Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
272. Het oudste graf
 

Titel:   

Het oudste graf

Ondertitel:   

Auteur:   

Cees van Raak*

Jaargang:   

XVI (1998) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

42-46


Het graf van Thomas van Dooren (1754-1836) en zijn vrouw Maria Delfontaine (1757-1827) is het oudste van begraafplaats van parochie 'Binnenstad', een samenvoeging van de voormalige parochies het Heike, Sint Anna en Noordhoek. Deze rustplaats was voorheen exclusief voor parochianen van het Heike, maar nog vroeger de gemeentelijke begraafplaats, van 1813 tot 1832. Het grootste deel kwam pas in 1832 in handen van parochie het Heike. Mogelijk door een gift van de rijke Thomas van Dooren.

Thomas Josephus van Dooren (1754-1836) was een zoon van Cornelis van Dooren (1700-1767) en Johanna Margaretha van Son (?-1778). Zijn broer was Martinus van Dooren (1756-1811), de eerste 'maire' (burgemeester) van Tilburg.(1) Ronald Peeters geeft elders in dit tijdschrift (p. 35-41) een biografische schets van deze in Frankrijk rijk geworden zijdekoopman en kunstverzamelaar.

Begraafplaats

Evermodus Duchamps (pastoraat 1807-1832), bouwpastoor van de huidige Heikese kerk (1829) en de laatste norbertijn (witheer-pastoor), op parochie het Heike, vond in 1828 de gewenste medewerking van de toenmalige, bijna geheel roomse gemeenteraad om het grootste deel van de begraafplaats (47,7 aren) over te nemen. De rest, 10,7 aren, bleef bestemd voor de algemene begraafplaats, te weten voor de niet-katholieken (met name de protestanten - het stond dan ook bekend als het 'gereformeerd kerkhof' - en waarschijnlijk werden in deze gemeentelijke grond tevens ongedoopten en ongeïdentificeerde doden, zoals zwervers en drenkelingen, begraven). De prijs bedroeg 580 gulden, waarvan 150 voor de beukenhagen in het zuidwesten en het noorden en voor de helft van de haag die de twee helften scheidde.

  

De ingang van het kerkhof aan de Bredaseweg in 1892. Rechts is het graf van Van Dooren nog juist zichtbaar. (coll. RHC Tilburg).

In de overlevering binnen de familie Van Dooren luidt het dat het geld hiervoor geschonken werd door Thomas van Dooren, die, zoveel is zeker, puissant rijk was. In het Register van jaarrekeningen 1823-1878 van de parochie is deze gift niet terug te vinden. Hij kan echter onderhands plaatsgevonden hebben. Wat hiervoor pleit is het gegeven van de aanwezige zogenaamde 'perpetuele graven' (eeuwig), geldend voor Thomas van Dooren/Maria Delfontaine en twee andere familiegraven, die dan bij overdracht geconditioneerd waren.(2) Ook de gift van twee schilderijen kan in deze richting wijzen. Deze schilderijen schonk Thomas van Dooren in 1829, twee jaar na de dood van zijn vrouw, aan de parochie het Heike.

Begrafenis

Over de begrafenis van Maria Delfontaine in 1827 is het een en ander overgeleverd. Zo lezen we in 'Uit het Dagboek van een Tilburger' van De Lelie en De Beer: 'Op 19 juni 1827 is begraven: vrouw Antonia Martina Johanna Maria Delfontain huisvrouw van den Heer Tomas Joseph van Dooren. Bij deze begrafenis is voor 't eerst, in Tilburg, een lijkwagen gebruikt. De Hr. v. D. had 1000 broden van 2½ Ned. pond laten bakken om uit te deelen aan de armen door 't armbestuur, aan hen die de lijkdienst hadden bijgewoond. De Protestantse als ook de Jode arme konden hier ook deel aannemen.' Een andere bron, 'Handschrift van een Tilburger' (coll. Gemeentearchief Tilburg), vermeldt: 'De lijkstatie, die plaats had op den 19e was plechtig. Een rouwkoets had men expresse uit Breda laten komen, waarmede het lijk naar de Kerk en het Kerkhof wird gebracht. Paarden en koets waren met zwart laken omhangen. Vier schreeuwers liepen naast de koets. Een lijkdienst met 4 priesters. Op het Geurke ook een lijkmis. 1000 brooden werden aan de armen uitgedeeld, die in de lijkdienst waren tegenwoordig geweest. 10 lijkdragers en 4 slippendragers waren erbij.' 
Tot nu toe zijn er geen documenten gevonden die betrekking hebben op de begrafenis van Thomas Josephus; men wordt er wel nieuwsgierig naar, gezien de bovenstaande beschrijvingen van de laatste gang van zijn vrouw.

Praalgraf

Het Gemeentearchief Tilburg heeft foto's van vier tekeningen van het praalgraf vervaardigd door een zekere Nolthenius de Man; deze zijn afkomstig uit de Brabantica Collectie van de Katholieke Universiteit Brabant.(3) Hierop staan de volgende teksten: 'Schetstekening van het monument op het graf der familie Van Doren op het kerkhof te Tilburg, gesteld in 1833, en aldaar in datzelfde jaar in november door den ondergeteekende afgeteekend.' En: 'Plaats bestemd voor den naam van den Heer Van Doren, wanneer die zal komen te overlijden.' / 'Gesteld in 1833': met andere woorden, Maria Delfontaine (gestorven 15 juni 1827) werd niet onmiddellijk onder het praalgraf begraven. Dit kwam er pas in 1833 of zelfs later, helemaal uit Antwerpen. Aannemelijk is dat het verrees op dezelfde plek als waar zij ter aarde was besteld. Evenzo ziet men recent gedolven graven die nog een zerk ontberen - meestal komt de dood onverwachts. 

  

Twee tekeningen van Nolthenius de Man. Reproductie Frans van Ameijde 1993 (coll. KUB, 
Brabant-collectie, inv. nr. T 34/453 DELF).

Op 4 december 1836 kwam Thomas van Dooren op ruim 82-jarige leeftijd te overlijden. Voor zijn naam was reeds plaats gereserveerd op de tekstgedeelte van de opstand (zie aantekening Nolthenius de Man).
Bij het grafmonument liggen drie hardstenen en onbeschreven kelderzerken. Volgens Muntjewerff had het echtpaar geen kinderen.(4) Een mogelijk jonggestorven dochtertje, Anna (een eerder gedane suggestie van mij), blijkt niet te traceren.(5) Met andere woorden, we weten nog immer niet wie er onder de derde zerk ligt - dit blijft een intrigerend mysterie.



Graf van Thomas van Dooren, foto 1991 (coll. RHC Tilburg).

Dat het het oudste graf is, daar wijst met name de opmerkelijke ligging op: de drie kelderzerken liggen in noord-zuidrichting, als enige. Nog ruimte genoeg in die dagen. Dit fraaie hardstenen neo-classicistische grafmonument werd zoals gezegd vervaardigd in Antwerpen en in 1833 op het kerkhof geplaatst. Het graf wordt door een eenvoudig ijzeren hek met twaalf manshoge, bakstenen palen omkaderd. In oktober/november 1993 werd de omheining gerestaureerd. De beschrijving van het graf luidt als volgt. 

Drie oplopende, hardstenen, kelderzerken zonder tekst liggen in noord-zuidrichting, waarvan de middelste aansluit bij het neoclassicistische monument. Dit monument wordt aan alle vier de zijden naar boven toe afgesloten door een timpaan (bekronende geveldriehoek) met een reliëf van: 
1. twee handen die elkaar vanuit wolkjes raken ('eeuwige trouw'; indicatie dat er een echtpaar begraven ligt), 
2. een kruis met stralen en wolken, 
3. de ouroboros, de slang die in zijn eigen staart bijt (symbool van eeuwigheid, al gebruikelijk in de Indiase mythologie; helaas gedeeltelijk afgebroken), 
4. een gevleugelde zandloper met links en rechts een omgekeerde fakkel (de tijd vervliedt; de fakkel van het leven gedoofd).
De acroteria, dit zijn decoraties op de hoeken van het timpaan, stellen Christuskoppen voor, zoals ook de tekst bij de tekening van Nolthenius de Man vermeldt. Het monument wordt bekroond door een witmarmeren urn met een guirlande van klimop. 



Het graf van Thomas van Dooren en zijn vrouw Antonia Delfontaine. Foto 1991 
(coll. 
RHC Tilburg).

Op de rechterzijde, centraal, bevindt zich een witmarmeren plaat met bovenaan het wapen van de familie. 
De tekst eronder luidt: 'Hier ligt begraven / Thomas Josephus van Dooren / geboren te Tilburg / den 23 januari 1754. / Aldaar overleden/den 4 december 1836. / Gehuwd te Rotterdam / den 25 september 1780 met de / almede hier begravene vrouwe / Antonia Martina Joanna / Maria Delfontaine / geboren te Antwerpen / den 7 november 1757 / en overleden te Tilburg / den 15 juny 1827. / Bid voor de zielen.'


Aantekeningen / noten

(1) Waar Martinus van Dooren, 'maire' van Tilburg, vader van Pieter, broer van Thomas, begraven werd, heb ik tot op heden niet kunnen achterhalen. Hij stierf op 15 juni 1811 op 55-jarige leeftijd te Tilburg. Minstens twee mogelijkheden doen zich voor: hij werd begraven in de oude Heikese kerk, of op het oude kerkhof eromheen. Gezien zijn maatschappelijke positie ligt de eerste optie het meest voor de hand; het kerkhof gold immers voor de mindergegoeden, het volk. Even heb ik gedacht aan de derde zerk van het graf van Thomas van Dooren/Maria Delfontaine, maar dit is gezien de datering zeer onwaarschijnlijk. Er zou dan sprake geweest moeten zijn van exhumatie, het opnieuw teraardebestellen van Martinus van Dooren. Met de aanleg van de nieuwe dodenakker, tegenwoordig aan de Bredaseweg gelegen, werd namelijk in 1811 begonnen; de ingebruikname was pas twee jaar later. 

   

(Coll. RHC Tilburg).

Martinus van Dooren zelf had in opdracht van de Franse prefect - de functie van maire betekende slechts administrateur/uitvoerder - naar geschikte grond gezocht voor een nieuwe begraafplaats. Hij schreef op 24 oktober 1810 een brief, beginnend met een beschrijving van de penibele situatie in en rond de kerk: '(-) heb ik de eer UE te informeeren, dat men alhier voor een regel in 't begraven, zoo in den Kerk als op 't Kerkhoff welk Kerkhoff zig bevind rondom die Kerk hout, te weeten in de Kerk worden de Leijken ieder in een daar toe affzonderlijk gemaakt graf begraaven, op een verre destantie van elkaar, de graaven zijn ongeveer zoodiep dat er circa twee voet aarde op de kisten komt, het kerkhoff zijnde voor zeeker geen 50 roeden groot, is men verpligt de volgende ordre te houden, de graaven worden aldaar des zoomers gemaakt ter diepte dat men 3 a 4 kisten op malkanderen kan zetten, des winters worden die gemaakt dat er 5, 6 en 7 op den anderen konnen geplaats worden, met in agt neming dat er op de bovenste kist 2 voet aarde komt, de kisten worden zijdelings tegens malkanderen geschooven, de lijken blijven ordinair drie volle daagen boven aarden staan, nochthans met uitsondering in tijde van besmettelijke ziekten wanneer die met voorkennis en permissie van de Schout Civiel binnen de 24 uuren des avons ter aarde worden besteld, - uit allen 't hier voor opgegeevene zal UE ten klaarste constateeren dat het Kerkhoff alhier 't eene maal ongeschikt is voor eene zoogroote Gemeente als deze.' Hierop vervolgt 'maire' Van Dooren met een concreet voorstel: 'Ik heb mij op eene geschikte plaats tot het aan leggen van een nieuw Kerkhof geïnformeerd, en of schoon noch niemand gevonden heb, die Zijne erve wil verkoopen, is er zeker geen geschikter plaats dan een of ander Acker in een uitgestrekte plek lands van circa een uur in den omtrek, genaamd de Schijff en geleegen in 't Centrum dezer gemeente op een genoegzaamen afstand van alle de heerden.' (GAT, Oud-administratief archief Tilburg, Concepten en resolutiën van het gemeentebestuur 1803-1810, inv. nr. 1110-3).

(2) Graven van de familie Van Dooren zijn in beheer bij de Sophie van Dooren-Koppel Stichting te Turnhout. Andere graven van de familie Van Dooren die door deze stichting beheerd worden en die zich ter rechterzijde van het graf van Thomas van Dooren/Maria Delfontaine bevinden, zijn met name de volgende 'perpetuele':

- Twee identieke, grote, hardstenen grafzerken uit 1877 resp. 1911.
Bovenaan elk: links en rechts een witmarmeren rosette, midden een kruis.
Onderaan elk: idem, met in het midden een fraai doodshoofd, ook witmarmer, met gekruiste beenderen .
Tekst linkerzerk: Herinnering / aan / den hoogedel gestrengen heer / Frans Willem Hendrik van Opstall / hoofdingenieur van s Rijks Waterstaat / ridder der Orde / van den Nederlandschen Leeuw / van de Kroonorde / van Pruissen 3de klasse / geboren te Ginneken 10 julij 1824 / overleden te s Hertogenbosch / 13 november 1877
Tekst rechterzerk: Herinnering / aan / mevrouw Marie Sophie / Theresia van Dooren / weduwe van den / hoogedel gestrengen heer / Frans Willem Hendrik van Opstall / geboren te Tilburg 24 januari 1822 / overleden aldaar 17 maart 1911

- Drie hardstenen zerken, schuin naar achter oplopend, op hardstenen voet.
Linker- en rechterzerk identiek, de middelste is groter en steekt boven de andere twee uit. Linker en rechter hebben bovenaan een reliëf van een zandloper doorkruist met kruis en zeis.
Tekst linkerzerk: Hier ligt begraven / de heer / Petrus Cornelis Ludovicus / van Dooren / geboren te Tilburg / den 22 februari 1786 (1784?) / en aldaar overleden / den 27 januari 1845 / R.I.P.
Noot: d.i. Pieter van Dooren, zoon van Martinus, neef van Thomas Josephus.
Tekst middelste zerk: Herinnering / aan den heer / Franciscus Martinus / Ludovicus van Dooren / geboren te Tilburg / den 11 december / 1817 en aldaar / overleden den / 30 april 1863 / R.I.P.
Tekst rechterzerk: Ter nagedachtenis / van wijlen / vrouwe Sophia Maria / van Dooren / weduwe / van wijlen den heer / Petrus Cornelis Ludovicus / van Dooren / geboren te Rotterdam den 10 maart 1796 / overleden / te Tilburg den 29 maart 1871 / R.I.P.

(3) Brabant Collectie KUB T34/453 DELF.

(4) Wel wordt in Muntjewerff's genealogie vermeld dat Sophia Maria, dochter van Jan Baptist van Dooren (1758-1813), broer van Thomas, vanaf 1813 inwonend was bij Thomas Josephus te Rotterdam; aldaar huwde zij Pieter van Dooren op 27 april 1815, zoon van Martinus, haar volle neef dus.

(5) 'Verstilde stad', p. 75.



Foto 1991 (coll. RHC Tilburg).


Bronnen

- L.D. Lelie, J.B. de Beer, Uit het dagboek van een Tilburger (Tilburg, 1918).
- H.A. Muntjewerff, De spil waar alles om draaide. Opkomst, bloei en neergang van de Tilburgse familie-onderneming. Wolspinnerij Pieter van Dooren 1825-1975 (Tilburg, 1993).
- Ronald Peeters, 'Thomas van Dooren (1754-1836). Koopman en kunstverzamelaar te Tilburg', in: Tilburg Magazine, jrg. 8, nr. 3, 1997, p. 47-55.
- Cees van Raak, 'Verstilde stad', Special tijdschrift Tilburg, jrg. 9, nr. 3, 1991.
- Cees van Raak, Monumenten Inventarisatie Projekt. Jongere stedebouw en bouwkunst. Inventarisatie begraafplaatsen. R.K. begraafplaats Bredaseweg. Interne uitgave Publieke Werken Tilburg, afd. Stedebouw, jan. 1991.
- G.J.W. Steijns: 'De geschiedenis van de parochie Tilburg 't Heike', in: Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 8, nr. 3, 1990, p. 64-75.


* Cees van Raak (1954) publiceerde drie dichtbundels (pseudoniem: Cees Verraak), enkele bloemlezingen, en de funeraire studies 'Verstilde stad. De oude begraafplaatsen van Tilburg' (special tijdschrift 'Tilburg', 1991), 'Heden vredig ontslapen. Funeraire geschiedenis van het huis Oranje-Nassau' (1995), 'Dodenakkers. Kerkhoven, begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland' (1995). Hij werkt aan een publicatie over begraafplaats 'Binnenstad'.