| 282. De Lindeboom VIII | |||
|
Titel: |
De Lindeboom VIII |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Frans Janse |
|
Jaargang: |
III (1985) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
17-18 |
De achtste aflevering van DE LINDEBOOM, het jaarboek van het Gemeente Archief Tilburg, is ditmaal geheel gewijd aan de moeilijke maanden die de bevrijding op de voet volgden. In de herinnering overheerst het bevrijdingsspektakel. De gedachte aan het minder luidruchtige, het zorgelijke, vervaagde. Het samenstellen van een terugblik op de overgangsfase, waarin op eigen kracht aan de restauratie van de vrijheid moest worden begonnen, is een lofwaardig initiatief.
De inspanning van enerzijds een vijftal geschiedenisstudenten van het Mollerinstituut, onder begeleiding van drs. Ad de Beer, en anderzijds de gemeentelijke archiefdienst, resulteerde in zeven op elkaar inspelende hoofdstukken die de overgangstijd na 27 oktober 1944 uit de vergetelheid tillen. De uitgave is een welkome aanvulling van het literatuurbestand over stad en bewoners tijdens en kort na de tweede wereldoorlog.
De samenstellers klaarden een pittig karwei. Samen herschiepen zij het decor waartegen de strijd om het bestaan zich afspeelde. Per dag, per gezin, slechts twee uren gas en het dagelijkse stroomverbruik mocht de vijftig watt nauwelijks genoeg voor een devotielichtje, niet overschrijden. Na de bevrijding was de nood groter dan tijdens de bezetting, maar de offerbereidheid voor het herwinnen van vrijheid en democratie was nog robuuster. Niettegenstaande het feit dat de elementen voor deze contemporaine geschiedschrijving grotendeels in ambtelijke stukken moesten worden opgespoord, ontstonden levendige verslagen over de toestand in Tilburg waar de Bijzondere Staat van Beleg gold.
Een zonderlinge symbiose van burger en militaire gezagsdragers bestuurde de gemeente. Ondertussen snuffelde een Bureau Politieke Politie naar onvaderlandslievend gedrag. Pas in 1946 konden, na vertragend geharrewar en in een sfeer van manipulaties om de vooroorlogse verhoudingen te reïncarneren, de eerste verkiezingen worden gehouden. Het oorlogsvertrouwen in de illegale communistische strijdmakkers is dan zekerheidshalve al teruggetrokken achter de vestingmuren van het traditionele vredeswantrouwen. De opmars van de zondige sociaal-democratische doctrine valt echter niet meer te stuiten.
Het boek reikt een aantal, tot nu toe minder bekende, gegevens aan. Tijdens het offensief in de sector Tilburg-Breda werd de te verwachten Duitse tegenstand schromelijk overschat. Na de bevrijding vonden 28.000 evacués en repatrianten een tijdelijk onderdak in Tilburg.
De samenstellers verkozen bescheidenheid en soberheid boven dramatiek bij het optekenen van gegevens en indrukken over de confrontatie van het individu met de uitzonderlijke omstandigheden en over het belevingsaspect van de burgerij. Hier had iets meer bewogenheid de geschiedschrijving kunnen ondersteunen.
De onpartijdigheid waarmede enkele hete hangijzers uit de soms nu nog smeulende vuurtjes zijn gehaald, bevestigt de empirische aanpak van de onderzoekers. Toch rijst de vraag of de primair te prijzen afstandelijkheid, in een enkel geval, niet al te strikt is gehanteerd. Jammer dat de beschouwing over de bedrijfszuivering niet werd doorgetrokken naar de standpunten, de criteria, die de zuiveraars ongetwijfeld geformuleerd zullen hebben met betrekking tot het blijven functioneren, tijdens de bezetting, van de toenmalige kern van het stedelijke bedrijfsleven, de wollenstoffenindustrie. De machines draaiden, alhoewel nolens volens, voor de vijand. Vele werknemers hadden er morele problemen mee. Hier ontglipte een specifiek lokaal aspect aan de volledigheid. Vorenstaande kanttekening doet niets af aan de nadrukkelijke constatering dat de documentaire inhoud, op aantrekkelijke en overzichtelijke wijze, getuigt van een consciëntieuze bewerking. De lezer zal gefascineerd kennisnemen van het plaatselijke wel en wee na de Duitse aftocht. Vooral. omdat in die turbulente tijd het heden geboren werd. De beproefde normen van de redactie stonden borg voor een waardige uitvoering. Het boek bevat 160 pagina’s, inclusief 40 illustraties. Het verscheen in een oplage van 750 exemplaren. De prijs, ƒ 19,50, bleef gehandhaafd op het niveau van 1982. Te verkrijgen in de Tilburgse boekhandels.
De Lindeboom, jaarboek VIII, 1984, A.J.A. van Loon, R.M. Peeters en drs. G.W.J . Steijns (red.), uitgave Gemeentearchief Tilburg, Tilburg, 1985, ISBN 90-71241-01-7.




