht. In 1910 woonde het gezin in de Vogelstraat 25 in de wijk Broekhoven. Bastings, Tilburgs eerste zoeaaf, overleed op 17 augustus 1920 in Tilburg.

Charles Bastings, 1838-1920 (coll. RHC
Tilburg).
Frans Becx (3)
Hij was het derde kind van Odulphus Becx en Antonia Manni die op 23 oktober 1834 in Tilburg gehuwd waren. Frans kwam op 21 maart 1844 ter wereld. Hij is op zondag 1 december samen met onder meer Willem Baeten naar Rome vertrokken. Zijn zoeaventijd loopt van 7 december 1867 tot 9 juni 1870 (lgnr. 6208). Dit zou erop wijzen dat hij voor een half jaar heeft bijgetekend, aangezien twee jaar de normale periode was. Hij ontving de Bene Merentimedaille. Terug uit Rome huwt hij op 12 januari 1872 in Tilburg met Anna Willems. Het echtpaar kreeg in Tilburg twaalf kinderen, waarvan er vijf de leeftijd van één jaar niet bereikten. Becx was bakker en op latere leeftijd ook klerk. Hij woonde omstreeks 1880 op de Nieuwendijk M 138.

Frans Becx, 1834-1923
(coll. RHC Tilburg).
Frans Becx heeft een centrale rol gespeeld bij de oprichting van de Tilburgse zoeavenbroederschap in 1871. Zijn advertentie in het Weekblad van Tilburg van 11 juni 1871 kan als de aanzet tot de vereniging worden beschouwd. Becx nodigde daarin alle zoeaven uit Tilburg en omgeving uit om zich bij hem te verzamelen en gezamenlijk het Jubelfeest van de Paus - Pius IX was op 16 juni 25 jaar paus - bij te gaan wonen. Rondom deze gebeurtenis is Fidei et Virtuti ontstaan. Hij was daar de eerste voorzitter van. In 1879 staat hij nog als voorzitter in het adresboek van Tilburg vermeld; daarna wordt dat Piet Scheefhals. Samen met hem kreeg hij bij het 25-jarig bestaan van Fidei et Virtuti de onderscheiding Ridder in de Sylvesterorde.
Hij was aanwezig op de Mentanaherdenking van 1892 in Utrecht. Ook op latere leeftijd verscheen hij regelmatig in zoeavenuniform bij katholieke feesten of gebeurtenissen. Hij is misschien wel als de meest echte Tilburgse zoeaaf te beschouwen, omdat hij zijn hele leven in deze stad heeft doorgebracht en steeds openlijk voor de beginselen van de zoeaven uitkwam. Zijn overlijden op 21 april 1923 is uitgebreid in de krant beschreven.
Jan van Beek (4)
Hij is geboren op 14 februari 1842 in Geldrop. Zijn vader was Antonie van Beek, zijn moeder heette Anna Versleeuwen. Hij is kort na de slag van Mentana naar Rome gereisd, waar hij vanaf 17 november 1867 tot 19 mei 1870 als zoeaaf te boek staat (lgnr. 5185). Hij heeft - gezien de data - waarschijnlijk voor een half jaar bijgetekend. Op 28 februari 1872 belandt hij in Tilburg om nog in hetzelfde jaar naar Stratum te vertrekken waar hij als wever/voller heeft gewerkt. Daar huwt hij met Johanna Teeuwen met wie hij drie kinderen krijgt. Op 12 april 1882 komt het gezin in Tilburg wonen in de Hoefstraat 39. In 1892 is hij aanwezig op de Mentanaherdenking. Hij is op 9 december 1920 in Tilburg overleden.

Jan van Beek, 1842-1920 (coll. Zouavenmuseum
Oudenbosch).
Johannes Cornelis Beeris
Johanna Kolen, dienstmeid op de Heuvel, kreeg op 21 november 1837 een zoon, die bij haar huwelijk met Franciscus Beeris als kind gewettigd werd. Die zoon, Johannes Cornelis was wever van beroep. Op 23 november 1867 begint zijn zoeaventijd, die doorloopt tot 20 september 1870 (lgnr. 5525). In 1870 is de naam Beeris verandert in Beerens. Johannes Cornelis woont in 1870 als alleenstaande in de Veedwarsstraat 2. Hij is daar op 31 maart 1913 overleden.
Adriaan Bertens
Hij is op 4 januari 1841 in Tilburg geboren als zoon van Arnoldus Bertens en Johanna Wijters. Op 15 december 1867 vertrekt Adriaan Bertens vanuit Tilburg naar Rome. Van 22 december 1867 tot 20 september 1870 is hij daar zoeaaf geweest (lgnr. 6381). Na zijn eerste periode heeft hij bijgetekend. Als beroep gaf hij grutter op, later werd dat landbouwer. Op 3 februari 1876 huwt hij in Tilburg met (de thuisweefster) Adriana Somers. Het paar, dat kinderloos bleef, gaat inwonen bij de moeder van Adriana, Klein Hasselt F 82. Later wonen ze aan de Nieuwe Hasseltscheweg en nog later op het adres Van Hogendorpstraat 113. Hij was in 1892 aanwezig op de Mentanaherdenking. Op 20 december 1917 overlijdt de met de medaille Bene Merenti onderscheiden Adriaan. Zijn weduwe ontvangt van 1921 tot haar dood in 1924 jaarlijks
f 25 uit het ondersteuningsfonds van de Algemene Bond van Nederlandse
Zouaven.

Adriaan Bertens, 1841-1917 (part. coll.)
Jacobus Beuijssen (5)
Is op 3 oktober 1835 in Geldrop geboren als tweede kind uit het huwelijk van Johannes Beuijssen en Antonetta van Daal. Op 8 december 1866 is hij ingeschreven als zoeaaf in Rome. Zijn diensttijd loopt tot 17 december 1868 (lgnr. 3227). Hij nam deel aan de veldtocht in 1867 (slag bij Mentana) en ontving daarvoor het Mentanakruis. Na zijn ontslag verdwijnt hij uit beeld om op 14 juli 1870 onder nummer 10.510 een nieuwe verbintenis aan te gaan. Na de val van Rome moet hij in Tilburg terechtgekomen zijn. Immers op 7 augustus 1883 kwam schrijnwerker Jacobus Beuijssen vanuit Tilburg in Eindhoven terecht. In 1886 vertrok hij naar Oisterwijk om later weer in Tilburg te belanden. Op het einde van de negentiende eeuw bevindt Beuijssen zich als bestedeling in het Tilburgse St.-Josephgesticht. Op 8 januari 1896 wordt hij geplaatst in een inrichting te Steenwijkerwolde. Zijn overlijdensdatum is niet bekend.
Pieter Biermans
Hij is op 4 januari 1839 geboren in het Limburgse Herkenbosch als zoon van Reinier Biermans en Gertruda Keiser. Voor hij naar Rome ging, was hij net als zijn vader landbouwer. Van 5 november 1867 tot 11 november 1869 verblijft hij te Rome (lgnr. 4711). Op 16 mei 1869 wordt hij bevorderd tot korporaal. Hij komt na zijn zoeaventijd naar Tilburg, waar hij intrekt bij de familie Donders, wijk Kerk M 188. Op 3 november 1870 huwt hij met de Tilburgse Catharina Brekelmans; hij is dan politieagent. Op 15 juli 1871 krijgt het echtpaar een zoon genaamd Reinier Johannes Pius. Pieter Biermans overleed op 13 november 1874 en werd door de Tilburgse oud-zoeaven in tenue ten grave gedragen.(6)
Henricus Bodij
Hoewel hij op 29 augustus 1842 in Tilburg is geboren, heeft Henricus Bodij nauwelijks enige relatie gehad met deze stad. Zijn vader, Franciscus Bodij, was als militair tijdelijk gelegerd in het garnizoen te Tilburg bij de zogeheten lichte rijdende batterij. Spoedig na de geboorte van zoon Henricus, het zevende kind, volgde weer een overplaatsing, dit keer naar Amersfoort, waar nog eens vier kinderen ter wereld kwamen. Via Oudenbosch is hij naar Rome gereisd, waar hij vanaf 17 november ingeschreven staat als zoeaaf onder legernummer 5201. Op 21 oktober 1868 overleed de steenhouwersgezel in het militair hospitaal te Rome aan hoge koorts, opgelopen ten gevolge van een onbekende ziekte.
Petrus Bolsius
Petrus Bolsius kwam op 13 december 1852 ter wereld als oudste zoon van het Bossche gezin Gijsbertus Bolsius en Clasina van de Wildenberg. Onder nummer 9590 doet hij van 12 december 1869 tot 20 september 1870 dienst als pauselijk zoeaaf. Hij is dus al als zestienjarige naar Rome getrokken. Bij zijn terugkomst komt hij in Tilburg terecht, waar hij op 12 april 1877 huwt met de Tilburgse Wilhelmina Leenhouwers. Het echtpaar, dat woonachtig is geweest in de Hoefakkerstraat 44, krijgt zes kinderen. Petrus oefent het beroep uit van wagenmaker. Hij is aanwezig bij de Mentanaherdenking in 1892. Bij de volkstelling van 1920 staat hij vermeld als 'vreemdeling zouaaf', een verwijzing naar het verloren Nederlanderschap. Tussen 1921 en 1926 ontvangt hij een uitkering uit het ondersteuningsfonds van de Algemene Bond van Zouaven. Hij overlijdt op 17 februari 1926.

Petrus Bolsius, 1852-1926 (part. coll.).
Gerardus Brauërs (7)
Hij wordt op 15 juli 1837 in Middelburg geboren als onwettige zoon van Cornelia Riksen. Door haar huwelijk met Gerardus Brauërs wordt Gerard erkend en gewettigd. Zijn moeder (in 1839) komt al vroeg te overlijden waarna zijn (wettelijke) vader hertrouwd met Johanna Hertogh. In 1859 komt ook de vader te overlijden. Gerard Brauërs, die - niet onbegrijpelijk gezien zijn levensloop - soms als weesjongen omschreven wordt, doet dienst bij de 5e Regiment Infanterie in 's-Hertogenbosch en wordt daar sergeant-foerier. Samen met Levinus Vliegendehond meldt hij zich aan om lid te worden van de congregatie van de fraters van O.L.V. Moeder van Barmhartigheid. De wapenrok wordt dan gewisseld voor de fraterstoog. Op 3 augustus 1863 treedt Gerard Brauërs in Tilburg in het noviciaat en krijgt hij de naam frater Eustachius. Op 15 augustus 1864 legt hij de driejarige gelofte af, waarna hij overgeplaatst wordt naar de Ruwenberg in Sint-Michielsgestel. Vervolgens komt hij als portier te werken bij het blindeninstituut te Grave, waar hij ook huiswerk doet en surveillance. Op 6 december 1867 is hij naar Rome vertrokken, waar hij vanaf 11 december 1867 tot 20 september 1870 als zoeaaf heeft gediend (lgnr. 6081). Als voormalig sergeant lag zijn benoeming tot korporaal op 21 februari 1869 en later tot sergeant op 16 januari 1870 min of meer voor de hand. Na zijn diensttijd komt hij op 2 november 1870 terug in Tilburg; hij wordt opnieuw ingekleed en legt op 5 september 1871 de eeuwige geloften af. Aan het einde van de maand wordt hij dan overgeplaatst naar de Ruwenberg. Een jaar later op 26 september 1872 verhuist hij wegens ziekte weer naar het Moederhuis in Tilburg. Daar overlijdt hij op 3 februari 1873.
Antoon de Bree
Antonius de Bree kwam op 27 januari 1840 in Udenhout ter wereld als derde kind uit het huwelijk van Johannes de Bree en Petronella Witlox. Van 23 februari 1867 tot 26 februari 1869 heeft hij onder legernummer 3715 als pauselijk zoeaaf dienstgedaan. Op 3 november 1867 kreeg hij in Mentana op het einde van de middag, om 5 uur, een kogel door zijn linkerarm. Hij is daarvoor in het militair hospitaal opgenomen geweest. Na zijn terugkeer uit Italië huwt hij op 10 november 1870 in Tilburg met de Drunense Nicolasina van de Wiel. Uit het huwelijk worden dertien kinderen geboren van wie er vijf vroegtijdig overlijden, waaronder twee die de naam Pius Johannes hadden gekregen, een verwijzing naar zijn zoeaventijd. Antoon de Bree was in Tilburg politieagent. Hij was woonachtig op de Kwetterie A 641. Op 13 februari 1889 komt hij te overlijden, waarna zijn weduwe in 1894 hertrouwt met de wever Jan
Swolfs.
.jpg)
Antoon de Bree, 1840-1889 (part. coll.)
Hendrik van Broekhoven
Als achtste en laatste kind uit het huwelijk van Walterus van Broekhoven en Johanna van Deursen wordt op 4 juni 1825 in Tilburg de zoon Hendrikus geboren. Hendrik was ongehuwd en vermoedelijk werkzaam als spinner, net als enkele van zijn broers. Van 24 maart 1866 tot 1 maart 1868 is hij zoeaaf (lgnr. 2555). Bij de slag van Mentana raakt hij lichtgewond aan een been. Hij ontvangt het Mentanakruis en de Bene Merentimedaille. Na terugkomst in Tilburg is hij vrij spoedig, op 27 augustus 1868, naar 's-Hertogenbosch verhuisd, waarna hij uit beeld verdween.
Freek Broné
Frederik Josephus Broné is de op 7 mei 1842 in Tilburg geboren zoon van de uit het Luikse afkomstige Petrus Broné en de eveneens Belgische Louisa Langeraar. Voordat hij naar Rome ging, was Freek wever. Op 4 februari 1866 stapt hij in Tilburg op de trein om van 10 februari 1866 tot 16 februari 1868 als zoeaaf in Italië te verblijven (lgnr. 2247). Hij heeft deelgenomen aan de slag van Mentana en het Mentanakruis en de Bene Merentimedaille ontvangen. Op 9 november 1871 huwt hij in Tilburg met Wilhelmina van Dommelen. Na de dood van zijn vrouw huwt hij opnieuw, nu met Cornelia Bakx. Uit zijn eerste huwelijk had hij een dochter, uit zijn tweede huwelijk komen vijf zonen voort. Ze wonen in de Schoolstraat N 338. Op 5 april 1910 overlijdt Freek Broné. Hij is afgebeeld op de groepsfoto van frater Mauritius. Hij was aanwezig bij de grote Mentanaherdenking in Utrecht.
Freek Broné, 1842-1910, in 1867 (coll.
Archief Fraters Tilburg).
Jan de Cocq
Op 5 juli 1840 kwam in Tilburg Johannes de Cocq ter wereld als zoon van Norbertus de Cocq en Petronella Kuijpers. Het gezin woonde in de wijk Hasselt en later op de Hoeven. Zoon Jan, die sinds 1855 arbeider was bij de firma De Beer op de Markt, trok op 4 februari met de groep van frater Mauritius naar Rome, waar hij onder legernummer 2251 als zoeaaf diende. Hij is afgebeeld op de groepsfoto van zoeaven in Rome.(8) Zijn zoeaventijd liep van 10 februari 1866 tot 16 augustus 1868. Hij heeft zijn diensttijd van twee jaar dus met een half jaar verlengd. Hij was betrokken bij de slag van Mentana en ontving daarvoor het Mentanakruis. Na terugkomst ging hij weer werken bij de firma De Beer als magazijnbediende en later als reiziger. Op 19 mei 1870 huwt hij met Henrica Smeulders. Het echtpaar krijgt zes kinderen en woont op de Noordhoek M 480. In 1892 bezocht hij de Mentanaherdenking. In 1905 wordt Jan de Cocq gehuldigd voor vijftig jaar trouwe dienst. De 2 ½ jaar die hij als zoeaaf afwezig was, worden hem daarbij geschonken. Hij overleed te Tilburg op 8 november 1909.
Jan de Cocq, 1840-1909, in 1867(coll.
Archief Fraters Tilburg).
Gerard Derksen
Hij is op 8 december 1848 in Oldenzaal geboren als zoon van Bernardus Derksen en Johanna Duiftkens. Op 26 maart 1869 werd hij zoeaaf. Hij was aanwezig bij de val van Rome op 20 september 1870 (lgnr. 8548). Gerard Derksen was reiziger. Mogelijk verklaart dat zijn huwelijk op 9 augustus 1883 in Rotterdam met Elisabeth Lucas. Op 2 december 1890 komt het gezin Derksen vanuit Rotterdam naar Tilburg. Ze gingen wonen aan de Heikantsebaan 25 en later in de Nijverstraat 163. In november 1892 gaat hij naar de Mentanaherdenking in Utrecht. In mei 1897 nam hij deel aan een bedevaart naar Rome. Hij nam vanuit het Vaticaan enige eikenboompjes mee terug naar Nederland, waarvan er op 4 november 1897 een gepland werd in de tuin van de zouavenbroederschap Fidei et
Virtuti.(9) In 1922 vertrok Gerard Derksen uit Tilburg om in Arnhem te gaan wonen. Na de dood van zijn vrouw in het voorjaar van 1929 kwam hij blijkbaar weer terug in Tilburg, want op 8 november 1929 is hij hier overleden.

Gerard Derksen, 1848-1929 (coll. Zouavenmuseum,
Oudenbosch).
Kees van Dijk
Hij werd op 27 september 1842 in Tilburg geboren als de oudste zoon van Petrus van Dijk en Johanna van Beek. Het gezin woonde op de Stokhasselt. In 1860 gaat hij in Berkel wonen om vandaar naar Rome te vertrekken. Van 28 september 1869 tot 20 september 1870 dient hij als zoeaaf (lgnr. 9327). Hij werd onderscheiden met de Bene Merentimedaille. Na terugkomst pakt hij zijn beroep als wever weer op. Op 2 mei 1872 huwt hij met Catharina de Beer van wie hij vier kinderen krijgt. Ze wonen dan in de Hoefstraat 49. Op 21 mei 1896 is hij overleden.

Kees van Dijk, 1842-1896
(part. coll.).
Cornelis van Dongen
Hij werd op 12 februari 1837 geboren in Oosterhout, als zoon van Johanna Fens en Pieter van Dongen. Hij is pauselijk zoeaaf van 14 april 1866 tot 15 april 1868. In die periode vindt de slag bij Mentana plaats, waarvoor hij het Mentanakruis heeft ontvangen. Daarna heeft hij bijgetekend van 11 juni 1868 tot 16 juni 1870 (lgnr. 7691).
Na zijn zoeaventijd gaat hij naar Helmond om in de textiel te werken. Waarschijnlijk is hij door Tilburgse zoeaven gewezen op de mogelijkheden in de Tilburgse textiel. Op 16 juli 1872 komt hij naar Tilburg, waar hij op 10 september 1874 huwt met de Tilburgse Maria Graafmans. Na het huwelijk woont het paar tijdelijk in bij oud-zoeaaf Jan Keller, Noordhoek M 441. Later verhuizen ze naar de Stevenzandsestraat en in 1890 naar de Hoogvensestraat 35. In 1892 bezoekt hij de Mentanaherdenking. Cornelis overlijdt op 26 januari 1908.

Cornelis van Dongen, 1837-1908 (part. coll).
Peter Driessen
Geboren in Tilburg op 10 maart 1836 als zoon van de uit Moergestel afkomstige Willem Driessen en Jacqueline Mulder verhuisde Petrus Driessen op 29 juli 1856 naar Breda, waar hij het beroep van bakker ging uitoefenen. Hij trok van daaruit via Tilburg naar Rome. In het Weekblad van Tilburg staat hij op 9 februari 1867 als Tilburgs zoeaaf vermeld. Hij diende van 23 januari 1867 tot 11 oktober van dat jaar (lgnr. 3508). Peter Driessen behoorde tot het gezelschap van Levinus Vliegendehond. Helaas, zo wist frater Mauritius in zijn brief van 30 juli 1867 te melden, was hij afwezig toen de groepsfoto in Rome gemaakt werd. Het was wel de bedoeling dat hij daarop had gestaan.
'Wij zijn altijd bijeen geweest, hebben elk lief en leed met elkaar gedeeld en elkander ten allen tijde broederlijk met raad en daad
bijgestaan', zo schrijft frater Mauritius. Driessen werd in Rome in augustus getroffen door de cholera. Frater Mauritius verzoekt het 'thuisfront' op 16 september 1867 om hem te schrijven, omdat hij eenzaam in het hospitaal ligt.
'Hij is mager geworden als een hout, heeft geen moed meer en hij zal, als er geene maatregelen genomen worden, in eene heimziekte vallen, die doodelijk is.' Niet de heimwee, maar de cholera tastte Driessen zodanig aan dat hij in de nacht van 10 op 11 oktober in het militair hospitaal overleed. Tilburger Jan Spijkers, die ook in het ziekenhuis lag, was bij zijn overlijden aanwezig. In de kerk van het Heike werd op 21 oktober te zijner ere een plechtige lijkdienst opgedragen.(10)

Peter Driessen, 1836-1867 (coll. Zouavenmuseum,
Oudenbosch).
Felix Gaillard
Felix Isodorus Gaillard is vanuit Keulen naar Rome gegaan om daar als zoeaaf dienst te nemen. Hij was de op 6 maart 1842 in Tilburg geboren oudste zoon van de Luikse Franciscus Isodorus Gaillard en de uit Alphen afkomstige Maria Cath. de Roij. Op 18 september 1863 was Felix naar Breda getogen om vervolgens in Keulen te belanden. Hij komt na zijn zoeaventijd, die liep van 23 november 1867 tot 7 juli 1870 (legernr. 5526), in Tilburg terecht, waar hij het beroep gaat uitoefenen van kopergieter/zandvormer. Uit zijn huwelijk met de Gemertse Petronella Stevens werden zeven kinderen geboren. Gaillard ontving de medaille Bene Merenti en was aanwezig bij de Mentanaherdenking in 1892. Hij overleed op 27 januari 1910.
Albertus van Geelen
Hij is op 10 januari 1838 geboren te Nijmegen als zoon van Carolus van Geelen en Johanna Hopman. Van 17 februari 1866 tot 1 maart 1868 was hij zoeaaf (lgnr. 2444). Hij nam deel aan de veldtocht van 1867, waarvoor hij het Mentanakruis ontving; hij heeft ook de Bene Merentimedaille ontvangen. Terug uit Rome huwde Van Geelen op 28 januari 1872 te Valburg met Anna Sanders. Albertus heeft verschillende beroepen uitgeoefend: arbeider, voerman, koetsier en tuinman. Op 29 januari 1872 komt hij naar Tilburg, waar zes kinderen worden geboren. Hij woonde met zijn gezin in de Clercxstraat, later op het Korvelplein. Hij was in 1892 aanwezig bij de grote Mentanaherdenking in Utrecht op 13 november. Op 15 januari 1906 is hij in Tilburg overleden.

Albertus van Geelen, 1838-1906 (coll. Zouavenmuseum,
Oudenbosch).
Adriaan Griellis
Hij is op 9 oktober 1843 in Hilvarenbeek geboren als zoon van Pieter Griellis en Maria Evers. Hij behoorde tot de laatste Nederlanders die nog naar Rome trokken. Via Oudenbosch kwam hij op 16 juni 1870 in Rome, waar hij tot 20 september van dat jaar als zoeaaf bleef (lgnr. 10.299). Hij huwde na zijn zoeaventijd met Elisabeth van Nunen uit Middelbeers en ging met haar in 1872 wonen bij de weduwe A. Snellen in Tilburg. Het echtpaar dat geen kinderen kreeg had later op het Smidspad een kosthuis met diverse kostgangers. Adriaan Griellis was aanwezig bij de Mentanaherdenking. Hij stierf in Tilburg op 11 juni 1897.

Adriaan Griellis, 1843-1897 (coll. Zouavenmuseum,
Oudenbosch).
Gerard van Haandel
Hij werd op 27 april 1840 geboren als zoon van Arnoldus van Haendel en Johanna Schippers, beide geboren en getogen in Erp. Hij staat van 23 januari 1867 tot 12 februari 1869 geregistreerd als zoeaaf (lgnr. 3518). Hij is afgebeeld op de groepsfoto van zoeaven (zie omslag). Hij nam deel aan de slag bij Mentana in 1867, waarvoor hij onderscheiden werd met het Mentanakruis. Na zijn zoeaventijd kwam hij op 2 mei 1873 naar Tilburg. Gerard was bakker van beroep en werkte en woonde aanvankelijk bij bakker Hendrik Knegtel op de Heuvel. Na zijn huwelijk op 6 juni 1878 met bakkersdochter Maria Aerts nam hij de bakkerij van zijn schoonvader over. Het echtpaar kreeg vier kinderen en woonde op het Wilhelminapark 57. Van Haandel bezocht de grote Mentanaherdenking in Utrecht op 13 november 1892. Hij overleed te Tilburg op 24 mei 1920.

Gerard van Haandel, 1840-1920 (part. coll.).,
en rechts als zoeaaf in 1867 (coll. Archief
Fraters van Tilburg).
Jan van Hees
Op 20 september 1832 werd uit een Tilburgse vader Hendrikus van Hees en een Tilburgse moeder Johanna Reijnen de zoon Johannes geboren. De familie woont dan op de Veldhoven. Vanaf 1860 werkt Jan van Hees op de boerderij van Hendrik van Abeelen. Op 23 juni 1870 begint zijn zoeaventijd, die door de val van Rome maar kort geduurd heeft, tot 20 september 1870 (lgnr. 10.348). Hij was de laatste Tilburger die dienst nam. Na zijn terugkeer gaat hij weer bij zijn ouders wonen. Hij bleef ongetrouwd. In 1897 woont hij bij zijn broer in de Alleenhoudersstraat. In 1900 gaat hij naar het liefdesgesticht van de Zusters op de Heikant. Daar overleed hij op 20 mei 1914.
Jan Horsten
Hij is geboren en getogen in Tilburg als zoon van Wilhelmus Horsten en Wilhelmina van de Berg. Jan Baptist Horsten werd op 15 juli 1838 geboren. Op 4 februari 1866 maakte hij deel uit van de groep van frater Mauritius, die onder grote belangstelling naar Rome vertrok. In de brieven van Mauritius wordt zijn naam regelmatig genoemd. Zijn zoeavenperiode valt van 10 februari 1866 tot 16 februari 1868 (lgnr. 2246). Hij nam deel aan de veldtocht van 1867 en ontving daarvoor het Mentanakruis. Na terugkomst woont hij enige tijd in pension Donders, een bekend zoeavenadres. Op 28 april 1870 huwde hij met Maria Breugelmans uit Zierikzee. In Tilburg krijgen ze drie kinderen. Horsten, die fabriekswerker was, vertrok op 24 februari 1877 naar Amsterdam en verdwijnt daarna uit beeld.
Theo Horvers
Theodorus Horvers werd op 20 oktober 1839 geboren in Tilburg uit het huwelijk tussen Johannes Horvers en Adriana van Laarhoven. Voordat hij naar Rome vertrok, was hij werkzaam als spinner. Zijn zoeaventijd loopt van 24 februari 1866 tot 1 maart 1868 (lgnr. 2607). Hij nam deel aan de veldtocht van 1867, waarbij hij aanwezig was bij de slag om Bagnorea. Daarover schreef hij een brief die gepubliceerd werd in het Weekblad van Tilburg van 20 oktober 1867.
(11) Hij ontving het Mentanakruis. Op 13 januari 1870 huwde hij met Wilhelmina Leemans uit Hilvarenbeek. Het echtpaar krijgt vier kinderen, waarvan er twee op jeugdige leeftijd sterven. Na het overlijden van zijn vrouw ging hij met zijn zoon Johannes in het fraterhuis wonen waar zijn andere zoon Henricus novice was. Zijn beide zoons zijn frater geworden. Hier heeft hij waarschijnlijk het drukkersvak geleerd, want zijn latere beroep was drukkersknecht. Op 13 november 1892 is hij in Utrecht aanwezig bij de Mentanaherdenking. Op 4 juli 1894 huwt hij opnieuw, nu met Adriana de Brouwer. Ze gaan wonen op de Noordhoek. Op 11 maart 1925 overlijdt hij te Tilburg.
Martinus van Houtum
Hij is op 29 december 1843 geboren in Den Bosch als de zoon van Nicolaas van Houtum en Henriette van de Bergh. Op 17 februari 1866 is hij pauselijk zoeaaf. Zijn diensttijd loopt tot 1 maart 1868 (lgnr. 964). Hij nam deel aan de veldtocht van 1867, waarvoor hij het Mentanakruis ontving; ook kreeg hij de Bene Merentimedaille. Op 1 mei 1869 huwt hij in Den Bosch met Antoinetta Toonen uit Cuijk. Zadelmaker Tinus van Houtum woont dan nog enkele jaren in Den Bosch, voordat hij in 1876 in Tilburg ging werken bij Van Delft's Kinderwagenfabriek in de Telegraafstraat. In de Koningsstraat 41 waar het gezin woonde, begon Tinus met een zadelmakerij en leerhandel. Zijn zoon Jan stond met de producten op de markt. Na het overlijden van zijn vrouw in 1920 verhuist Martinus van Houtum weer naar Den Bosch om daar in 1922 in het Oude-Mannenhuis 'De Twaalf Apostelen' in de Hinthammerstraat te overlijden.
Jan van Hulten
Hij werd op 12 juni 1834 geboren als het zesde kind van de in de Oostheikant 827 woonachtige smid Peter van Hulten en Johanna Rijnen. Op 7 augustus 1857 vertrekt hij naar Oisterwijk. Hij is dan leerlooier van beroep. Op 23 maart 1858 geeft hij op weer naar Tilburg te verhuizen, maar daar is hij nooit als inkomend geregistreerd. Wel is bekend dat hij van 28 april 1866 tot 1 mei 1868 als zoeaaf in Rome is geweest (lgnr. 2868). Hij heeft deelgenomen aan de strijd te Mentana, waarvoor hij het Mentanakruis ontving. Kort daarvoor heeft hij nog met koorts in het hospitaal gelegen. Zijn spoor in Tilburg (of elders) na zijn zoeaventijd is niet teruggevonden.
Petrus van Ierland
Fabriekswerker Petrus van Ierland is een van de velen die na de slag om Mentana naar Rome trokken om de gelederen van de pauselijke troepen te versterken. Van 23 november 1867 tot 2 december 1869 is hij daar geweest (lgnr. 5557). Hij was het zevende kind van Adriaan van Ierland en Lucia van Eerven (geboren 19 oktober 1844). Na terugkomst uit Rome is hij naar het Belgische Arendonk gegaan. Na zijn in Tilburg op 26 september 1872 gesloten huwelijk met Antonia Bergmans uit Zaltbommel gaat hij naar Antwerpen om in 1876 weer naar Tilburg te komen. In 1880 vertrekt hij definitief naar Belgie waar hij in Antwerpen als nachtwaker werkzaam is geweest. Hij had twee kinderen. Zijn overlijdensdatum is onbekend.
Laurens Jacquemijns
Hij werd op 18 augustus 1842 te Gorinchem geboren. Zijn vader Peter Jacquemijns overlijdt op 1 maart 1861; zijn moeder Adriana Garsten gaat later naar Tilburg. Laurens verhuist naar Lexmond, vanwaar hij naar Rome vertrekt. Zijn diensttijd loopt van 17 februari 1866 tot 1 maart 1868
(lgnr. 3041). Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht van 1867. Hij ontving het Mentanakruis en de medaille Bene Merenti. Na terugkomst moet hij in Tilburg terechtgekomen zijn, want hij maakt in 1879 deel uit van het bestuur van Fidei et Virtuti, waarvan hij ondervoorzitter was. In 1885 huwt hij in Leerdam met Clasina van Bruggen. Ze vestigen zich in Tilburg aan het Langepad M 1028, waar ook zijn moeder gewoond had. Ze had daar een pension en werkte als kleermaakster; mogelijk is dat door Laurens voortgezet. Op 26 maart 1890 komt Laurens na een kortstondige ziekte te overlijden. Van zijn begrafenis stond een verslag in de beide Tilburgse kranten. Zijn lijkkist werd gedragen door veertien oud-zoeaven. Op de kist lag het zoeavenuniform met de eretekens.
(12)
Karel Jansen
Hij is op 1 oktober 1842 in Nijmegen geboren uit het huwelijk tussen Jan Jansen en Hermine van Hout. Op 3 februari 1866 is hij in Italie geregistreerd als zoeaaf
(lgnr. 2105). Hij is als zoeaaf ontslagen op 16 februari 1868. Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht van 1867 waarvoor hij de Mentanamedaille heeft ontvangen. Hij maakte in 1892 deel uit van de Tilburgse delegatie die naar de grote herdenking in Utrecht is geweest. Hij was lid van de Bond van Oud-Zouaven Bene Merenti Tilburg. Hij werkte in Tilburg als schoenmaker. Eerst woonde hij in de Veemarktstraat, later verhuist hij met zijn gezin naar de Zuid-Oosterstraat K 258. Omdat hij niet voldoende werk heeft en zijn vrouw ziekelijk is vraagt hij met 'aandrang aanbevolen' door Petrus Bolsius steun aan bij het ondersteuningsfonds voor de oud-zoeaven. Pastoor
A.D. Smits van de Heuvel ondertekende de verklaring van goed gedrag die hiervoor nodig was. Van 1901 tot 1908 ontvangt Karel Jansen enkele guldens per maand ondersteuning. In januari 1908 stopt die steun vermoedelijk omdat hij overleden is.
Johannes Keller
Hij werd op 28 mei 1834 in Tilburg geboren als zoon van de ongehuwde Maria van Luck en Hans Keller. Deze laatste was een Zwitser die als huurling naar Nederland was gekomen. Moeder van Luck overleed bij een bevalling in september 1835. Johannes kwam toen bij een ongehuwde broer en zus van zijn moeder terecht. Hij behoorde tot de eerste zoeaven die vanuit Tilburg naar Gent (en Rome) gingen. Hij diende daar van 10 februari 1866 tot 16 februari 1868 (lgnr. 2296). Hij werd onderscheiden voor zijn deelname aan de slag bij Mentana in 1867. Na zijn terugkeer staat hij te boek als fabriekswerker en later kleermaker. Op 18 april 1872 huwt hij met Aldegonda van Reusel en hij gaat wonen op het adres Noordhoek 661. Vervolgens verhuist het paar, dat zes kinderen kreeg, naar de Paterstraat 24. Keller is aanwezig op de Mentanaherdenking van 1892. Hij is op 7 februari 1921 op 86-jarige leeftijd overleden.

Johannes Keller, 1834-1921 (coll. RHC
Tilburg).
Alphons Kerssemakers
Alphonsius Waltherus Kerssemakers is op 3 januari 1849 geboren in Gestel (bij Eindhoven) als zoon van linnenfabrikant Godefridus Kerssemakers en Maria de Wit. Van 1 december 1867 tot 2 juni 1870 verblijft hij als zoeaaf in Italië (lgnr. 5650). Op 16 december 1869 is hij bevorderd tot korporaal. Hij heeft voor een half jaar bijgetekend. Voor zijn vertrek naar Rome gaf hij als beroep notarisklerk op; na terugkeer wordt hij koopman en fabrikant. Op 5 juni 1871 komt hij in Tilburg te wonen. Hij huwt met Maria Pessers telg van een bekende Tilburgse fabrikantenfamilie. Dat levert de firma Kerssemakers-Pessers op. Het echtpaar vestigt zich in de in die tijd sterk in opkomst zijnde Tilburgse fabrieksstraat bij uitstek, de Goirkestraat, op nummer 98. Het huwelijk levert twee kinderen op. Kerssemakers is voorzover bekend geen bestuurslid geweest van de zoeavenbroederschap. Wel vertegenwoordigde hij (met anderen) Tilburg tijdens besprekingen met generaal De Charette. Hij was aanwezig bij de Mentanaherdenking in Utrecht.(13) Op 18 januari 1913 overleed hij in Tilburg.
Adriaan de Kock
Voordat hij van 24 februari 1866 tot 1 maart 1868 (lgnr. 2617) als zoeaaf in Rome was, werkte Adriaan de Kock als dagloner/landbouwer. Hij was geboren op 27 oktober 1823 als de oudste zoon van Peter de Kock en Antonetta Peijnenburg beide uit Tilburg en woonachtig in de wijk Oerle. Op 28 oktober 1865 verhuist Adriaan naar Den Bosch om van daaruit naar Rome te vertrekken. De Kock, in de krantenberichten ook wel vermeld als De Kok, is op 8 februari 1872 gehuwd met Elisa Vrancken. Het echtpaar bleef kinderloos. Hij werkte als doodgraver en grafwerker en was woonachtig in de St.-Josephstraat. Als een van de hoogtepunten in zijn leven heeft hij ongetwijfeld een persoonlijke ontmoeting met paus Pius IX beschouwd. In een vrolijke bui trok de paus hem aan zijn kneveltje en gaf hem een tik op de wang, zo staat vermeld in het Weekblad van Tilburg.(14) Hij nam deel aan de veldtocht van 1867 en kreeg daarvoor het Mentanakruis. De Kock, ook wel De Kok, is jarenlang secretaris geweest van de Tilburgse Bond van Oud-Zouaven Bene Merenti, waarvan weinig bekend is. Hij stierf op 14 september 1909 in Tilburg.

Adriaan de Kock, 1823-1909 (coll. RHC
Tilburg).
Cornelis Koene
Hij is op 18 oktober 1842 geboren in Geertruidenberg als de zoon van Antoon Koene en Jeanette Snellere. Hij was een van de vele vrijwilligers die zich na de slag van Mentana opgaven voor de strijd in Italië. Cornelis staat als zoeaaf geregistreerd van 7 december 1867 tot 2 mei 1869
(lgnr. 2997). Merkwaardig is het verhaal dat hij naar Nederland teruggeroepen zou zijn om zijn dienstplicht te vervullen. Enerzijds was het vervuld hebben van de dienstplicht voorwaarde om als zoeaaf te mogen dienen. Anderzijds had hij zijn Nederlanderschap verloren door als zoeaaf in dienst te treden. In ieder geval is hij slechts anderhalf jaar in plaats van de gebruikelijke twee jaar in Rome gebleven. Na terugkomst gaat hij in 1873 naar Tilburg waar hij als leerlooier werkt. Hij huwt daar met Maria
Janssens. Het echtpaar krijgt drie kinderen. In 1899 vertrekt het gezin naar
Geertruidenberg.
Adriaan de Kort
Is geboren op 5 augustus 1838 in Oisterwijk als zoon van Andries de Kort en Adriana den Ouden. Niet helemaal duidelijk is wanneer de familie naar Tilburg is verhuisd. Van 1 december 1867 tot 9 juni 1870 is Adriaan als zoeaaf in Rome (lgnr. 5736). Na terugkomst werkt hij als wever. Hij huwt op 20 mei 1875 met de Tilburgse Maria Mennen en krijgt met haar vier kinderen. In 1892, als hij deelneemt aan de Mentanaherdenking, woont het gezin in de Nieuwstraat 60. Op 18 augustus 1920 is hij in Tilburg overleden.

Adriaan de Kort, 1839-1920 (part. coll).
Arnold van der Lee
Gijsbertus van der Lee en Maria van Ingen huwden op 8 mei 1845 in Heusden, waar op 28 december van hetzelfde jaar zoon Arnoldus werd geboren. Voordat hij zoeaaf werd, woonde Arnold in St.-Oedenrode waar hij schilder was. Van 5 januari 1868 tot 13 januari 1870 is hij zoeaaf (lgnr. 6722). Op 10 juli 1872 komt hij vanuit Sint-Michielsgestel in Tilburg wonen. Hij trekt in bij huisschilder Van Erp aan de Nieuwlandstraat. Op 5 juni 1873 huwt hij in Tilburg met Cornelia de Rooij, met wie hij twaalf kinderen krijgt. Hij werkt dan als rijtuigschilder op de werkplaats van de spoorwegen. Het echtpaar woont aan het Wilhelminapark (toen nog de Veldhoven). In 1912 verhuist Van der Lee met zijn vrouw naar Breda om kort daarna naar Rotterdam te vertrekken. Op 4 januari 1915 komt Arnold alleen terug en woont dan in de Zuid-Oosterstraat 53. Op 10 augustus 1915 gaat hij naar het Liefdesgesticht in Udenhout, waar hij moet zijn overleden.
Adriaan Lemmers (15)
Op 22 maart 1842 werd Adriaan Lemmers in Hilvarenbeek geboren als zoon van Gijsbert Lemmers en Maria Hendrikx. Hij werkte als schoenmakersknecht bij de familie Lombarts in Tilburg. Samen met Hendrik Lommers gaf hij zich op als pauselijk vrijwilliger. Het is in de periode dat de zoeaven in de nasleep van de slag om Mentana met honderden naar Rome trekken. Van 23 november 1867 tot 15 augustus 1870 staat hij geregistreerd (lgnr. 5517). In een interview deelt hij overigens mee na de val van Rome (20 september 1870) gevangen te zijn genomen en naar Civita Vecchia te zijn vervoerd.
Na de terugkomst in Nederland huwt hij op 1 augustus 1872 met Henriette Rossij uit Zutphen; ze gaan wonen in de Nazarethstraat 49. Veelzeggend heet hun oudste zoon Albertus Pius. Hij was trouw lid van Fidei et Virtuti en aanwezig bij de Mentananherdenking in 1892.
Lemmers trad in de jaren dertig uit de anonimiteit, voorzover zoeaven al anoniem waren, omdat hij de laatst overgebleven Tilburgse zoeaaf was. Op zijn negentigste verjaardag werd hij op de foto gezet staande naast het vaandel van de zoeavenbroederschap, dat hij als de laatste zoeaaf in zijn bezit had en dat bestemd was voor 'het toekomstig museum'. Hij bereikte de leeftijd van 96 jaar.
Lemmers werd op 3 juni 1938 door een motor geschept en overleed een dag later aan de verwondingen. Bij zijn begrafenis werd het vaandel van Fidei et Virtuti meegedragen.
'Hiermee is een tijdperk van glorie en tevens van piëteit afgesloten', merkte de verslaggever van de krant op.
Hendrik Lommers
Hij is op 30 juli 1850 geboren uit het huwelijk tussen Johannes Lombarts en Gijsberdina de Groot. De naam Lombarts is bij Hendrikus Franciscus Lommers geworden. Van deze zoeaaf is niet al te veel bekend. Hij is op zondag 22 november met een grote groep vanuit Tilburg vertrokken om op 1 december 1867 in dienst te treden (lgnr. 5688). Hij verbleef daar tot 2 juni 1870. Vervolgens is hij teruggekomen in Tilburg, waar hij zijn intrek nam in het pension van de familie J.B. Donders. Vervolgens verdwijnt hij uit het zicht.

Hendrik Lommers, 1850-? (coll. Zouavenmuseum,
Oudenbosch).
Johannes van Loon
Hij was de zoon van Cornelis van Loon uit Udenhout en op 16 augustus 1847 in Tilburg ter wereld gekomen uit diens tweede huwelijk. Zijn moeder was Johanna de Graaf. Hij maakte van 1 december 1867 tot 16 december 1869 onder legernummer 5651 deel uit van de pauselijke zoeaven. Op 16 mei 1872 huwde hij met Hendrika de Laat. Het kinderloos gebleven echtpaar woonde in de Berkdijksestraat, daarna in de Akkerstraat en ten slotte in de Schoolstraat. Johannes was beroepshalve handelaar in manufacturen. Hij was op 13 november 1892 aanwezig bij de Mentanaherdenking in Utrecht. Hij overleed 7 augustus 1916.
Hendrik van Luick
Op 12 maart 1847 kwam Hendrikus van Luick (ook wel aangegeven als Van Luijk en Van Luijck) in Tilburg ter wereld als zoon van Adriaan van Luick en Anna Janssens. Hij is een van de velen die in het najaar van 1867 naar Rome trokken. Van 23 november 1867 tot 2 december 1869 heeft hij (onder nr. 5523) gediend in het pauselijk leger. Na terugkomst uit Rome verblijft hij in het pension van Piet Marsé. Later, op 17 december 1886, verhuist hij naar Oisterwijk. In 1890 keert hij weer terug naar Tilburg en gaat inwonen bij zijn ouders. Wanneer de weduwe Anna Suijs een kind (van hem) verwacht, huwt Hendrik op 27 juni met haar. Het kind, het enige in dit huwelijk, wordt op 9 oktober geboren om 11 oktober te sterven. Niet bekend is wat Van Luick beroepshalve heeft gedaan. Hij bezocht de Mentanaherdenking in 1892. Hij overleed te Tilburg op 9 maart 1909.
Jan Mansveldt (16)
Johannes Antonius Mansveldt is op 21 maart 1850 geboren uit het huwelijk tussen de Nederlands hervormde Jan Mansveldt en de katholieke Anna de Laet. Het paar vestigde zich in Tilburg, verhuisde in 1852 naar Utrecht, kwam weer terug in Tilburg om op 6 juli 1855 naar Den Haag te verhuizen. Jan Mansveldt staat voor zijn vertrek naar Rome als machinist te boek. Zijn vader is op 17 maart 1867 verdronken uit de Waal opgevist. Onduidelijk is of dit een rol heeft gespeeld in het besluit van de dan pas 17-jarige Nederlands hervormde Johannes om de godsdienst van zijn moeder aan te nemen en als zoeaaf naar Rome te trekken. Hij wordt op de boot op weg naar Civita Vecchia katholiek gedoopt. Hij is van 28 januari 1868 tot 27 januari 1870 als zoeaaf geregistreerd (lgnr. 6922). Begin februari 1868 ontvangt hij in Rome het vormsel. Na terugkeer uit Rome woont hij eerst in bij zijn zus Maria in Tilburg, om al op 14 augustus 1871 naar Brussel te verhuizen. In 1886 is hij weer terug in Tilburg, gaat in 1889 naar Lage Mierde en vestigt zich op 19 januari 1891 opnieuw in Tilburg. De ongetrouwde Jan Mansveldt, die dan smid is, woont in het pension van Willem Blomjous en verhuist op 20 mei 1895 naar het pension van Van Meerts. Met zijn vertrek naar Nijmegen op 20 september 1895 verdwijnt hij uit beeld.
Petrus Mercx
Hij is op 24 april 1845 geboren in Oirschot als zoon van smid Johannes Mercx en Maria van de Wetering. Hij is als zoeaaf in Italië
geweest van 11 december 1867 tot 16 juni 1870. Op 7 april 1889 komt hij vanuit Oirschot in Tilburg wonen, waar hij in de kost gaat bij Petrus Obbens in de Korte Schijfstraat. Hij is dan klerk/boekhouder en ongehuwd. In 1892 verhuist hij naar Berkel, waar hij intreedt bij de paters trappisten. Na enkele jaren gaat hij weer naar Oirschot, war hij op 17 april 1934 is overleden.
Antoon Nicolai
Hij wordt op 6 september 1842 in Den Bosch geboren uit het huwelijk van Carolus Nicolai en Anna Hofman. Hij is pauselijk zoeaaf van 12 oktober 1869 tot 20 september 1870 (lgnr. 9196). Na terugkomst huwt hij op 5 februari 1874 in Den Bosch met Johanna Rijnders, van wie hij twaalf kinderen krijgt, allen gezegend met Franse namen. In 1887 verhuist Antoon, die boekhouder/klerk was, met zijn vrouw en dan zeven kinderen naar Tilburg en vestigt zich in de Prinses Sophiastraat 115. Er zijn geen bewijzen dat hij zich in Tilburg met het sociëteitsleven van de oud-zoeaven heeft ingelaten. In 1898 overleed hij (2 maart) en in hetzelfde jaar sterft ook zijn vrouw (12 november). Het talrijke gezin van op dat moment elf kinderen blijft achter. Na 1920 woont geen enkele afstammeling van zoeaaf Nicolai meer in Tilburg.
Frans Nozeman
Als vijfde kind uit het huwelijk van Rotterdammer Cornelis Nozeman en de Pruisische Helena Randerath werd te Tilburg, Kerk N 1225, op 29 november 1833 de zoon Franciscus geboren. Zijn vader Cornelis was visiteur van de Rijksbelastingen en trok met zijn gezin door het land. Bij de geboorte van Frans was hij in Tilburg gestationeerd.
Op 10 februari 1866 begon zijn diensttijd in Rome, die voortduurde tot 12 augustus 1869 (lgnr. 2337). Op 21 september 1868 - gezien de duur van de verbintenis moet Nozeman dan al bijgetekend hebben - volgt zijn benoeming tot korporaal. Hij is betrokken geweest bij twee opmerkelijke acties van de zoeaven. Hij behoorde tot de groep vrijwilligers die in augustus 1867 onder leiding van luitenant de Résimont naar Albano trokken om daar hulp te verlenen aan de slachtoffers van de cholera. Daarvoor ontving hij de gouden Bene Merentimedaille. In november 1867 maakte hij deel uit van de zoeaven die bij Mentana streden, waarvoor hij het Mentanakruis ontving.
Frans Nozeman stierf op 7 september 1876 ongehuwd te Weert waar ook zijn ouders woonachtig waren.
Theodorus Princen
Hij is op 29 september 1842 in Boxtel geboren. Onder legernummer 3679 heeft hij van 8 april 1868 tot 29 mei 1870 dienstgedaan als zoeaaf. Als beroep wordt blauwverver vermeld. Vermoedelijk is hij dat beroep na terugkeer uit Rome in Tilburg gaan uitoefenen. Op 27 januari 1871 overleed hij in Tilburg. De Tilburgsche Courant meldt dat zijn begrafenis een indrukwekkend schouwspel was.
'Zijn stoffelijk overschot werd ... voorafgegaan door een groot getal- en gedragen door zouaven in tenue, ter laatste rustplaats begeleid. Iedereen was zeer gesticht over deze aandoenlijke
plegtigheid'. (17)
Jan de Regter
Hij is op 29 juli 1845 geboren te Hapert als zoon van Johanna de Regter. Zijn vader was onbekend (dat gold heel opmerkelijk ook voor de andere drie kinderen van Johanna de Regter). Zijn moeder woonde in Postel en werkte als bouwvrouw (boerin). Jan is al voordat hij zoeaaf werd naar Tilburg gekomen. In 1870 woonde hij bij Johannes van Gorp, molenaar op de Broekhovenseweg. Jan is dan timmerman, later geeft hij voerman op. Zijn registratie in Rome loopt van 16 juni tot 20 september 1870 (lgnr. 10.298). Op 11 april 1872 huwt hij met de Tilburgse Maria Pijnenburg en komt dan aan de Bosscheweg te wonen. Ruim twee maanden later wordt het eerste van zes kinderen geboren. Het gezin heeft ook aan de Varkensmarkt gewoond. Johannes de Regter was aanwezig bij de Mentanaherdenking van 1892. Na het overlijden van zijn vrouw trekt hij in bij zijn dochter Maria in Loon op Zand. Daar is hij op 13 mei 1923 overleden.
Hendrikus van Rooij (frater Michiel) (18)
Hendrikus is op 1 mei 1837 in Sint-Michielsgestel geboren uit het huwelijk van Hermanus
van Rooij en Margaretha Rutten. Op 24 februari 1866 is hij in Rome, waar hij blijft tot 1 maart 1868 (lgnr. 2592). Hij nam deel aan de veldtocht van 1867, waarin hij vocht in de slag om Bagnorea (5 oktober). Hij werd wel geraakt door een kogel, maar raakte daar niet door verwond. Hij ontving het Mentanakruis en de medaille Bene Merenti. Voor hij vertrok, was hij huisknecht bij de pastoor van Batenburg. Toen hij daar na zijn zoeaventijd terugkeerde, moet de pastoor de woorden: ''t Is jammer, jongen, dat ge voor zulk een mooie zaak niet gesneuveld zijt' gesproken hebben.
Hendrikus van Rooij, 1837-1918
(Coll. Zoeavenmuseum Oudenbosch.
aanvulling nov. 2002).
Op 13 november 1871 trad hij in bij de fraters in Tilburg. Zijn fratersnaam werd Michiel. Op 13 november 1872 legde hij de driejarige geloften af, in 1875 de eeuwige geloften. Hij werkt dan al in de Ruwenberg. Hij doet daar huiswerk evenals later in Den Bosch, Goirle en Tilburg. Op 26 oktober 1905 wordt hij overgeplaatst naar Huize Steenwijk in Vught, waar hij van zijn rust mag genieten. Op 7 juli 1918 is hij daar overleden.
Piet Roxs
Piet Roxs is op 17 juni 1832 in Tilburg geboren uit het huwelijk tussen Bredanaar Pieter Roxs en de Tilburgse Francisca Rommelaar. Na wat omzwervingen komt het gezin in 1838 weer Tilburg te wonen om in 1843 naar Beek en Donk te vertrekken. Niet duidelijk is of Pieter van daaruit naar Rome is vertrokken wanneer hij op 19 mei 1870 dienstneemt bij de zoeaven. Hij maakt op 20 september de val van Rome mee, waarna hij enige tijd uit beeld verdwijnt. Wel weten we dat hij op 20 april 1887 in Tilburg woonachtig is in het logement van Jan Brox. Van daaruit verhuist hij een week later naar 's-Hertogenbosch. Over zijn beroep en overlijden is niets bekend.
Piet Scheefhals (19)
Uit het huwelijk tussen Petrus Scheefhals en Wilhelmina Goossens wordt op 12 december 1841 in Den Bosch de zoon Petrus geboren. Van 28 april 1866 tot 1 mei 1868 (lgnr. 2861) was Piet Scheefhals zoeaaf in Rome. Hij nam daar deel aan de veldtocht van 1867, waarvoor hij het Mentanakruis ontving. Op 21 november van dat jaar werd hij benoemd tot korporaal.
Na terugkeer huwt hij op 1 februari 1872 in Den Bosch met Henrica Ghijben. Het echtpaar gaat enkele dagen later in Tilburg wonen. Ze kregen daar negen kinderen (waaronder twee meisjes met Pia als doopnaam). Boekhouder Piet Scheefhals woonde in de Heuvelstraat M 93 waar hij een magazijn had van tapijten, bedden, matrassen en behangersartikelen. Hij staat in 1879 als kamerbehanger en koopman in tapijten, meubelen en matrassen te boek. Hij adverteerde regelmatig in de Kruisvaan, het blad van de Nederlandsche Zouavenbond St.-Bonifacius. Kort voor zijn overlijden is de winkel failliet gegaan. Zijn vrouw vertrekt enkele jaren na de dood van haar man naar België.
Petrus of Piet Scheefhals speelde een vooraanstaande rol in de Tilburgse zoeavenbroederschap. Bij zijn komst naar Tilburg treedt hij toe als lid. Omstreeks 1878 moet hij als voorzitter van de vereniging Frans Becx zijn opgevolgd. Hij is dat tot zijn dood (1902) gebleven. Hij ontving naast het Mentanakruis, de Bene Merentimedaille en voor zijn werk voor de broederschap de ridderorde van de H. Sylvester. Hij is mede bepalend geweest voor de lijn die Fidei et Virtuti gevolgd heeft, wat hem in de Tilburgse gemeenschap niet altijd in dank zal zijn afgenomen. Met name het beschikbaar stellen van de zaalruimte aan de Koestraat aan sprekers die de opkomende RK arbeidersbeweging wilden bevorderen, kan niet zonder zijn instemming zijn geschied. In de berichten over en de advertenties van de broederschap komt veelvuldig zijn naam voor. Hij was aanwezig bij de grote Mentanaherdenking in 1892. Hij overleed op 14 september 1902.
Cornelis Schenkels
Hij werd op 25 september 1847 geboren als derde kind uit het huwelijk van Johannes Schenkels en Josina Bogaers. Van 23 november 1867 tot 16 december 1869 was hij zoeaaf (lgnr. 2851). Na zijn terugkeer uit Rome was hij schoenmaker. Hij huwde op 29 augustus 1872 met Elisabeth Pistorius uit Tilburg, met wie hij negen kinderen kreeg, van wie er zeven op jonge leeftijd stierven. Na de dood van zijn vrouw huwde hij op 28 november 1900 met Maria van de Vorst die hem nog eens drie kinderen schonk. Hij woonde toen in de Alleenhoudersstraat 29 en later op de Bosscheweg 190. Op 4 maart 1912 kwam hij te overlijden. Hij is aanwezig geweest bij de Mentanaherdenking van 1892 in Utrecht.
Petrus Smits
Geboren in Tilburg op 30 januari 1850 als zoon van wever Jan Smits en lakenpluister Petronella Geboers. Wanneer zijn moeder in 1857 komt te overlijden, trouwt zijn vader met Hendrika van Erp uit Geffen. Als in 1860 ook de vader komt te overlijden, vertrekt de stiefmoeder met de kinderen naar Geffen. Zoon Piet komt in Geertruidenberg terecht van waaruit hij naar Rome vertrekt. Van 18 november 1867 tot 25 november 1869 is hij daar zoeaaf (lgnr. 5315). Na terugkomst is hij arbeider in Geertruidenberg, waar hij in 1873 ook huwt. Daarna verdwijnt hij uit beeld.
Nol van Sommere (20)
Arnoldus van Sommere is geboren noch gestorven in Tilburg, maar toch kan hij tot de bekendste Tilburgse zoeaven worden gerekend. Als bij iemand mythe en werkelijkheid in elkaar overvloeien, dan is het wel bij deze persoon.
Hij kwam op 7 januari 1842 in Batenburg ter wereld als zoon van Antonius van Sommere en Gerarda Kooijmans. Hij was zoeaaf van 3 maart 1866 tot 12 maart 1868 (lgnr. 2648). Hij verbleef langdurig in een hospitaal in Rome als gevolg van een verwonding opgelopen tijdens de slag van Mentana. In de gevechten trof een kogel zijn been. Zijn verdere leven bleef hij de gevolgen van dit ongeluk merken; hij trok altijd met zijn been. Toch tekende hij op 6 januari 1870 bij en bleef hij zoeaaf tot de val van Rome op 20 september van dat jaar. Hij kreeg het Mentanakruis en de medaille Bene Merenti.
Hij is in vermoedelijk 1871 gehuwd met Cornelia Bakker uit Edam. Het echtpaar kreeg één dochter. Afwisselend woont hij daarna in Tilburg en Turnhout. Zo heeft hij in 1877 in de wijk Heuvel op de Bossche Bedding gewoond. Op 18 september 1886 vestigt hij zich definitief in Tilburg, waarbij hij op verschillende plaatsen woont. Hij was volksmuzikant en als zodanig een bekende verschijning in Tilburg: Arnold van Sommere, alias Manke Nol, alias Jan Viool.
Na de dood van zijn vrouw in 1906 ging hij zwerven. In de Nieuwstraat heeft hij nog wel een woonadres. In 1914 kwam hij in het St.-Josephgesticht aan de Lange Nieuwstraat terecht. In 1918 werd hij opgenomen in Huize Voorburg te Vught. Daar overleed hij op 86-jarige leeftijd op 22 mei 1928. Het is de feestdag van de H. Dimphna, patrones der krankzinnigen.
In de verhalen die na zijn dood de ronde deden, zou zijn been in Italië verbrijzeld zijn, was hij diverse keren krijgsgevangen gemaakt, was zijn hart gebroken van liefde voor de schone Italiaansen en was zijn moeder (die in 1848 was overleden) gestorven tijdens zijn Italiaanse avontuur. Dit alles had sterk meegespeeld in zijn verder levenslot. In geromantiseerde vorm publiceerde Frank Klaroen (pseudoniem voor Willem van Mook) in 1928 zijn levensverhaal.

Nol van Sommere, 1842-1938
(coll. RHC Tilburg).
Omstreeks 1895 is van hem een olieverfschilderij gemaakt dat vanwege de gehanteerde stijl wordt toegeschreven aan Jan van Delft, maar waarover wegens het ontbreken van de signatuur onzekerheid bestaat. In de bundel 'Den örgel' van Piet en Leo Heerkens (Tilburg, 1938) stond een lied over Nol van Sommere, getiteld Jan Viool. Rolf Jansen componeerde in 1978 een lied over hem ter gelegenheid van zijn vijftigste sterfdag. Daarin worden zijn Italiaanse tijd en zijn verwonding opgelopen in Mentana genoemd.
Jan Spijkers
Op 27 augustus 1838 wordt te Tilburg Johannes Cornelis Spijkers geboren als het jongste kind van Willem Spijkers en Wilhelmina Verhoof. Met de groep van frater Mauritius vertrekt hij op zondag 4 februari naar Rome. Van 10 februari 1866 tot 16 februari 1868 is fabrieksarbeider Spijkers als zoeaaf in Italië (lgnr. 2249). In de brieven van Mauritius komt zijn naam diverse keren voor, al gaat het daarbij vooral om zakelijke mededelingen, zoals waar zijn compagnie heen is gegaan en hoe zijn financiën er voorstaan. Hij maakt deel uit van de groep die in 1867 in Rome een groepsportret liet maken (zie omslag). Hij maakt de veldtocht van 1867 mee en wordt daarvoor onderscheiden met het Mentanakruis.
Al binnen een jaar na zijn terugkomst huwt hij op 4 februari 1869 met Maria van Hest uit Tilburg. Ze krijgen acht kinderen, waaronder een Franciscus Pius. Van beroep is Jan Spijkers stoker, zijn adres in Tilburg is niet bekend. Op 11 mei 1916 is hij overleden in het
St.-Josephgesticht.
Jan Spijkers (1838-1916) in 1867 (coll.
Archief Fraters Tilburg).
Franciscus Sprengers (21)
Hij is op 5 februari 1839 te Geldrop geboren als zoon van wever Paulus Sprengers en Johanna de Groot. Vanuit Geldrop vertrok hij naar Italië. Daar diende hij als zoeaaf van 10 februari 1866 tot 16 februari 1868 (lgnr. 2282). Op 22 september 1869 sloot hij een nieuwe verbintenis onder nummer 9129. Hij was aanwezig bij de veldtocht van 1867 en later bij de val van Rome op 20 september 1870. Hij ontving het Mentanakruis. Franciscus Sprengers, die eerst arbeider was en later wever, bleef vrijgezel. Op 15 juli 1875 komt hij in Tilburg wonen bij Peter Vingerhoets in de Piusstraat. Hij vertrok weer uit Tilburg op 5 januari 1877. Op 5 maart 1918 stierf hij in een tehuis in Heeze.
Johannis Strijbosch
Hij wordt geboren op 22 juli 1845 te Deurne als zoon van Hendricus Strijbosch en Johanna Koolen. Van 15 december 1867 tot 31 december 1869 is hij pauselijk zoeaaf (lgnr. 6283). Hij ontving de medaille Bene Merenti. Hij huwt vervolgens met Francijna Bukkems. Ze krijgen acht kinderen, waarvan de eersten te Deurne geboren worden. Later gaat Johannis Strijbosch naar Helvoirt en vervolgens komt hij in Tilburg terecht, waar hij op 14 januari 1880 wordt ingeschreven. Hij is eerst dagloner geweest, later tuinman, hovenier, landbouwer en ten slotte onbezoldigd rijksveldwachter. Hij woonde aan de Bredaseweg en later in de Boomstraat 13. Op 17 oktober 1913 is hij te Tilburg overleden.
Antoon Verhulst
Hij is op 27 maart 1841 in Den Bosch geboren als de oudste zoon van Johannes Verhulst en Johanna Seltz. Van 15 december 1869 tot 20 september 1870 verblijft hij als zoeaaf in Italië (lgnr. 9623). Op 22 februari 1876 huwt hij met Maria Vorstenbosch eveneens uit Den Bosch. Daar oefent Antoon het beroep uit van vertegenwoordiger. Op 6 mei 1890 komt het gezin, drie kinderen, in de Nieuwlandstraat in Tilburg wonen. Drie jaar later verhuizen ze naar Breda. De overlijdensdatum van Antoon Verhulst is niet bekend.

Antoon Verhulst, 1841-? (coll. Zouavenmuseum,
Oudenbosch).
Henricus Versteeg (frater Fredericus) (22)
Hij werd op 31 maart 1839 geboren te Arnhem als vierde zoon van bakker Fredericus Versteeg en Anna Rosmulder. Henri studeerde enkele jaren voor apotheker, maar stopte zijn studie om op 27 april 1862 in te treden bij de fraters in Tilburg. Daar kreeg hij als frater Fredericus de zorg over de apotheek in de ziekenzaal. Ook toen hij na een half jaar overgeplaatst werd naar de Ruwenberg in Sint-Michielsgestel, had hij daar de zorg voor de apotheek. Op 3 mei 1863 legde hij de driejarige geloften af. In 1866 vatte hij het plan op om zich als vrijwilliger te melden voor het zoeavenleger. Hij kreeg daarvoor toestemming van superior De Beer en mgr. J. Zwijsen. Van 10 februari 1866 tot 16 februari 1868 is hij in Italië (lgnr. 2248). Tijdens de slag om Monte Libretti op 13 oktober 1867 wordt hij getroffen door een kogel in zijn linkerkaak, die hem het eten en spreken lange tijd zeer moeilijk maakte. Hij ontving het Mentanakruis en de Bene Merentimedaille. Na zijn terugkomst legt hij op 7 september 1869 de eeuwige geloften af en wordt weer hulp in de ziekenzaal. Op 20 december 1874 wordt hij overgeplaatst naar de Ruwenberg, waar hij op 26 maart 1910 overleden
is (zie groepsportret).

Henricus Versteeg (1839-1910) in 1867(coll.Archief
Fraters Tilburg).
Levinus Vliegendehond (frater Mauritius) (23)
Uit het huwelijk van Jan Jans Vliegendehond en de Friese Anna Pitjou werd op 15 februari 1838 in Den Haag Levinus Vliegendehond geboren. Hij was net vier jaar toen zijn vader overleed en zijn moeder in Loosduinen ging wonen. Lieven trad op 12 juli 1862 in noviciaat bij de fraters te Tilburg en nam daar de naam frater Mauritius aan. Op 15 september 1863 legt hij de driejarige geloften af. Hij verblijft dan als surveillant op internaat de Ruwenberg in Sint-Michielsgestel. Op 4 februari 1866 gaat hij naar Rome, waar op 10 februari zijn zoeaventijd begint (lgnr. 2302). Op 10 maart 1867 wordt hij korporaal; op 1 oktober 1867 sergeant. Naast zijn militaire loopbaan was ook zijn kennis van het Frans, de voertaal in het zoeavenregiment een pre. Een luitenantsbenoeming heeft hij onder druk van mgr. J. Zwijsen afgewezen. Deze zou het bezwaarlijk hebben gevonden dat een van zijn fraters officier zou worden. Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht van 1867 en is met het Mentanakruis gedecoreerd. Hij heeft ook de Bene Merentimedaille ontvangen. Vanuit Rome en de omliggende plaatsen, waar de zoeaven gelegerd waren, heeft hij tientallen brieven geschreven, waarvan er zestig in het Weekblad van Tilburg en later de Tilburgsche Courant verschenen. In 1867 al verscheen een aantal van deze brieven in een brochure. Feitelijk heeft hij daarmee een flink stempel gedrukt op de wijze waarop de Tilburgers de strijd om het behoud van de pauselijke staat onder ogen kregen.
Na zijn terugkeer in Tilburg op 12 oktober 1868 gaat hij al spoedig weer naar de Ruwenberg. Op 7 september 1869 legt hij de eeuwige geloften af.
Mauritius Vliegendehond, 1838-1911, als zoeaaf
in 1867 (coll. Archief Fraters Tilburg)
en afgebeeld op een postzegel, uitgegeven ter gelegenheid van het eeuwfeest van de fraters
van Tilburg op de Antillen in 1986. (coll. RHC Tilburg).
Op 16 oktober 1886 wordt hij overgeplaatst naar Curaçao, waar hij overste werd van het eerste fraterhuis daar. In 1986 werd ter herinnering aan de komst van de fraters naar de Antillen zijn beeltenis op een postzegel geplaatst. Bij terugkeer uit Curaçao in 1895 verblijft hij nog in Tilburg en Den Bosch voordat hij weer op de Ruwenberg terechtkomt.
Op 7 september 1911 is hij daar overleden.
Martinus Vlemmings
Hij is het negende kind uit het huwelijk van Johannes Vlemmings en Maria
Strijbos. Hij wordt op 17 juni 1836 in Stratum geboren. Van 13 januari 1867 tot 15 januari 1869 is hij in Italië
(lgnr. 3459). Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht van 1867, waarvoor hij het Mentanakruis ontving.
Op 9 september 1869 treedt hij in het huwelijk met Johanna de Cocq, de oudste zus van de Tilburgse zoeaaf De
Cocq. Het echtpaar, dat geen kinderen kreeg, woont in de Van Doorenstraat. Martinus oefent in Tilburg het beroep uit van smidsknecht; ook zijn vader (in
Stratum) was smid. Martinus Vlemmings is op 13 november 1892 aanwezig bij de Mentanaherdenking in Utrecht. Hij overleed op 5 mei 1906 in Tilburg.
Antonius Vrinds
Het Tilburgse echtpaar Willem Vriends en Maria Kools kreeg op 30 maart 1846 een tweede zoon genaamd Anthonius Thomas. Zoals wel meer voorkomt in de negentiende eeuw verandert de naam enigszins. Als Anthonius Vrinds neemt hij deel aan de strijd in Italië. Zijn registratie loopt van 23 november 1867 tot 2 december 1869
(lgnr. 5528). Na terugkomst huwt hij op 11 januari 1872 met de Duitse Wilhelmina
Finthammer. Hun eerste kind, dat Pius heette, komt al na drie maanden te overlijden. Er volgen nog acht kinderen. Antonius is fabriekswerker. Het gezin woonde in de Veemarktstraat 31, waar Wilhelmina in 1912 overlijdt. Op 12 november 1919 vertrekt Antonius naar
Gilze; in 1927 komt hij weer terug in Tilburg. Op 15 oktober 1929 overlijdt Antonius Vrinds in Tilburg.

Antonie Vrinds, 1846-1929 (part. coll).
Hendrik van Vucht
Op 27 juli 1844 kwam hij in Hapert ter wereld als zoon van Antonius van Vucht en Catharina
Sengers. Hij was voor zijn zoeaventijd bouwman (= landbouwer). Van 16 juni 1870 tot 20 september 1870
(lgnr. 10.297) diende hij in Italië. Na zijn zoeaventijd komt hij in Tilburg terecht, waar hij huwt met Maria van
Diessen. Als beroep geeft hij dan op fabriekswerker te zijn. Later is hij stoker/machinist. Het echtpaar, dat twee kinderen kreeg, woonde eerst in de
Herstalsestraat, dan op de Rielseweg en later in de Van Sonstraat. In 1892 is Hendrik van Vugt zoals de naam dan geschreven wordt, aanwezig bij de Mentanaherdenking in Utrecht.
Jan Vugts
Hij is op 23 oktober 1835 geboren in Moergestel als vijfde en laatste kind uit het huwelijk van Adrianus Vugts en Johanna
Meijdenberg. Hij was landbouwer toen hij op 1 januari 1863 intrad als novice bij de fraters van Tilburg. Hij kwam als frater Bruno op de boerderij van de Ruwenberg te werken. Blijkbaar was dat toch niet zijn roeping, want al voordat hij dienstnam als zoeaaf, was hij weg bij de fraters. Op 26 februari 1866 nam hij afscheid van de fraters, op 10 maart 1866 wordt hij in Rome als zoeaaf ingeschreven
(lgnr. 2698). Hij bleef in Italië tot 12 maart 1868. Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht van 1867, waarvoor hij het Mentanakruis ontving. Frater Mauritius noemt hem een enkele maal in zijn brieven. Het meest opmerkelijk daarbij is een incident op het einde van het jaar 1867. Klachten over het eten dat bereid werd door een oneerlijke Franse kok leidden tot een vechtpartij, waarbij Vugts min of meer toevallig betrokken raakte. Hij kreeg er 15 dagen arrest voor.(24) Onduidelijk is waar hij na zijn zoeavenbestaan is gebleven.

Jan Vugts, 1835-? (coll. RHC Tilburg).
Jacob van Woerkom
De oudste zoon van Wilhelmus van Woerkom en Johanna van Leeuwen kwam op 18 april 1840 in Tilburg ter wereld. Wanneer Wilhelmus, die woonachtig was op de Heuvel, in 1850 overlijdt, vertrekt de weduwe met haar zes kinderen naar haar geboortestad Den Bosch. Van daaruit vertrekt Jacob eind januari 1866 met een van de eerste groepen Brabantse zoeaven naar Den Bosch. Hij staat geregistreerd van 3 februari 1866 tot 16 februari 1868. Hij heeft deelgenomen aan de veldtocht in 1867. Hij ontving het Mentanakruis en de Bene
Merentimedaille. Na zijn terugkeer is hij gehuwd met Maria Wajon uit Brielle. Hij is op 12 december 1910 in Den Bosch overleden.

Jacob van Woerkom, 1840-1910 (part. coll).
Geraadpleegde bronnen en literatuur (zie record 249)
Noten bij de biografische schetsen
AFT Archief fraters van Tilburg
GAT Gemeentearchief Tilburg
N.T.C. Nieuwe Tilburgsche Courant
T.Crt. Tilburgsche Courant
ZO Zouavenmuseum Oudenbosch
(1) Voor alle schetsen die hierna volgen is gebruik gemaakt van het genealogisch onderzoek dat vanaf 1995 is verricht door Jan Hoofs in samenwerking met de mensen van de
VIS-club, te weten Frans van Berkel, Bernard Naaijkens, Albert de Natris, Jan
Santegoets, Jan Schilders, Jan Verhoeven, Theo van Vugt en Piet Westland. Daarnaast zijn bijdragen verleend door medewerkers van het Gemeentearchief Tilburg. De genealogische gegevens zijn verzameld in een niet-uitgegeven manuscript (info Jan Hoofs 073-5212554) waarvan een exemplaar berust bij het Gemeentearchief Tilburg. Na afsluiting van dit manuscript (mei 1996) is door de auteur en anderen nog aanvullend onderzoek verricht. In de annotaties zijn daarvan de bronnen vermeld. De aanwezigen bij de Mentanaherdenking in Utrecht in 1892 worden genoemd in Arts, Herinnering aan het
Mentana-feest, 55-80.
(2) Katholieke Illustratie 1904/1905, 134; N.T.Crt. 1 april 1926;
Christofoor,
Epos der 3000, 246-247.
(3) Weekblad van Tilburg 11 juni 1871; N.T.Crt. 25 april 1923;
Adresboek 1870 en 1881.
(4) Coenen, Geldropse zoeaven, 34.
(5) Coenen, Geldropse zoeaven, 34.
(6) T.Crt. 19 november 1874.
(7) AFT, dossier frater Eustachius Brauërs.
(8) Afgezien van Pieter Jong was dit een van de eerste zoeaven waarvan de auteur van dit boekje ooit hoorde. Frater
Sindulf, die met zijn broers Armand en Sigismund les gaf op de pedagogische academie
St.-Stanislaus in Tilburg, vertelde over zijn grootvader. Vermoedelijk wist hij niet dat ergens in het gebouw van de fraterscongregatie waar hij deel van uitmaakte een kopie-foto rondzwierf van een groep Tilburgse zoeaven waaronder zijn grootvader. Deze teruggevonden foto siert de voorpagina van dit boekje.
(9) T.Crt. 4 november 1897.
(10) AFT, Brieven van frater Mauritius, brieven 30 juli en 16 september 1867.
Weekblad van Tilburg 19 en 26 oktober 1867.
(11) Weekblad van Tilburg 20 oktober 1867.
(12) Adresboek 1879; N.T.Crt. en T.Crt. 30 maart 1890.
(13) Adresboek 1879; T.Crt. 2 februari 1887.
(14) Weekblad van Tilburg 24 november 1866.
(15) N.T.Crt. 30 januari 1932, 23 maart 1932, 22 maart 1938 en 3 tot en met 10 juni 1938.
(16) AFT, Brieven van frater Mauritius, brief 28 januari 1868; Weekblad van Tilburg 8 februari en 7 maart 1868.
(17) T.Crt. 2 februari 1871.
(18) AFT, dossier frater Michiel Brauërs. Tussenbeide 131 (augustus 1985), 34-37.
(19) Adresboek 1879, 111. De Kruisvaan, jrg. 1878-1880. N.T.Crt.
9 september 1902.
(20) Janssen, We hebben gezongen, 3-16; N.T.Crt. 24 mei 1928.
(21) Coenen, Geldropse zoeaven, 42-43.
(22) AFT, dossier frater Fredericus Versteeg. AFT, Brieven van frater Mauritius, 17 en 25 oktober 1867. In de transcriptie is ook het uitvoerig verslag van frater Fredericus over Monte Libretti opgenomen.
(23) AFT, dossier frater Mauritius Vliegendehond; Eijkens e.a., Enigen uit velen, 32-38;
N.T.Crt. 7 december 1950 brief Broeder Christofoor.
(24) AFT, Brieven frater Mauritius, ongedateerd (december 1867).




