Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
284. 'Opdat wij niet vergeten'
 

Titel:   

'Opdat wij niet vergeten'

Ondertitel:   

Auteur:   

Gerrit Kobes

Jaargang:   

X(1992) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

51


Op 15 augustus 1992 is het 50 jaar geleden dat de eerste Nederlandse gijzelaars in de bossen van Goirle door de Duitse bezetter gefusilleerd werden. De Stichting Herdenking Fusillade Gijzelaars 1942 schenkt aan deze gebeurtenis aandacht door in september een tentoonstelling te organiseren met als ondertitel 'Om nooit te vergeten'. De keuze van deze ondertitel is mede ingegeven door de actualiteit. Ter herdenking zullen van 12 september tot en met 4 oktober een drietal tentoonstellingen in Goirle worden gehouden

In het gemeentehuis van Goirle exposeert de Anne Frank Stichting met de tentoonstelling 'De wereld van Anne Frank'. Niet alleen het leven van Anne Frank wordt uitvoerig in beeld gebracht, maar ook wordt aandacht geschonken aan het begrip discriminatie; ook de toenemende discriminatie van heden ten dage.
Vanuit Krasnogorsk, een voorstad van Moskou, is materiaal van het Anti-fascisme museum te zien. Deze tentoonstelling wordt gehouden op het heemerf De Schutsboom aan de Nieuwe Rielseweg en geeft een beeld van de strijd tegen de Duitse onderdrukking in Rusland.
In de zogenaamde potstal op hetzelfde heemerf is een tentoonstelling ingericht over een negental fusillades, die zich gedurende de bezetting in onze regio hebben afgespeeld. Achtergronden van deze fusillades zijn in een boekje beschreven met als titel 'Opdat wij niet vergeten, fusillades in Midden Brabant, 1942-1944'.



(Foto coll. RHC Tilburg).

De publikatie opent met de beschrijving door Gerrit Kobes van de gebeurtenissen, waarvan de herdenking na vijftig jaar de onmiddellijke aanleiding ertoe vormde: de fusillade van vijf gijzelaars in de bossen van Goirle op 15 augustus 1942. In hoofdstuk 2 verdiept Mireille Rijnders zich in de fusillade van veertien mensen in de Drunense Duinen, wier massagraf nooit is gevonden. Jos Niewold laat ons binnendringen in het hulpsysteem voor neergestorte geallieerde piloten en de represailles, welke de Duitsers daartegenover stelden. In hoofdstuk 4 beschrijft Leo Joosten het verzetswerk, onder andere ten behoeve van de illegale pers en zijn veroordeling tot de kogel van de Tilburger Joost van de Mortel. Sander Vrolijk ontdekte in de persoon van Sjef van Bebber een tot op heden vrij onbekende helper van onze Joodse medemens. In hoofdstuk 6 gaat Annemarie Ruitenberg in op kamp Vught: concentratiekamp maar ook centrale fusilladeplaats, waar massale executies op gruwelijk wijze plaatsvonden.

Piet Wiercx beschrijft de fusillade van gijzelaars - juist als in Goirle - achter het raadhuis van Waalwijk. Eén persoon overleefde het drama. In het achtste hoofdstuk duikt Sjef van Gils in de achtergronden van de fusillade van drie mensen uit Baarle-Nassau. In het laatste hoofdstuk behandelt Jan van Eijck een fusillade van drie mannen in Alphen - ook hier een overlevende - waarbij de door de oprukkende geallieerden nerveus geworden Duitsers maar even voor eigen rechter speelden. Jack Penders genoot het voorrecht om de functie van eindredacteur te vervullen, terwijl Rinus van Boxtel de fotografie verzorgde.
Het boekje is verkrijgbaar gedurende de openingstijden van de tentoonstelling en bij de plaatselijke boekhandelaren. De prijs bedraagt fl. 10.

Om met name de schooljeugd bij dit initiatief te betrekken hebben 2e- jaars studenten geschiedenis van het Mollerinstituut - onder leiding van Tom van der Geugten - een lesbrief samengesteld op drie niveaus: hoogste groepen basisonderwijs/onderbouw voortgezet onderwijs/bovenbouw voortgezet onderwijs.

Openingstijden voor alle tentoonstellingen:
maandag t/m vrijdag: 9.00 - 12.00 uur en 13.00 - 17.00 uur
zaterdag en zondag: 10 - 17.00 uur.