Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
253. Gids voor het gebouw en de inventaris van de Sint Dionysiuskerk, 't Heike te Tilburg
 

Titel:   

Gids voor het gebouw en de inventaris van de Sint Dionysiuskerk, 't Heike te Tilburg *

Ondertitel:   

Auteur:   

Joost van Hest **

Jaargang:   

VIII (1990) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

77-80


* Met uitzondering van opgeborgen voorwerpen

N.B. Artikel uit themanummer De kerk van het Heike


Het huidige kerkgebouw dateert van 1826-1829. Het is een z.g. waterstaatskerk (gebouwd onder toezicht van het ministerie van Waterstaat) in neoclassicistische stijl naar een ontwerp van Justinus Backx en Willem Frederik Conrad. Die stijl is vooral te zien in het interieur: zuilen met Ionische kapitelen en de kroonlijst langs de wanden. De voorgevel is in 1894-1895 toegevoegd. Het neogotische ontwerp is van C.F. van Hoof. De kenmerkende motieven zijn o.a. pinakels, spitsbogen en driepassen. Bij deze verbouwing werd de toren (het enige bewaard gebleven onderdeel van de vroegere kerk) opnieuw ommanteld. De oorspronkelijke geleding en de vorm van de torenspits bleven daarbij voor een groot gedeelte gehandhaafd. 

Lijst van inventarisstukken en andere objecten, zowel in als buiten aan de kerk.

N.B. Na de vermelding van het object volgen: de naam van de maker [1], de herkomst en het jaartal [2], en bijzonderheden [3]. Het jaartal verwijst naar de vervaardiging en eventuele schenking.


1. Beeld mgr. Johannes Zwijsen. [1] Toon Dupuis, Antwerpen/'s-Gravenhage (gesigneerd op sokkel). [2] Resultaat van een in 1926 uitgeschreven prijsvraag b.g.v. het vijftigste sterfjaar van Zwijsen; 1933. [3] Mgr. Zwijsen was de eerste wereldgeestelijke van 't Heike. Hij speelde een grote rol bij de katholieke emancipatie. Zo ook de vier personen die op reliëfs het beeld flankeren (v.l.n.r.): J. Smits, J.B. van Son, J.L.A. Luyben en J.A. Mutsaers. Oorspronkelijk stond het monument voor het Paleis-Raadhuis.

2. Eerste steen. [1] Onbekend. [2] Gelegd b.g.v. de bouw van de kerk; 1827. [3] De tekst luidt (vertaald): De eerwaarde heer E. Duchamps, herder van deze parochie, heeft op 31 augustus 1827 de eerste steen van deze herbouwde kerk geplaatst in het bijzijn van de regenten van deze kerk, de heren P.Brouwers J.F. Suijs, G. Bogaers, W.A. Dams.

3. Beeld "Driekoningen-zingen". [1] Jacques Kreijkamp (Tilburg). [2] In opdracht van het gemeentebestuur vervaardigd; 1961. [3] Het beeld herinnert aan het jaarlijkse Driekoningen-zingen en de vroegere Driekoningenstoet die op 6 januari door Tilburg trok.

4. Beeld H. Hart. [1] Henricus van Tielraden, Tilburg. [2] Schenking A. de B. (Arnoldus de Beer?); 1897. [3] Het beeld toont de gebruikelijke weergave van Christus als het "H. Hart": met de linkerhand op zijn hart wijzende en de rechterhand in zegeningsgebaar. 

5. Beeld O.L.Vrouw van het H. Hart. [1] Henricus van Tielraden, Tilburg. [2] schenking A.de B. (Arnoldus de Beer?); 1897. [3] Als tegenhanger van Christus' H. Hart geldt het H. Hart van Maria, doorstoken vanwege de smarten die zij leed. 

6. Beelden engelen. [1] Firma Janssen & Co., Tilburg (gesigneerd op sokkel). [2] Schenking E.W. (Elisabeth Wouters?) en C.v.T. (Cato van Tulder?); 1895. [3] De engelen dragen banderollen met de tekst (vertaald): Huis van God (l.) en Huis van Gebed (r.).

7. Beeld H. Dionysius. [1] Henricus van Tielraden, Tilburg. [2] Schenking E.W. (Elisabeth Wouters?) en C.v.T. (Cato van Tulder?); 1895. [3] De kerkpatroon van 't Heike houdt in zijn linkerhand een schild met een afbeelding van zijn hoofd. Dit verwijst naar zijn afgehouwen hoofd, waarmee hij na zijn onthoofding naar de plek liep waar hij begraven wilde worden. Twee engelen dragen een baldakijn boven het beeld. 

8. Orgel. [1] Pieter van Peteghem, Gent. [2] Afkomstig van het klooster Roosendael bij Mechelen; 1776. [3] In 1803 aangekocht en opgesteld in de schuurkerk. In 1829 overgebracht naar de huidige kerk. Door uitbreiding in 1918 werd het opgenomen in een bredere façade. Het oxaal waarop het staat, wordt gedragen door acht Ionische zuilen.

9. Banken. [1] C.F. van Hoof, Tilburg (ontwerp); H. te Riele, Roermond (uitvoering?). [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; ca. 1900. [3] Alle banken zijn in neorenaissance-stijl. Hetzelfde geldt voor de wandbetimmering achter de banken onder het oxaal. De bovenlichten van de toegangsdeuren aldaar hebben Jugendstilmotieven. Ontwerper Van Hoof is dezelfde als de architect van de voorgevel.

10. Wijwatervat. [1] Leander Petit, Tilburg. [2] Schenking Eugenia Suijs b.g.v. haar huwelijk; 1873. [3] Eenvoudige kelkachtige vorm geïnspireerd op voorbeelden uit Renaissance en Barok. 

11. Beeld H. Cornelius. [1] Hendrik van der Geld, Den Bosch (gesigneerd op sokkel; de console, evenals bij de overige beelden tegen de zuilen, is van Wilhelmus van Iersel). [2] Schenking Elisabeth Wouters; 1878. [3] Paus Cornelius draagt de tiara en het pausenkruis. De hoorn (in het Latijn: cornu) verwijst naar zijn naam en het feit dat hij patroon is van het gehoornde vee.

12. Beeld H. Ludgerus. [1] Theodor Stracké, Bocholt. [2] Schenking van dr. Joseph Giese; 1878. [3] Als eerste bisschop van Münster draagt hij een kerkmodel. De gans verwijst naar zijn wonderbaarlijke verjaging van schadelijke wilde ganzen. De schenker was vicaris-generaal van Münster en vond na zijn uitwijken vanwege de anti-katholieke Kulturkampf onderdak op 't Heike.

13. Beeld H. Dymphna of Cecilia. [1] Onbekend. [2] Onbekend; ca. 1877-1880. [3] De bijbehorende attributen zijn twee zwaarden waarvan er een gebroken is voorgesteld. 

14. Beeld H. Johannes de Doper. [1] Jean A. Oor, Roermond. [2] Schenking Arnoldus, Helena, Maria en Anna Pollet; 1879. [3] Boeteprediker in kameelharen kleed. Met de rechterhand wijst hij op de komst van Christus, in de linkerhand draagt hij de doopschelp.

15. Beeld H. Dionysius. [1] Duits atelier (Mönchen-Gladbach?). [2] Schenking notaris A.H.J.W. Martens; 1877. [3] De heilige is afgebeeld met het afgehouwen hoofd in de hand (vergelijk nr.7).

16. Beeld H. Ignatius van Loyola. [1] Hendrik van der Geld, Den Bosch. [2] Schenking weduwe Ignatius Wouters b.g.v. priesterwijding zoon; 1879. [3] Stichter van de Sociëteit van Jezus (Jezuïeten). In zijn linkerhand heeft hij het regelboek van de orde. 

17. Beeld H. Franciscus Xaverius. [1] Hendrik van der Geld, Den Bosch. [2] Schenking Theodor Sträter; 1880. [3] Jezuïetenheilige die missioneerde in Indië en Japan. Het crucifix in zijn linkerhand verwijst naar het missioneringswerk. 

18. Beeld H. Barbara. [1] Jean A. Oor, Roermond. [2] Schenking Elisabeth Wouters; 1878. [3] Martelares die door haar heidense vader opgesloten werd in een toren, vandaar het torentje als attribuut. De drie raampjes daarin verwijzen naar haar eer aan de H. Drieëenheid. De kelk op het evangelieboek verbeeldt haar patronaat van een zalige (voorbereide) dood: verwijzing naar de Sacramenten der Stervenden. 

19. Beeld H. Johannes de Evangelist. [1] Duits atelier (Mönchen-Gladbach?). [2] Schenking Elisabeth Wouters; 1877. [3] Eén van de vier evangelisten, voorgesteld met zijn symbool: de adelaar. 

20. Preekstoel. [1] Jan Baptist van Hool en P. Dieltjes, Antwerpen/Grobbendonck (?). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; ca. 1829. [3] Op het klankbord verbeelding van het Oude Testament (staf van Aäron, wetstafelen), Nieuwe Testamentfsstrijd (helm) en goddelijke wijsheid (vuurpot). Het rugbeschot draagt de Arma Christi. Op de kuip: reliëfs van de Verlosser en de vier evangelisten. Het meubel is in neobarokke stijl.

21. Beeld H. Thomas van Aquino. [1] F.J.L. Carlier. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd als onderdeel van de preekstoel; 1829. [3] Kerkleraar uit de dominicaner orde. In zijn linkerhand de "Summa theologiae": zijn belangrijkste geschrift. De zon op zijn borst verbeeldt de verlichtende wijsheid. Met de voeten vertrapt hij een mijter en kroon: het afzien van geestelijke en wereldlijke waardigheden. Oorspronkelijk stond het beeld onder de kuip van de preekstoel. 

22. Altaartafel. [1] J.A. Raaijmakers, Tilburg (ontwerp); Gebr. Wijnen, Valkenswaard (uitvoering). [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; ca. 1968. [3] Als gevolg van de veranderde liturgische opvattingen na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd een nieuw, tweede priesterkoor ontworpen, waarop deze altaartafel geplaatst werd. 

23. Communiebank. [1] Jan Baptist van Hool en P. Dieltjes, Antwerpen/Grobbendonck (?). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; ca. 1829. [3] Neobarok meubel met loofwerk bestaande uit acanthusbladeren, korenaren, druivenranken en maïskolven. Hiertussen reliëfs: (v.l.n.r.) Ark van het Verbond met de cherubs, de pelikaan met jongen, het apocalyptisch lam op het boek, de tafel met de toonbroden. De putti verbeelden zes van de zeven Werken van Barmhartigheid: (v.l.n.r.) hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, zieken bezoeken, gevangenen bevrijden, doden begraven. Het zevende Werk, vreemdelingen herbergen, is afgebeeld op de verwijderde middendeurtjes. 

24. Beeld H. Augustinus. [1] Frans J.P. Donkers, Den Bosch (gesigneerd op sokkel). [2] Afkomstig van biechtstoel (tegenwoordig in de Sint Pieterskerk te Oirschot); 1851 (gedateerd op sokkel). [3] Een van de vier Latijnse kerkvaders. Het boek met het opschrift De gratia verwijst naar zijn De gratia Christi et de peccato originali (Over de genade van Christus en de erfzonde), hetgeen samenhangt met de oorspronkelijke standplaats. De heilige is weergegeven in de standbeeldenpose. 

25. Beeld H. Johannes de Doper. [1] Frans J.P. Donkers, Den Bosch (gesigneerd op sokkel). [2] Afkomstig van biechtstoel; 1851 (gedateerd op sokkel). [3] De boeteprediker heeft een kruis met vaan als verwijzing naar Christus. Zijn pose grijpt terug op de Griekse en Romeinse voorbeelden die centraal stonden in het 19e-eeuwse kunstonderwijs. 

26. Beeld H. Anna. [1] Gebr. Jan Baptist en Pieter Jozef de Cuyper, Antwerpen. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 
1840. [3] Neobarok beeld van de moeder van Maria, voorgesteld met haar dochter. 

27. Beeld H. Francisc us van Sales. [1] Gebr. Jan Baptist en Pieter Jozef de Cuyper, Antwerpen. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1840. [3] Bisschop van Genève en medestichter van de congregatie van de Zusters der Visitatie. Het brandende hart is een teken van zijn liefde voor God en de naaste. 

28. Godslamp. [1] L. Pronk, Den Bosch. [2] Schenking geestelijke J. Wouters; 1893. [3] Neobarok, met voorstellingen van de H.H. Gertrudis, Franciscus van Sales en Johannes de Doper. 

29. Schilderij Kruisiging van Sint Petrus naar Caravaggio. [1] Onbekend. [2] Schenking Thomas J. van Dooren in 1829; onbekend. [3] De zijdefabrikant Van Dooren had dit schilderij in zijn bezit gekregen bij de aankoop van een bisschoppelijk paleis met inventaris te Parijs tijdens de Franse Revolutie. Oorspronkelijk werd het op een van de vroegere zijaltaren geplaatst.

30. Hoogaltaar. [1] Willem Kerricx, Antwerpen.. [2] Afkomstig uit de Sint Jacobskerk te Antwerpen; 1699-1700. [3] Het barokke altaar werd in 1821 aangekocht en in 1828 opgesteld. Voordat het zijn zwerftocht begon, stond het in de verdwenen, Antwerpse Sint Walburgis- of Burchtkerk. Bovenin is een sculptuur van God de Vader met de H. Geestduif en engelen. Tussen de zuilen een schilderstuk van de Onthoofding van de H. Dionysius en zijn gezellen, door de Antwerpenaar Jean Anthony uit 1901 (gesigneerd en gedateerd). De letters boven het schilderij: D.O.M., staan voor 'Deo Optimo Maximo' (= aan de Aallerhoogste God). Het benedendeel dateert van ca. 1900. Altaartafel, tabernakel, expositietroon en kaarsenbanken vervingen de toen aanwezige onderdelen. De poortjes werden als een nieuw element toegevoegd. Hierbovenop werden de reeds bestaande reliekschrijnen van de H. Damianus en de H.Laurentinus (Lambertus van Rijswijck, Antwerpen 1883 en 1886, geschenk van pastoor Joannes van der Lee) en beelden geplaatst. De vermoedelijke maker van de nieuwe onderdelen is Jean A. Oor uit Roermond. Het altaarcrucifix boven het tabernakel draagt een barok corpus in de traditie van de Vlaamse beeldsnijdersfamilie Duquesnoy uit de zeventiende eeuw. Het reliëf op de altaartafel stelt de Emmausgangers voor.

31. Beeld H. Petrus. [1] Gebr. Jan Baptist en Pieter Jozef de Cuyper, Antwerpen. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1840. [3] Petrus is voorgesteld met de sleutels (primaatschap van de Kerk als heilbrenger). De opgerichte arm is een van de kenmerkende motieven van de neobarok. 

32. Beeld H. Paulus. [1] Gebr. Jan Baptist en Pieter Jozef de Cuyper, Antwerpen. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1840. [3] Paulus toont het boek als symbool van zijn brieven. Het zwaard wijst op zijn martelaarschap (onthoofding). 

33. Raam H. Hart. [1] Onbekend. [2] Schenking notaris P. Maas; 1928. [3] Voorgesteld is: de verschijning van Jezus' H. Hart aan de Visitatiezuster Margaretha Maria Alacocque. De tekst luidt (vertaald): Hart van Jezus, vol goedheid en liefde. 

34. Raam H. Michael. [1] Onbekend. [2] Schenking notaris P. Maas; 1928. [3] De aartsengel Michael is zoals gebruikelijk weergegeven terwijl hij de draak (het kwade) verslaat. 

35. Raam H. Elisabeth van Thüringen. [1] Jean Baptist Capronnier, Brussel. [2] Schenking Petrus Bogaers als dank voor hulp van de pastoor bij ziekbed van zijn vader Vincentius Bogaers; 1878. [3] De begeleidende bedelaar en de in rozen veranderde broden duiden op de liefdadigheid van de heilige. De decoratieve motieven zijn neogotisch. 

36. Raam H. Vincentius à Paulo. [1] Jean Baptist Capronnier, Brussel. [2] Schenking Petrus Bogaers (als 35); 1878. [3] Te zamen met Elisabeth is Vincentius de patroon van de katholieke liefdadigheidsverenigingen. Hij is voorgesteld met twee weeskinderen. 

37. Lichtkronen. [1] Lambertus van Rijswijck, Antwerpen. [2] Eén exemplaar geschonken door Arnoldus de Beer en zijn broers, het andere door de kinderen van Arnoldus; resp. 1858 en 1880. [3] De weelderige decoratie is typerend voor de neobarok. Oorspronkelijk waren het kaarsenkronen, die in het middenschip hingen. 

38. H. Hartaltaar. [1] Onbekend. [2] Schenking Magdalena Bogaers b.g.v. haar intrede in Orde van het H. Hart; 1869. [3] Door de zuilen, kroonlijsten en strakke geleding is het een voorbeeld van het neoclassicisme. Het H. Hartbeeld is echter neogotisch. De twee reliekschrijnen (Lambertus van Rijswijck, Antwerpen 1883) zijn een geschenk van Theodor Sträter b.g.v. de Eerste Communie van zijn dochter Agnes.

39. Beeld H. Jozef. [1] Jan Baptist (Johannes Jozefus) Peeters, Antwerpen (?). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1839 (?). [3] De neobarokke stijl van dit beeld (en het hiernavolgende) doet een oudere datum vermoeden dan het altaar waarop het staat. De voedstervader van Jezus is afgebeeld met het Christuskind op de arm. 

40. Beeld H. Antonius van Padua. [1] Jan Baptist (Johannes Jozefus) Peeters, Antwerpen (?). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1839 (?). [3] Antonius is een van de belangrijkste franciscaner heiligen. De weergave met het Christuskind behoort tot zijn gebruikelijke iconografie. 

41 (A t/m N). Ramen Rozenkransgeheimen. [1] Firma F. Nicolas & Zonen, Roermond (signering en datering aanwezig, behalve bij F, G, H, I). [2] Schenkingen vanuit parochie; 1903-1923. [3] De veertien ramen verbeelden de vijf Blijde, vijf Droevige en vier Glorievolle Geheimen van het Rozenkransgebed. Het vijftiende Geheim is zichtbaar in het Maria-altaar (nr.68). De decoratieve details grijpen terug op de Renaissance. Het maaswerk (raamgeleding) is neogotisch.

A. Boodschap van de engel Gabriël aan Maria. In 1905 gemaakt, blijkens het opschrift b.g.v. het gouden jubileum (1854-1904) van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. De heiligen links en rechts zijn Joachim en Anna, de ouders van Maria. 

B. Bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth. Raam uit 1908. Het opschrift geeft aan dat het gouden priesterfeest van paus Pius X de aanleiding was. 

C. Geboorte van Christus. Dit raam is in 1910 vervaardigd. Opschrift: ter viering zestig jaren bestaan der congregatie. Dit is waarschijnlijk de Mariacongregatie, een parochiële vereniging. 

D. Opdracht van Christus in de tempel. Raam uit 1913. De Latijnse tekst, die betrekking heeft op de voorstelling, luidt (vertaald): Elk mannelijk wezen de schoot openend zal heilig aan de Heer genoemd worden. Beneden de twee wapenschilden van de schenkers. 

E. Wedervondst van Christus in de tempel. Dit raam stamt uit 1918. Ook hier het wapenschild van de schenker. 

F. Christus in de Hof van Olijven. Zoals blijkt uit het opschrift is dit raam met het eerste Droevige Geheim, geschonken b.g.v. een gebeurtenis op 20 oktober 1918. Aan weerskanten twee wapens met ineengestrengelde initialen. De twee heiligenfiguren bovenin zijn: de Mater Dolorosa (l.) en Sint Antonius van Padua (r.).

G. Geseling van Christus. In het bovendeel zijn David (l.) en Jesaja (r.) afgebeeld. De tekstaanduidingen op hun banderollen (Psalm XXI, 17 en Jesaja I, 6) verwijzen naar geselingsprofetieën. Beneden twee wapenschilden met geselsymbolen, waartussen de tekst (vertaald): En zij geselden Hem, Johannes XIX.1.

H. Bespotting van Christus. Raam van de familie Eras (vertaald opschrift): Gij waart voor ons Heer een redding en bescherming, 27 september. De vermelde jaartallen, 1898 en 1923, duiden op een zilveren huwelijksfeest. Bovenin: Sint Petrus (l.) en Sint Johanna de Chantal (r.). 

I. Kruisdraging. De twee begeleidende heiligenfiguren zijn Bernardus van Clairvaux (l.) en Sint Agnes (r.). Boven de van bloempjes en grassprieten voorziene onderrand de wapenschilden der schenkers. 

J. Kruisdood. Door de twee afzonderlijke benedenscènes, Extase van de H. Theresia van Avila en Vondst van het kruis door Sint Helena, wijkt het raam af van de overige vensters. In 1916 geschonken door de familie Strick zoals blijkt uit datering en opschrift. De tekst op de banderol van Theresia luidt vertaald: Heer, of lijden, of sterven.

K. Verrijzenis. Het vertaalde opschrift vermeldt: Toen ik leefde regeerde ik het huis Gods, nu ik dood ben aanschouw ik de poort des hemels. Te zamen met de jaartallen, 1906 en 1915, duidt dit waarschijnlijk op een herdenkingsraam voor een overleden kerkmeester. 

L. Hemelvaart van Christus. Blijkens het opschrift geschonken uit dankbaarheid. Het raam dateert van 1910.

M. Pinksteren. Datering en tekst geven aan dat het raam in 1906 b.g.v. een zilveren huwelijk vervaardigd werd.

N. Hemelvaart van Maria. Het raam herdenkt het gouden jubileum van de H. Familiecongregatie (een parochiële vereniging) in 1903, zie opschrift en jaartallen. 

42. Kruiswegstaties. [1] Jean Anthony, Antwerpen (signering op eerste statie. De overige dragen een monogram). [2] Schenking parochie b.g.v. veertigjarig jubileum pas-toor Joannes van der Lee; 1890-1898. [3] De veertien staties met de kruisweg van Christus (begin bij het Maria-altaar, einde bij het H.-Hartaltaar) zijn in een historiserende trant geschilderd, die teruggrijpt op de Vlaamse Primitieven uit de vijftiende eeuw.

43. Beeldengroep H. Elisabeth van Thüringen. [1] Jean A. Oor, Roermond (gesigneerd op sokkel). [2] Schenking Elisabeth Wouters; 1880. [3] Links een engel die Elisabeth de doornenkroon van het lijden aanbiedt. Rechts haar zoontje met de wereldlijke kroon waarvan zij afstand deed door de vlucht voor haar zwager. De voorstelling wijkt af van de gebruikelijke iconografie (zie nr.35).

44. Biechtstoel. [1] J. Walraven (plaats?) of J. Beuijssen, Boxmeer. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1832 of 1837. [3] Evenals bij de andere biechtstoelen grijpt de stijl terug op de Vlaamse Laatbarok. Het bekronende beeld (waarschijnlijk door een ander; dit geldt ook voor de overige biechtstoelen) toont Sint Petrus vanwege zijn berouw na de verloochening van Christus. 

45. Beeld Sint Vincentius à Paulo. [1] H. Peters (waarschijnlijk Hendrik Peeters-Divoort, Turnhout). [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1840. [3] Vincentius draagt een weeskind als teken van zijn liefdadigheid (vergelijk nr.36).

46. Biechtstoel. [1] J. Walraven of J. Beuijssen, Boxmeer. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1832 of 1837. [3] Zie nr.44. De voorgestelde heilige is Maria Egyptica. In haar kameelharen kleed leefde zij in de Egyptische woestijn als boetelinge. 

47. Gedenkplaat Joannes Zwijsen. [1] Onbekend. [2] Schenking parochie; 1878. [3] 
De vertaalde tekst luidt: Ter vrome herinnering aan de Roemrijke en Eerbiedwaardige Heer Joannes Zwijsen, geboren in Driel de 28e augustus 1794. Van Pastoor werd hij Vicarius Apostolicus van 's-Hertogenbosch en werd in zijn eigen kerk tot titulair-bisschop van Gerra gewijd. En toen gelukkig de hiërarchie hersteld werd, werd hij de eerste aartsbisschop van Utrecht en daarna aartsbisschop-bisschop van 's-Hertogenbosch. Deze hogepriester stierf hoogbejaard, rijk aan deugden en groots in daden op de 16e oktober 1877 in 's-Hertogenbosch. De parochianen hebben deze gedachtenissteen geplaatst in 1878. Zij hebben steeds met liefde en toewijding hun goede herder gevolgd, die de glans van deze parochie zeer sterk heeft vermeerderd door de stichting van de Congregaties van Liefde onder de bescherming van de goddelijke Moeder van Barmhartigheid. Boven de tekst het wapen van Zwijsen, eronder dat van Tilburg. (Zie ook nr.1). 

48. Biechtstoel. [1] Waarschijnlijk J. Walraven of J. Beuijssen, Boxmeer. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1851. [3] Het bekronende beeld van Johannes de Doper door Frans Donkers staat tegenwoordig op de communiebank (zie nr.25).

49. Schilderij Christus in gebed. [1] R. Eikendolf (plaats?). [2] Schenking dames Van Hoof ca. 1970; 1817. [3] De tamelijk sentimentele voorstelling plaatst het werk binnen de Romantische School.

50. Doopvont. [1] August Bertau, Antwerpen. [2] Schenking parochie b.g.v. het vijfentwintigjarig jubileum van pastoor Joannes van der Lee; 1874. [3] De vertaalde tekst op de kuip vermeldt: Aan de jubilerende priester en beminde herder, met hartelijke genegenheid, de dankbare gelovigen. Deze tekst is tegelijkertijd een chronogram: de grote letters geven als Romeinse cijfers het jaartal van de schenking. De doopvont is een voorbeeld van eclecticisme doordat allerlei stijlelementen naar eigen fantasie bijeengevoegd zijn. In het bekronende tempeltje is de Doop van Dionysius de Areopagiet door Sint Pulus voorgesteld. De vertaalde tekst op de kroonlijst is een gedeelte uit de Handelingen der Apostelen (XVII, 23): Wat gij vereert zonder het te kennen, dat verkondig ik u. Op het tempeltje staat Johannes de Doper. 

51. Ramen doopkapel. [1] Firma F. Nicolas & Zonen, Roermond (signering op middenraam). [2] Schenking L. Donders en Truda Wouters; 1902. [3] Voorgesteld zijn: (v.l.n.r.) de Besnijdenis des Heren, de Doop van Christus in de Jordaan en de Doop van Aengilbertus door Sint Willibrord. De linkerscène is een oudtestamentische voorafbeelding van de christelijke doop op het rechterraam. Het middenraam toont het keerpunt tussen het Oude en Nieuwe Testament. Ook bij deze ramen is neorenaissance-decoratie te zien.

52. Beeld O.L.Vrouw van Lourdes. [1] Hendrik van der Geld, Den Bosch. [2] Schenking Helena en Maria Pollet, Cath. van Tulder e.a.; 1885. [3] Vervaardigd t.b.v. de meisjesafdeling van de Mariacongregatie. 

53. Hekwerk. [1] C. Merkelbach, Oisterwijk (gesigneerd bij slot). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; ca. 1895. [3] Het hekwerk toont een harmonisch samengaan van neogotische en Jugendstilmotieven.

54. Schilderij Maria-tenhemelopneming naar Rubens. [1] C. van de Keiven ( gesigneerd). [2] Schenking Thomas J. van Dooren in 1829; 1719 of 1749 (onduidelijk gedateerd). [3] Het schilderij is op dezelfde wijze in het bezit van Van Dooren gekomen als het doek met Sint Petrus (nr. 29). Ook dit werk stond aanvankelijk op één van de twee vroegere zijaltaren.

55. Altaar Allerzielenkapel. [1] J. Marijnen, Turnhout en Henricus van Tielraden, Tilburg (signering resp. op altaartafel en Calvariegroep). [2] Schenking Bernard en Trees Pollet; ca. 1897. [3] Nadat het oorspronkelijke ontwerp van Marijnen gedeeltelijk afgekeurd was, bleef zijn aandeel beperkt tot de altaartafel en maakte Van Tielraden de Calvariegroep. Het reliëf toont de zielen in het vagevuur. Engelen blussen met het bloed van Christus de vlammen. Op de wanden van de kapel staan de namen van overleden personen voor wie alhier missen gelezen werden.

56. Ramen Allerzielenkapel. [1] Firma F. Nicolas & Zonen, Roermond (signering op middenraam). [2] Schenking Elisabeth Wouters en (familie) Van Damme; 1902. [3] Voorgesteld zijn (v.l.n.r.): de Dood van Sint Jozef, Maria als middelares tussen de H. Drieëenheid en de gelovige zielen in het vagevuur, het Sterfbed van de H. Lidwina van Schiedam. Op het linkerraam is Christus lijfelijk aanwezig, op het rechterraam in de gedaante van de H. Hostie. 

57. Rouwbord Sint Sebastiaansgilde. [1] Onbekend. [2] Waarschijnlijk in opdracht van het gilde vervaardigd; jaartal onbekend (na 1754). [3] Het bord in rococostijl (18e eeuw) wordt gebruikt bij de uitvaart van gildeleden. Centraal: Sint Sebastiaan. Daarnaast de wapens van Tilburg (l.) en de familie Van Hogendorp van Hofwegen (de heren van Tilburg en Goirle vanaf 1754). Het aangebrachte jaartal 1617 zou naar een herstichting van het gilde verwijzen.

58. Hekwerk. [1] C. Merkelbach, Oisterwijk (signering bij klink). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; ca. 1895. [3] Zie nr. 53.

59. Beeld H. Norbertus. [1] Onbekend. [2] Mogelijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd voor de schuurkerk. Jaartal onbekend. [3] Stichter van de orde der Norbertijnen die vanaf 1232 tot 1832 de zielzorg op 't Heike in handen hadden. De (beschadigde) monstrans die Norbertus met de rechterhand vasthoudt, duidt op zijn strijd met de ketter Tanchelm over de aanwezigheid van Christus in het H. Sacrament. In de linkerhand een patriarchale kruisstaf. 

60. Devotietafel H. Gemma Galgani. [1] Onbekend. [2] Mogelijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd. Jaartal onbekend. [3] De foto van de H. Gemma is geplaatst in een neogotische omlijsting.

61. Devotietafel O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand. [1] Onbekend. [2] Schenking Maria Klijsen (ikoon); 1892 (ikoon). [3] De ikoon zal pas ca. 1950 de huidige neobarokke omlijsting gekregen hebben, omdat rond die tijd de hier aanwezige biechtstoel naar Oirschot verplaatst werd (zie nr.24).

62. Gedenkplaat Johan Bernard Brinkmann en Joseph Giese. [1] Onbekend. [2] Geschenk van pastoor Joannes van der Lee; 1887. [3] Brinkmann en Giese, resp. bisschop en vicaris-generaal van Münster hadden in 1876-1877 op 't Heike een toevluchtsoord gevonden vanwege de Duitse Kulturkampf (zie ook nr.12).

63. Schilderij Christus aan het kruis. [1] Onbekend. [2] Onbekend; jaartal onbekend. [3] De Gekruisigde is voorgesteld in de trant van de Vlaamse barokschilder Anthony van Dijk.

64. Biechtstoel. [1] J. Walraven of J. Beuijssen, Boxmeer. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1832 of 1837 . [3] De bekronende heilige is Johannes Nepomuk: bewaarder van het biechtgeheim, hetgeen hij met de dood moest bekopen.

65. Beeld O.L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis [1] Hendrik Peeters-Divoort, Turnhout (?) of Gebr. Jan Baptist en Pieter Jozef de Cuyper, Antwerpen (?). [2] Waarschijnlijk in opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 
1840 (?). [3] Maria is voorgesteld volgens de iconografie van de Onbevlekte Ontvangenis, staande op de maan met de slang (duivel) onder haar voeten.

66. Biechtstoel. [1] J. Walraven of J. Beuijssen, Boxmeer. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 1832 of 1837. [3] Het beeld stelt Christus voor als de Goede Herder.

67. Beeldengroep H. Familie. [1] Jean A. Oor, Roermond (signering en datering op sokkel). [2] Schenking H. Familiecongregatie b.g.v. zilveren jubileum; 1878. [3] De traditionele voorstellingswijze toont het Christuskind met zijn moeder Maria en zijn voedstervader Jozef. 

68. Maria-altaar. [1] Lambertus Hezenmans, Den Bosch (ontwerp); Ludovicus Veneman, Den Bosch (uitvoering); Lambertus van Rijswijck, Antwerpen (koperwerk); Johannes Adrianus Goossens (later weer verwijderd schilderwerk). [2] Schenking parochie; ca. 1876. [3] Het altaar heeft een tweeledige functie: eer aan Maria en voltooiing van de Rozenkranscyclus in de ramen (het beeld van de gekroonde Madonna is het vijftiende Geheim: de Kroning van Maria). Het centrale reliëf toont de Madonna met de Rozenkransheiligen Dominicus en Catharina van Siena. De vertaalde tekst op de banderol van de engelen hierboven geeft de beginregel van het weesgegroetgebed: Wees gegroet Maria, vol van genade. De twee zijreliëfs verbeelden de Aanbidding der Wijzen (l.) en Christus te midden van de schriftgeleerden (r.). De tekst bovenin luidt (vertaald): Aan de Moeder Gods en onze Moeder. De stijl van het altaar leunt aan tegen Renaissancevoorbeelden. Op de kandelaars zijn erenamen van Maria uit de Litanie van Loreto (de traditionele afsluiting van het Rozenkransgebed) verbeeld.

N.B. De volgende voorwerpen op wisselende plaatsen in de kerk:

69. Staand Missiekruis. [1] Onbekend. [2] In opdracht van het kerkbestuur vervaardigd; 
1870. [3] Oorspronkelijk gebruikt bij de Missie-oefeningen: een retraite voor de gehele parochie ter versteviging van het geloofsleven. 

70 Beeld O.L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. [1] Jan Custers, Eindhoven. [2] Mogelijk in opdracht van de Mariacongregatie vervaardigd; 1918. [3] Zoals gebruikelijk met de maansikkel, aureool van twaalf sterren, en een slang onder de voeten (vergelijk nr.65). Tamelijk ongewoon is de krans van rozen op het hoofd. Bestemd voor de meisjesafdeling van de Mariacongregatie (zie ook nr.52). 

** Drs. Joost van Hest studeerde kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In zijn afstudeerproject richtte hij zich op het neobarokke meubilair in de Sint-Lambertuskerk te Udenhout. Ook daarna bleef de negentiende-eeuwse kerkelijke kunst zijn belangrijkste aandachtsveld.