Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
285. De perszuivering in Tilburg in de eerste jaren na de oorlog
 

Titel:   

De perszuivering in Tilburg in de eerste jaren na de oorlog

Ondertitel:   

Uiteenlopende opvattingen en de feiten

Auteur:   

Anton van Oirschot*

Jaargang:   

XVI (1998) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

47-51


Er is - voornamelijk achter gesloten deuren - heel wat te doen geweest over de perszuivering in Tilburg; temeer omdat verschillende opvattingen en tegenstrijdigheden daarbij een rol hebben gespeeld. Dat gold ook bij de Commissie voor de Perszuivering, die in 1945 was ingesteld, en de Raad van beroep voor de Perszuivering uit 1947.(1)

Het waren prof.mr. J. Jurgens, mr.dr. W. van Wymen en prof.dr. P. van Berkum, die voor de familie Arts, de uitgevers van de Nieuwe Tilburgse Courant, in de bres sprongen toen naar hun oordeel 'met de goede en eerbiedwaardige familie ging gesold worden'.(2)
Het kwam tot een vonnis, waarin werd vastgelegd dat de Nieuwe Tilburgse Courant tot in 1951 een verschijningsverbod kreeg opgelegd. Maar in feite kwam hieraan al in 1945 een einde doordat er een 'slimmigheidje' werd uitgehaald. De Nieuwe Tilburgse Courant had namelijk in 1931 de noodlijdende Tilburgse Courant (opgericht in 1866) opgekocht en samengevoegd en ging toen onder die naam verschijnen. (Eenzelfde geval speelde zich af bij Het Vaderland, dat in december 1945 tijdelijk verderging onder de titel Nieuwe Courant.)(3)




Maar het vonnis tegen de Nieuwe Tilburgse Courant (NTC) bleef omstreden en dat niet alleen - wat overigens in de pleidooien van de juridische adviseurs van de NTC wél doorklinkt - omdat 'anderen dan in 't vak doorgewinterde, althans zeer geoefende mensen zitting hadden in de Commissie voor de Perszuivering en de Raad van Beroep'.(4) Maar eveneens omdat de straffen, ook aan de betrokken personen, die toegemeten werden 'ongeveer gelijkstaande (waren) in aantal jaren met dat wat werd gegeven bij doodslag', zoals prof.mr. Jurgens en mr.dr. Van Wymen in hun pleidooi stelden.(5) Aanvankelijk ging het namelijk om straffen (ontzetting uit hun beroep) van zeven en tien jaren.(6)

Goed Nederlanderschap

In elk geval zou bij het vonnis tegen Leo Arts toch nog rekening gehouden zijn met het feit dat hij 'buiten zijn houding in de pers, als goed Nederlander mag worden gequalificeerd.(7) Het gaat dan om de inzet van zijn neef Loek Lansdorp (geb. 1921). Deze neef en pleegzoon van L. Arts, is meer dan vijftien jaar bij hem als kind in huis opgevoed, in de werkelijke illigaliteit. Met medeweten van zijn oom verborg hij wapens in diens huis en maakte dit zelfs tot een centrum van zijn illegale werkzaamheden. Loek Lansdorp werd door de Duitsers opgepakt en in april 1944 gefusilleerd.(8)



Loek Lansdorp (1921-1944) (coll. RHC Tilburg).

Kort voor de oorlog

Door drs. W. Pouwelse en dr. F. van Puijenbroek (9) wordt geconstateerd dat de NTC in de jaren voor de oorlog in eigen kolommen (enigszins meningsvol) publiceerde over de jodenvervolging door de nazi's, zoals bijvoorbeeld in de koppen van 11 november 1938: 'Woeste aanval op de Joden in Duitsland. Gebedshuizen verbrand, winkels en woningen vernield en geplunderd, terwijl de politie werkloos toezag'; 'Afschuw in de Engelse, Franse en Amerikaanse pers' (12 november 1938); 'Den Joden is het leven in Duitsland zoo goed als onmogelijk gemaakt. Mateloos harde decreten' (14 november 1938). En er werd ook een kaartje gepubliceerd waarop de concentratiekampen zijn aangegeven. 'Terecht is de gehele wereld verontwaardigd over de afpersing van een miljard Mark, die de Duitse Joden als boete is opgelegd' (19 november 1938) en op 23 november wordt het vernietigend optreden van de nazi's ten aanzien van joodse kunst, de 'ontaarde' kunst, afgekeurd. (Al wijzen Pouwelse en Van Puijenbroek wel op een 'vergaande politieke argeloosheid, die Arts toen nog deelde met vele anderen'.)(10)

Illegaliteit

Dat 'goed Nederlanderschap' gold ook wel voor dr. A.C.B. Arts. In de pleitnota van 1948 wordt erop gewezen, dat de zoon van dr. Arts onder gevaar voor eigen leven naar Engeland was uitgeweken en als bestuurder van een Engelse jager herhaaldelijk boven Nederland vloog, waarbij hij uiteindelijk gewond raakte. En ook dat de inwonende dochter Anne Mieke met medeweten van de hoofdredacteur van de NTC in de illegaliteit zat en dat in de kelder van zijn huis de bibliotheek van de hem bekende illegaal Laslo Bubenik, lid van de Christofoorgroep, werd bewaard, en dat aan Arts middels zijn dochter door die verzetsgroep werd verzocht artikelen voor dat illegale blad te schrijven en dat in de kelder van Arts meerdere malen Christofoor-publicaties werden gestencild.(11)



Antoon Christiaan Bernardus Arts (1873-1955) 
op jonge leeftijd (coll.
RHC Tilburg).


Contra bolsjewisme

Arts werd ook verweten dat hij het bolsjewisme bestreed, waarbij de Commissie voor de Perszuivering met de verklaring kwam, dat 'bestrijding van het bolsjewisme voor de katholieke lezerskring niet bijzonder nodig was'.(12) Arts deed dat in navolging van de Encycliek Divini Redemptoris van 19 maart 1937 waarin de paus het bolsjewisme als een groot gevaar voor de katholieke godsdienst signaleert. Zijn pleiters wijzen erop dat Arts zich tegen het bolsjewisme keerde al voor de oorlog. Een sterk punt in het pleidooi is, dat dr. Arts als hoofdredacteur (en redacteur) aftrad op 19 augustus 1941, terwijl er toen nog een vriendschappelijk verdrag bestond van Stalin met Hitler tot juni 1941, toen dit pact niet door Stalin, maar door Hitler werd verbroken. 'Die bestrijding van het bolsjewisme kan dan ook moeilijk als een bezwarend feit voor Arts worden genoemd zolang Stalin vriendjes met Hitler was.' (13)

Boete en uitbranders

In februari 1941 kreeg de NTC door de bezetter een boete opgelegd van f 50.000, omdat de krant van Arts, evenals het Dagblad van Arnhem, het Nieuwsblad van het Zuiden en het Eindhovens Dagblad de bisschoppelijke brief hadden gepubliceerd ondanks het verbod van de bezetter.(14)
Door de NTC is pertinent schriftelijk geweigerd de NSB financieel te steunen. De 'Beauftragte' voor Noord-Brabant heeft tot tweemaal toe zijn ontstemming betuigd over het niet opnemen van een redevoering van Von Ribbentrop, ondanks een bevel daartoe, welk artikel overigens in alle andere Nederlandse kranten wél werd geplaatst. Ook werd een aankoniging voor een openbare vergadering van de NSB in Tilburg door de NTC genegeerd. De 'Beauftragte' had het over een 'stelselmatige hetze tegen het nationaal socialisme'.(15) Na het terugtreden van dr. Arts als hoofdredacteur nam eerst diens broer Harrie Arts de leiding over. Hij overleed echter reeds in oktober 1942, maar ook onder leiding van Van Beek kwam het meer dan eens tot een botsing met de Duitse instanties. De NTC kreeg niet voor niets een 'uitbrander' van de 'Pressereferent'.(16)



(Coll. RHC Tilburg).

Eind 1942 kwam de bevestiging van het gerucht, dat het blad zou worden opgeheven en tegelijkertijd werd in een afzonderlijk schrijven het bevel gegeven, dat de NTC met het (pro-Duitse) Dagblad van het Zuiden te Eindhoven moest fuseren. De leiding van de NTC heeft dit geweigerd, met het gevolg dat de NTC toch als zelfstandig blad mocht blijven verschijnen.(17) Maar op aandrang van Duitse zijde moest Van Beek wel als hoofdredacteur verdwijnen en vervangen worden door een zekere Holthuizen, een oud-NSB-er. Dat werd ten slotte wel geaccepteerd, maar eerst 'nadat de R.K. geestelijkheid in zijn woonplaats Goes gesteld had, dat zij over hem "geen ongunstig oordeel" had'. (18)
Op het moment van zijn aanstelling was Holthuizen al een jaar geen lid meer van de NSB, omdat hij - volgens de Commissie voor de Perszuivering - 'het bedrieglijke en verderfelijke van het nationaal-socialisme had ingezien'.(19)


De NTC en Het Nieuwsblad

Dr. A. v.d. Poel, lid van de door de Duitsers ingestelde Raad van Voorlichting, een Belg die in de Eerste Wereldoorlog al met de Duitsers had samengewerkt, beklaagde zich in een brief aan zijn 'amice' Goedewaagen over oneerlijke concurrentie, omdat het Nieuwsblad 'minder slaafs dan de Nieuwe Tilburgsche Courant de wenschen van den vijand realiseerde'.(20) Jurgens en Van Wymen wijzen er overigens nog op, dat de NTC stééds heeft geweigerd artikelen op te nemen van zekere Ten Brake, een jarenlang in Duitsland gewoond hebbende NSB-er, wiens artikelen, zij het dan wel eens met een onderschrift, door Het Nieuwsblad van het Zuiden wél werden opgenomen.(21)

Het Nieuwsblad bleef tot 1 oktober 1941 bestaan. Toen werd het door de Duitse bezetter opgeheven. Volgens de ene bron (Pouwelse en Van Puijenbroek) wegens papierschaarste, waardoor de kleinste krant moest verdwijnen(22), volgens de andere bron (Jurgens en Van Wymen) wegens zijn 'onbetekenendheid'.(23) De directeur van de NTC, L. Arts, heeft toen aan de directeur-hoofdredacteur Oltheten en twee redacteuren Emich en Van Rijthoven het aanbod gedaan hun 'een zeer belangrijke tegemoetkoming bij gemis van hun salaris te geven totdat zij bij tijd en wijle een nieuwe betrekking zouden hebben gevonden.' (24) Dit aanbod is door de directeur-hoofdredacteur van de hand gewezen, doch aanvaard door de twee redacteuren, en aan hen is dan ook gedurende een jaar een gezamenlijk bedrag uitgekeerd van f 3325,55. (25)

Toen het Nieuwsblad werd opgeheven, kreeg de NTC de beschikking over de papiervoorraad. 'De directie van het Nieuwsblad van het Zuiden heeft toen verzocht enkele rollen te mogen behouden.' Aan Oltheten is toen gezegd, dat hij zoveel mocht houden als hijzelf wenste. Deze geste is door het Nieuwsblad (dat op 2 november 1944 weer verscheen) na de bevrijding, toen de NTC op last van het Militair Gezag werd stilgelegd, beantwoord met het weghalen van de gehele papiervoorraad, waaronder zelfs een grote partij vlakdrukpapier, hetgeen bestemd was voor de particuliere handelsdrukkerij en niet viel onder de 'officile' vordering, die alleen het krantenpapier betrof.(26) Maar - zo zeggen Pouwelse en Van Puijenbroek - 'het verbod dat het Nieuwsblad verhinderde tijdens de Tweede Wereldoorlog te verschijnen, verleende het 't heldendom van de opera. Arts kreeg de Zwarte Piet toegespeeld'.(27)
Toen personeel van de NTC onderdook om niet het slachtoffer te worden van de 'Arbeitseinsatz', werd door Arts steeds hun salaris doorbetaald.

Het Episcopaat

De Commissie voor de Perszuivering heeft de NTC verweten dat de krant door het Nederlands Episcopaat in juli 1944 veroordeeld zou zijn.(28) Jurgens en Van Wymen komen echter met de stelling, dat van een dergelijke veroordeling nooit sprake is geweest: 'Kennelijk doelde de commissie op het op 16 juli 1944 van de kansels voorgelezen Herderlijk Schrijven waarin staat dat er "geen specifieke katholieke bladen" meer waren en waarin wel een veroordeling werd uitgesproken over het Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland (hoofdredacteur dr. v.d. Poel), De Limburgse Koerier, de Utrechtse Courant en de Residentiebode'.(29) Naar aanleiding van de bisschoppelijke brief, voorgelezen op 16 juli 1944, hebben de heren Arts zich gewend tot mgr. Hendrikx, vicaris-generaal van het bisdom 's-Hertogenbosch, 'wien zij uitdrukkelijk hebben gevraagd of die algemene uitspraak voor hen nu geen aanleiding moest zijn om verdere verschijning van hun dagblad te staken'.'Van de vicaris kregen zij de mededeling, dat zij maar moesten doorgaan en ervan moesten trachten te maken wat er onder die omstandigheden van te maken was.' (30) Pouwelse en Van Puijenbroek wijzen op de bewering, dat veel eerder de krant op verzoek van het Nederlandse Episcopaat, via Titus Brandsma - die in 1942 in het concentratiekamp Dachau omkwam - daartoe aangespoord, 'bleef doorgaan om het kwaad van een NSB-orgaan te keren'.(31) 



Leo Arts (1883-1965) (coll.  RHC Tilburg).

De bevrijding van Tilburg op 27 oktober 1944 legde de activiteiten van de NTC stil (door ingrijpen van het Militair Gezag) tot 21 april 1945, toen de krant met een noodeditie weer mocht verschijnen.(32)
Maar van de Commissie voor de Perszuivering en de Raad van Beroep voor de Perszuivering waren de Arts'en en de NTC nog niet af, al moet worden gezegd, dat in het algemeen de ontheffingstermijn door de Raad van Beroep drastisch werd bekort.(33)
De veroordelingen van dr. A.C.B. Arts, die eerst in 1951 weer de hoofdredactie op zich nam, van Leo Arts als directeur en Pierre van Beek als redacteur bleven grotendeels staande, ook al zouden zij zich in de praktijk veel eerder weer actief met de pers bezighouden.
Leo Arts trok zich eerst op 80-jarige leeftijd, in januari 1964 van de krant terug, nadat deze eerst in 1945 onder de naam Tilburgse Courant verscheen en vanaf 1951 weer de oude titel NTC met de TC als ondertitel ging voeren. In hetzelfde jaar - 1964 - werd de Nieuwe Tilburgse Courant door het Nieuwsblad van het Zuiden overgenomen, waarbij enige tijd de oude naam als ondertitel zou worden gevoerd. Maar drie jaar later was het de beurt aan het Nieuwsblad om op te gaan in een groter concern, de Brabant Pers.(34)



(Coll. RHC Tilburg).


Noten

(1) René Vos, 'Niet voor publicatie'. De legale Nederlandse pers tijdens de Duitse bezetting (1988); Jan Driever en Jan Brauer, Perszuivering in de Nederlandse pers 1944-1951 (1984).
(2) Pleitnota in de zaak van de Nieuwe Tilburgsche Courant, betreffende de heren dr. A.C.B. Arts, L.J.J. Arts en C.P.J. van Beek, opgesteld door prof.mr. J. Jurgens en mr.dr. W.J.I. van Wymen (1948).
(3) Zie noot 1.
(4) Zie noot 2.
(5) Idem.
(6) Door de getuige-deskundige in perszaken, A. Govers, werd tegen dr. Arts (1873-1955) hoofdredacteur tot augustus 1941 van de NTC, een ontzetting van 4 jaar gevraagd. De commissie komt in haar vonnis tot een ontzetting voor de tijd van 7 jaar, ingaande 5 mei 1945, 'rekening houdend met de leeftijd van de verdachte' (72 jaar). Enkele weken later kwam een stencil binnen waarin werd vermeld dat het vonnis niet met ingang van 5 mei 1945, maar op 20 januari 1947 zou ingaan. Dr. Arts nam binnen 6 jaar weer de functie van hoofdredacteur op zich.
Leo Arts (1883-1965), directeur van de NTC, kreeg van de commissie een ontzetting opgelegd voor de tijd van 10 jaar, ingaande 5 mei 1945; enige tijd later kreeg ook hij een gestencild briefje waarbij werd medegedeeld dat het vonnis eerst inging op 30 januari 1947. Leo Arts was echter na enkele jaren weer in functie als directeur, eerst van de Tilburgse Courant, sinds 1951 van de NTC.
C.P.J. (Pierre) van Beek (1907-1993) kon zijn journalistieke werkzaamheden niet verrichten van oktober 1944 tot mei 1945 en vanaf 30 januari 1947 tot in maart 1948, toen de zaak in beroep diende. Kort na de (her)verschijning van de krant trad Van Beek weer in functie. Na de 'fusie' van Het Nieuwsblad trad Van Beek toe tot de redactie van die krant.
(7) Vonnis van de Commissie voor de Perszuivering, januari 1947 en van de Raad van Beroep voor de Perszuivering, maart 1948 en opmerkingen dienaangaande in de pleitnota van Jurgens en Van Wymen.
(8) Loek Lansdorp stond in de illegaliteit bekend onder de namen Carlo, Carlo Croix, Paul van den Heuvel, Charles van den Heuvel (De krant van Arts was gevestigd op de Heuvel in Tilburg). Hij kreeg met René Norenburg uit Tilburg een militaire opleiding in Deurne. Norenburg werd gevangen genomen. Lansdorp vluchtte naar de 'Zwarte Plac' in America in de Peel. Hij bracht geallieerde piloten over de grens, zorgde voor foto's voor de geallieerden, pleegde o.m. de aanslag op de beruchte NSB-er Driessen. De Raad van het Verzet haalde hem naar de Veluwe. Lansdorp werd door verraad gevangen genomen en vermoedelijk op Dolle Dinsdag, 3 september 1944, op 23-jarige leeftijd gefusilleerd.
(9) Drs. W. Pouwelse en dr. F. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom III-IV (1979-1980).
(10) Idem.
(11) Zie noot 2.
(12) Zie noot 7.
(13) Zie noot 2.
(14) Zie noot 1.
(15) Zie noot 2.
(16) Idem.
(17) Zie noot 1.
(18) Zie noot 2.
(19) Zie noot 7.
(20) Zie noot 2.
(21) Idem.
(22) Zie noot 9.
(23) Zie noot 2.
(24) Pleidooi-nota van prof.mr. Jurgens en mr.dr. Van Wymen over Het Nieuwsblad van het Zuiden, p. 10 e.v.
(25) Zie noot 2.
(26) Zie noot 24.
(27) Zie noot 9.
(28) Zie noot 7.
(29) Zie noot 2.
(30) Idem.
(31) Zie noot 9.
(32) Idem.
(33) Zie noot 1.
(34) Anton van Oirschot, De kranten in Noord-Brabant (1964); Anton van Oirschot (red.), Encyclopedie van Noord-Brabant (1990) onder: Arts, Nieuwe Tilburgse Courant en Nieuwsblad van het Zuiden.


* Anton van Oirschot (1927) studeerde geschiedenis aan de R.K. Leergangen te Tilburg en aan het Instituut voor Perswetenschappen te Amsterdam. Hij begon zijn journalistieke loopbaan in 1950 bij de Nieuwe Tilburgse Courant, werkte vervolgens bij de Maasbode-pers, het Eindhovens Dagblad en de Brabant Pers; vestigde zich in 1967 als freelance journalist/auteur op kasteel Nemerlaer te Haaren. Hij was o.m. docent publiciteit en PR aan het Instituut Schoevers te Tilburg en Eindhoven. Hij heeft tientallen boektitels op zijn naam staan.