![]() |
|||
![]() |
548. En het strovuur brandt voort… | ||
![]() |
|||
|
Titel: |
En het strovuur brandt voort… |
|
Ondertitel: |
Frank Valkenier en de verdere geschiedenis van de Brandon Pers |
|
Auteur: |
Cees van Raak* |
|
Jaargang: |
XIX (2001) |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina’ s: |
97-105 |
Dit artikel is geschreven ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de Brandon Pers, waarover van 23 november 2001 tot en met 22 februari 2002 een tentoonstelling te zien is in het Regionaal Historisch Centrum Tilburg. Tijdens de opening werden tevens de vijftigste en de eenenvijftigste uitgave ten doop gehouden. Met de vijftigste uitgave, Sporen van een vlieg, blikt de Brandon Pers bloemlezend terug op de voorafgaande dertig jaar, maar er staat tevens nieuw werk in. De eenenvijftigste uitgave is een bundel teksten met bijbehorende tekeningen van het dubbeltalent Anna Anuka.
Brabantia Nostra
Prof.dr. Frans (F.J.H.M.) van der Ven werd 2 september 1907 te Tilburg geboren. Hij promoveerde in 1934 tot doctor in de handelswetenschap aan de Nederlandsche Handelshoogeschool te Rotterdam op het onderwerp
Over de idee der gemeentelijke zelfstandigheid. Dit proefschrift werd door drukkerij A. Reijnen te Tilburg in hetzelfde jaar uitgebracht.
Een jaar later, om precies te zijn op 15 oktober 1935, verscheen voor het eerst het tijdschrift Brabantia Nostra. Hierin presenteerde zich een groep Brabantse, net afgestudeerde jongeren, die elkaar in Nijmegen gevonden hadden in het Brabantse Studentengilde van O.L. Vrouw. Dit gilde was overigens in 1926 opgericht door een student uit Delft, genaamd Jules Froger. De jongeren groepeerden zich rond de figuur van dr. P.C. de Brouwer, priester en leraar van het Tilburgse Odulphuslyceum, wiens leus “Brabantia Nostra” (= Brabant aan ons) door hen overgenomen werd. P.C. de Brouwer poogde via Brabantia Nostra een emancipatie van Noord-Brabant te bewerkstelligen. Deze roomse opgang en dit groeiend gewestelijk zelfbewustzijn raakten bekend als het ‘Brabantisme’.
Het ‘Brabantbeeld der verontrusten’ werd gevoed door het zogenaamde generaliteitscomplex. De provincie had van 1648 (Vrede van Munster) tot 1795 (Bataafse Republiek) onder direct gezag van de Staten-Generaal te Den Haag gestaan. Reeds drie jaren na de Val van Antwerpen (1585) kreeg de provincie dit aparte statuut van Generaliteitsland. Dit betekende dat Staats-Brabant - de naam zegt het al - geen gewestelijke zelfstandigheid kreeg. Generaliteitslanden (het noordelijke deel van het oude hertogdom Brabant) waren veroverd gebied en werden door de Republiek der Verenigde Nederlanden slechts als een wingewest gezien.
Aldus bestond dit generaliteitscomplex uit diverse elementen. Het onbehagen over Hollandse-liberale dominantie ligt voor de hand. Zoals Van Oudheusden schrijft:
“'Holland' stond voor alles wat in Brabantia Nostra-ogen liberaal, arrogant, platvloers of modern was.” Dan was er de zorg om teloorgang van het Brabants-eigene, met name de angst voor aantasting van de katholieke identiteit. Ook was er een verzet tegen modernisering en nivellering. Een conservatief-romantisch verlangen naar een eigen beschermd nest kleurde dit alles.
“Brabant wordt zienderogen weer de kern der Nederlanden”: in zulk jargon presenteerde Brabantia Nostra zichzelf, overduidelijk refererend aan de gloriedagen van het middeleeuwse hertogdom Brabant.
Frans van der Ven introduceerde het begrip “het normatieve Brabant”. Brabant werd zo een moreel begrip, een opdracht tot het hervinden van zijn diepste wezen, dwars tegen de trend van individualisering van de maatschappij in. Oude waarden als gemeenschapszin, traditiegevoel en eerbied voor schoonheid van het landschap moesten weer in ere worden hersteld.

Prof.dr. Frans (F.J.H.M.) van der Ven (1907-1999), alias Frank
Valkenier, oprichter van de Brandon Pers in 1971 (part. collectie).
In de redactie van het tijdschrift hadden zitting Frans van der Ven, Jef de Brouwer, Lucas van Hoek, Geert Ruijgers, Paul Vlemminx (pseudoniem van Ferdinand Smulders) en Toon Wijffels. Frans van der Ven was redactie-secretaris vanaf de eerste jaargang, en vanaf 1941 tot het einde in 1950 redactie-secretaris/hoofdredacteur. Samen met P.C. de Brouwer en Geert Ruijgers schreef hij de ideologische artikelen. Jef de Brouwer schreef ook, maar werd vooral geroemd om zijn spreekvaardigheid en organisatorische kwaliteiten. Hij was de bedenker van de term ‘Brabantisme’. Lucas van Hoek verzorgde het omslag van het blad en de illustraties, schreef gedichten en enkele vrome vertellingen. Toon Wijffels behandelde vooral economische zaken. Paul Vlemminx publiceerde in Brabantia Nostra zijn opvallende, persoonlijke gedichten (hij werd zelfs een ‘poète maudit’ genoemd). De redactie was vrijwel geheel een Tilburgse aangelegenheid. Op zaterdagavond ontmoette men elkaar in het bovenzaaltje van café De Roskam (beter bekend als Voskens) op de Heuvel.
In het derde nummer van de eerste jaargang publiceerde Frans van der Ven onder het pseudoniem Frank Valkenier zijn eerste gedicht:
Herfstregen
Donker komen de najaarswolken
jagen over mijn land:
Monsters ontkomen uit heilloze kolken,
sombere dwazen die dreigende dolken
dragen achter de hand.
Heden te nacht zal de regen doorweken
wegen en akkerland.
't Water zal uit al de bomen leken,
't water zal snel in de lopen en beken
stijgen tot aan den rand.
Heden te nacht zal de vloed gaan stijgen;
vreemd is me nu mijn land.
Hoor! in den wind is beangstigend hijgen,
ruiters en paarden die dood nederzijgen,
slapende overmand.
Enkele jaren later volgde een aantal bundels, zoals Blazoen (1938) en Balladen van Brabant (1938). Steeds was het romantisch gestileerde, op het verleden wijzende, melancholische getoonzette poëzie. Het was typische Brabantia Nostra-poëzie.

In 1935 was Frans van der Ven medestichter en redactiesecretaris
van Brabantia Nostra. Dit was de start van zijn dichtcarrière onder
het pseudoniem Frank Valkenier. Samen met onder meer Paul
Vlemminx en Luc van Hoek hoort hij tot de groep ‘dichters van het
Brabants Reveil’. Luc van Hoek maakte deze tekening voor het
omslag van het blad (part. collectie).
Als ‘Hauptschriftsteller’ van Brabantia Nostra, en vanwege onder meer het hekeldicht
Aan Mussert, exploitant van Volk en Vaderland in Brabantia Nostra van 1936, werd Frans van der Ven op 13 juli 1941, samen met de hoogleraren M.J.H. Cobbenhagen en J.E. de Quay, tijdelijk door de Duitsers geïnterneerd in het gijzelaarskamp Haaren. Dit hekeldicht had hij geschreven uit ergernis over een negatieve opmerking in Musserts weekblad Volk en Vaderland over de actie voor de Moerdijkkapel. Het was geïnspireerd door het gedicht van Anton van Duinkerken,
Ballade van een katholiek (met de beroemde regel: Jawel, mijnheer, ik noem mij
katholiek), dat in 1935 in De Tijd had gestaan. (Zie bijlage 2.) Later in de oorlog verscheen van Van der Ven een bewerking van een oud-Frans gedicht,
De Tuimelaar van Onze Lieve Vrouw geheten, als clandestiene, particuliere uitgave.
Na de Tweede Wereldoorlog
Als kerstwens in 1947 stuurde Godfried Bomans zijn studie Moeder de gans, over sprookjes in het algemeen en over Charles Perrault in het bijzonder (geschreven t.g.v. het 25-jarig bestaan van uitgeverij en boekhandel Dekker & Van de Vegt als naamloze vennootschap, Utrecht/Nijmegen, 1946) aan Frans van der Ven, voorzien van de opdracht ‘Voor Frank Valkenier, den heraut van Brabant’. Bomans had het werk van Frank Valkenier kennelijk hoog zitten, in tegenstelling tot dat van Luc van Hoek. Die kreeg van hem een vernietigende recensie, zo erg dat het voor Luc van Hoek zelfs het signaal was om de pen aan de wilgen te hangen.
Heraut van Brabant, deze lofuiting ademde nog de geest van Brabantia Nostra dat na de bevrijding herrees. Voor even, want het begrip ‘katholieke literatuur’ en daarmee ook de geest van Brabantia Nostra, tot 1940 vitaal genoeg om Brabant te helpen een eigen literaire stem te verwerven, verdween snel. Zoals Anton van Duinkerken schreef:
“De Tweede Wereldoorlog verdreef uit ons land de gedachte, dat hier een afgescheiden katholieke literatuur diende te bloeien voor een eigen lezerskring, vrijwel uitsluitend bediend door katholieke uitgeverijen en boekhandelaren.” Het tijdschrift maakte spoedig plaats voor het ‘gezinsblad’ Edele Brabant, onder leiding van Jan Naaijkens. In 1952 staakte de stichting Brabantia Nostra de eigen publiciteit, om deel te nemen aan het nieuwe tijdschrift Brabantia van het Provinciaal Genootschap, en dat werd in 1995 tot Brabant Cultureel omgedoopt.
Hoewel er poëzie van Frank Valkenier bleef verschijnen en hoewel Van der Ven redacteur werd van het tijdschrift Roeping, volgde, wat zijn literaire werk betreft, na de oorlog een betrekkelijk stille periode. Hij had dan ook het ambt aanvaard van hoogleraar sociaal recht en de organisatie van arbeid en bedrijfsleven aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, en in dezelfde jaren, van 1945 tot 1972, was hij buitengewoon hoogleraar in het arbeidsrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Tevens werd hij lid van de Sociaal Economische Raad (SER).
Op dit wetenschappelijke vlak schreef professor dr. Frans van der Ven vele publicaties, waarvan de boeken
Inleiding tot het arbeidsrecht (1941, herziene druk in 1946), Schaduwen van het modernisme (1951),
Sociale grondrechten (1957) en het driedelige standaardwerk Geschiedenis van de arbeid (1965-1968, in de befaamde Aula-reeks; in 1971 verscheen een Duitse vertaling) de bekendste zijn.
Brandon Pers ofwel de terugkeer van Frank Valkenier
Professor dr. Frans van der Ven rondde begin jaren zeventig zijn wetenschappelijke carrière af en ging op zijn vijfenzestigste met emeritaat. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij als Frank Valkenier, zeker in het Brabantse land, een dichter van naam. Maar toen hij in 1970 als drieënzestigjarige een nieuwe bundel wilde publiceren, was daarvoor geen uitgever meer te vinden. Vanaf dat moment hield hij zich opnieuw met poëzie bezig, op meer dan een manier.
Vanaf 1970 ging hij grafisch experimenteren op een kleine handpers; in feite was dit een proefdrukpers. Zetten en drukken leerde hij onder meer van de ervaren boekdrukker A. Kokx, docent aan de Sint Joost Academie te Breda. Over de herkomst van de handpers schreef professor dr. Harrie van den Eerenbeemt op 14 september 2001 aan Ton Smulders, bestuurslid van de Stichting Brandon Pers, het volgende:
"(…) Gezien de naderende 65e verjaardag van Frans van der Ven, waarop hij ook afscheid van de hogeschool zou nemen, heb ik aan drs. Wim Gianotten te Tilburg, met wie ik destijds veel contact had in verband met de uitgave van de monografieën Bijdragen, gevraagd advertenties na te zien in het grafisch vakblad om te onderzoeken of er een handdrukpers te koop zou zijn. Door de vele gesprekken met Frans van der Ven wist ik dat hij na zijn pensioen niet meer wetenschappelijk bezig wilde zijn, maar graag iets aan handdrukwerk wilde gaan doen. Toen van Wim Gianotten bericht kwam dat hij ergens een oude handpers had gevonden, is via mijn bemiddeling de koop tot stand gekomen.(…)"
Drie jaar later kreeg de handpers gezelschap van een eveneens antieke trapdegelpers. Vriend en literator Carel Swinkels (daarover dadelijk meer), wist op de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen deze meer dan honderd jaar oude trapdegelpers met diverse letterkorpsen in de – bij ons uiterst zeldzame - Franse hoogte te koop.

‘Kruimels van de tafel’ was de eerste uitgave van de
Brandon Pers in 1971 (oplage 60) (part. collectie).
Na wat kleine gelegenheidsgrafiek waagde Van der Ven zich aan literair drukwerk. In 1971 vervaardigde hij als eerste dichtbundel:
Kruimels van de tafel in een oplage van zestig stuks. Daarna verscheen opnieuw een eigen bundeling:
Blauwe vertelsels (1973), in een oplage van slechts tweeënvijftig exemplaren.
De inmiddels gerijpte dichter demonstreerde hierin dat hij het vooroorlogse taalgebruik achter zich kon laten om terug te keren naar verrassend sobere teksten. Een “brandon” bleek in dit geval bepaald geen hevig en kort brandje. Voortaan verwees de naam eerder naar de Ierse heilige Brandaan die niet alleen een legendarische avonturier en ontdekkingsreiziger was – zo ontdekte hij eeuwen voor Columbus Amerika al – maar ook de patroon van het beschermende kustlicht. Tevens is brandon als toponiem bekend in het zuiden van Ierland.
Naast eigen bundels startte Frans van der Ven met het drukken van werk van geestverwanten, zoals hoogleraar Nederlandse taalkunde L.C. Michels
(Vertere seria ludo, 1973; nr. 3). De vierde uitgave betrof wederom poëzie van Frank Valkenier
(Met hartelijke groeten, 1973).
Met de uitgave van nummer 5 (1974) ging het mis. E. Malavas heette de onbekende dichter, een “authentieke” schaapsherder uit het gebied Chateauneuf-du-Pape, Frankrijk. Zijn bundel werd gedrukt onder de titel
De ma domaine, met een epiloog van drs. Albert (Bart) van Gool, die Malavas tijdens een vakantie in 1962 “ontdekt” had. Frans van der Ven kende Bart van Gool reeds uit de vooroorlogse tijd van het Brabantse studentengilde O.L. Vrouw. Zo kwam de geheel in het Frans geschreven bundel bij de Brandon Pers uit. Echter “domaine” bleek mannelijk, dus het had
De mon domaine moeten zijn. Een misdruk aldus. Spoedig daarna verscheen de bundel onder een geheel andere titel:
Pastourelle. E. Malavas bleek het hier echter niet mee eens te zijn geweest, getuige een brief van hem aan Frans van der Ven, d.d. 18 juni 1974. Citaat:
"Je ne pense pas que l'on dise dans notre région la Domaine, et puis je crois aussi que de mon Domaine ce serait un bien grand nom. Ici un Domaine est comme un peu un chateau, vaste propriété. Par contre Pastourelle veut dire jeune Bergère."
Maar het belangrijkste was toch wel dat zijn bundel het licht had gezien.
In een rondgestuurd Bericht van de Brandon Pers, een folder uit 1977, geeft Frans van der Ven de volgende definitie:
“De Brandon Pers is een ambachtelijk eenmans-bedrijfje werkend met handzetterij, 'n hand- en 'n trapdegelpers en met alternatieve economische doelstellingen. Zij verspilt arbeidskracht, zij tracht geen wegwerp-produkten te vervaardigen, zij streeft naar verlies. Bovendien doet zij dit alles in beperkte omvang. Hij die geen vreemdeling is in het Jeruzalem van het Boek, zal begrijpen dat dit systeem wijst in de richting van het drukken van min of meer poëtische teksten in kleine oplagen.”

De meester-drukker met stropdas maar wel gehuld in werkschort achter de
gietijzeren trapdegelpers uit circa 1870 (?) (part. collectie).
De Brandon Pers bracht ook werk uit van landelijk bekende schrijvers, zoals Tymen Trolsky
(Kwatrijnen, 1979; nr. 24) en Cornelis Verhoeven (De omweg van het woord. Drie
overwegingen, 1980; nr. 25). Het waren echter vooral onbekende dichters, debutanten, die onderdak bij het fonds vonden. In 1988 zei Frans van der Ven hierover:
"Ik wil niet zeggen dat het grote dichters zijn geworden. Maar er speelden ook andere waarden een rol. Want ik weet hoe moeilijk het is hier in het zuiden aan een uitgever te komen. Dat ook die debutanten hun werk gedrukt zagen was voor mij zeer waardevol."
Iemand met wie hij op bijzondere voet stond, was de reeds genoemde Carel Swinkels. In Den Bosch en later ook in Etten-Leur organiseerde hij een maandelijks literair café. En verder zorgde hij niet alleen voor de verspreiding en de administratie van de Brandon Pers (in 1976 overgenomen door het Provinciaal Genootschap), ook toonde Swinkels zich een groot propagandist voor de uitgaven. Met name in Brabantia, de opvolger van Brabantia Nostra, publiceerde Carel Swinkels zijn loftuitingen. Zo prees hij de bundel
Mijn tragische ziekte en dood (1977) van Jace van de Ven met de woorden:
"Gerrit Komrij kan wel inpakken". Men kan overdrijven…
Carel Swinkels zelf publiceerde bij de Brandon Pers drie bundels proza (Wat is dat alles stil,
doodstil, 1975; nr. 10, De prins der posterijen, 1976, nr. 15, en De blauwe
tijger, 1983, nr.30) en een dichtbundel (De goden slapen/Terug in het gras/Een middelgrote
steen, 1978; nr. 21).

‘Antieke portretten’ is de negende bibliofiele uitgave van de
Brandon Pers uit 1975 (oplage 75) (part. collectie).
Verder drukte de Brandon Pers enkele mooie vertalingen, bijvoorbeeld uit het Frans van Charles d’Orléans, vertaald door Frank Valkenier
(Rondelen, 1977; nr. 16), en uit het Italiaans van Cecco Angiolieri, vertaald door Frans van Dooren
(Sonnetten uit het Duocento, 1986; nr. 36).
Behalve van Carel Swinkels kreeg Frans van der Ven later ook daadwerkelijke steun van Paul van den Heuvel, van wie twee dichtbundels bij de Brandon Pers uitkwamen
(De tijd heeft geen oevers, 1980; nr. 27, en Eigentijdse fossielen, 1983; nr. 32). Medio jaren tachtig was Paul van den Heuvel de oude meester gaan assisteren bij zijn inspannende trapwerk aan de degel.
Herdrukken en andere uitgaven
In de jaren zeventig verscheen er via het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, ‘s-Hertogenbosch, een serie van zes offset-herdrukken met een oplage van telkens 500 stuks. Drie stuks in 1976 en twee jaar later nog eens drie bundels. Dat had mede te maken met het abonnementenstelsel dat de Brandon Pers hanteerde: ongeveer de hele oplage van circa 120 stuks ging naar abonnees en was zodoende bij verschijning in feite al meteen uitverkocht.
Bij Boekhandel Gianotten b.v., Tilburg, verscheen in 1980 ook een drietal offset-herdrukken.
De Brandon Pers zelve liet ook een drietal herdrukken verschijnen, onder de imprint Brandon Herdruk en zonder jaartal, waarschijnlijk in 1979. (Voor de titels zie bijlage 4.)
In 1984 zag een heel aparte uitgave het licht: de bundel Kroniek van verlangen van Jace van de Ven. Deze werd wel gezet door Frans van der Ven, maar na enkele (nu zeer zeldzame) exemplaren liet hij het drukken ervan verder over aan Boekhandel Gianotten b.v., die het uitbesteedde aan Drukkerij H. Gianotten b.v., Tilburg. Reden: er stond een gedicht in waarin zelfbevrediging voorkwam. Onbetamelijk zijns inziens.
Ook zijn er boekjes van de Brandon Pers gerold zonder het imprint ervan, bijvoorbeeld
Handen van Cornelis Verhoeven dat de schrijver in zestig exemplaren huldigde bij zijn zestigste verjaardag. Ieder exemplaar kreeg een origineel omslag, te weten een aquarel van Nelleke de Laat. Een antiquariaat in Hilversum bemachtigde eens een exemplaar en vroeg er prompt vierhonderd gulden voor. Voor vrienden en kennissen bleef Frans van der Ven op de trapdegel ook geboortekaartjes, aankondigingen voor tentoonstellingen, menu's en andersoortig drukwerk vervaardigen.
Een niet gewenste prijs
In 1980 werd Frans van der Ven de Provinciale Brabantse Cultuurprijs op het gebied van de letteren toegekend, maar hij weigerde die in ontvangst te nemen. Dit vanwege een interview in de kranten van de Brabant Pers met dichter/vertaler Peter Nijmeijer, die eveneens een prijs kreeg. In dit interview vertelde de in Amsterdam geboren Nijmeijer aan Frans Thomése dat hij verbaasd was dat hij die prijs zou krijgen. Hij was geen Brabantse dichter en voelde zich ook niet aan een bepaalde streek gebonden. Wat Frans van der Ven echter stak was diens uitspraak dat de typisch Brabantse dichter niks voorstelde. Met name Carel Swinkels moest het ontgelden. Citaat:
“Swinkels komt in Holland niet aan de bak en daarom richt hij hier een hobby-club op. Maar het is allemaal slechte poëzie, die van Carel Swinkels zelf voorop.” Dat kon Frans van der Ven niet over zijn kant laten gaan.
Blijft de vraag waarom Peter Nijmeijer toentertijd die prijs toegekend kreeg. Omdat hij in Berlicum woonde?
De verdere geschiedenis van de Brandon Pers
Na vanaf augustus 1976 enkele jaren administratief en logistiek gesteund te zijn door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, ‘s-Hertogenbosch, stak de Brandon Pers zich in het juridische kleed van een stichting. Het leek Frans van der Ven gewenst de Brandon Pers verder door het leven te laten gaan als zelfstandig persoon in de vorm zoals die bij non-profitinstellingen gebruikelijk was.
Deze eerste tijd in de vorm van een stichting eindigde eind jaren tachtig. Frans van der Ven moest zich om gezondheidsredenen terugtrekken. Geheel in stijl stuurde hij een op de trapdegel vervaardigde aankondiging naar zijn abonnees:
Vrienden van de Brandon Pers,
Dit kleine boekje - dat niet in de handel komt - is bedoeld om U te laten delen in de feestelijke stemming waarin wij verkeren om drie redenen:
1. De Brandon Pers, geboren in 1971, is thans meerderjarig geworden.
2. In deze levenstijd heeft zij 40 uitgaafjes geproduceerd, waarvan er 28 in de handel zijn gebracht, tot aan het antiquariaat toe.
3. Ondergetekende, tot nu toe eerste bedienaar van de persen, heeft wegens overjarige leeftijd van het bestuur verlof gekregen deze positie over te dragen aan Eloy Naaijkens, grafisch ontwerper te Tilburg.
Wij hopen weldra meer van ons te laten horen.
Dr. Frans van der Ven.
Tilburg, november 1989.

Bij de presentatie van Brandon Pers 43 op 27 augustus 1993 poseren in het
provinciehuis te ´s-Hertogenbosch v.l.n.r. Cees van Raak (secretaris van de Stichting
Brandon Pers), Jan Naaijkens (momenteel erevoorzitter), Frans van der Ven (stichter,
ontwerper, vormgever, drukker) en Looi Naaijkens (vormgever, drukker) (part. collectie).
Dat kleine boekje betrof Laatste kwartier (1989; nr. 30) van Frank Valkenier. Er kwam een nieuw stichtingsbestuur tot stand, met Jan Naaijkens als voorzitter en Jace van de Ven als secretaris. Eloy (Looi) Naaijkens werd tevens penningmeester. (In 1992 trad auteur dezes aan als secretaris; in 2000 gaf Jan Naaijkens de voorzittershamer over aan Jace van de Ven.)
De eerste uitgave van Looi Naaijkens betrof een bundel van de nationaal bekende auteur (zijn werk werd uitgegeven door Querido) Geert van Beek:
Van je familie moet je ‘t hebben (1990; nr. 40). Sindsdien liep de verschijningsfrequentie van de Brandon-uitgaven wat terug. Maar het vuurtje bleef wel degelijk branden, onder meer dank zij de opmerkelijke, losbladige map
Vijftien Brabantse dichters van deze eeuw, de meesterproef van Looi Naaijkens als vormgever/drukker. Deze tweeënveertigste uitgave was tevens de eerste “daad” van de nieuwe secretaris. De vijftien gedichten waren naar geboortejaar van de makers opgenomen: Anton van Duinkerken (1903), Frank Valkenier (1907), Luc van Hoek (1910), Bert Voeten (1918), Frans Babylon (1924), Harriët Laurey (1924), Lou Vleugelhof (1925), Pierre Bogaers (1926), Frans Hoppenbrouwers (1940), Hans Vlek (1947), Jasper Mikkers (1948), Jace van de Ven (1949), Cees Verraak (1954), Maarten van den Elzen (1954) en K. Michel (1958). Op 27 augustus 1993 kreeg de bundel een luisterrijke presentatie in het Provinciehuis van ‘s-Hertogenbosch.
Bij het zwoegen aan de zevenenveertigste uitgave, de bundel Van huis (1998) van Herman Coenen, raakte de aloude trapdegelpers definitief geblesseerd. Vanaf dat moment geniet zij van haar welverdiende pensioen in het appartement van de secretaris.
De uitgaven nummers 48 en 49 van de Brandon Pers werden op verschillende persen gedrukt. Na de hoogdruk deden (noodgedwongen) de zeefdruk
(Bezuiden de Noordstraat, 1999, nr. 48, van de hand van Jace van de Ven) en zelfs de offsetdruk hun intrede
(Oude en nieuwe liekes, 2001; nr. 49). Deze laatstgenoemde bundel was van Jan Naaijkens èn de eerste bundel onder voorzitterschap van Jace van de Ven.
De zojuist verschenen vijftigste uitgave is een feestbundel, met een selectie gedichten uit een aantal eerdere bundels, plus drie nieuwe gedichten van Brandon Pers-auteurs. Verder behelst de bundel twee gedichten uit de klassieke wereldliteratuur – van Charles d’Orléans en Michelangelo – respectievelijk vertaald door Frank Valkenier en Frans van Dooren. De bundel wordt voorafgegaan door een proloog van de huidige redactie - Looi Naaijkens, Cees van Raak, Ton Smulders, Jace van de Ven en Charles Vergeer - en afgesloten met een geïllustreeerd informatief overzicht met bibliografische bijzonderheden van alle Brandon Pers-edities.
Literatuur
- Heijden, dr. M.C.A. van der: `Brabant krijgt literair een eigen stem', in: prof.dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt (red.):
Geschiedenis van Noord-Brabant, deel II, p.402, 404, 411 (Boom, Amsterdam, 1996).
- Naaijkens, Looi; Raak, Cees van; Smulders, Ton; Ven, Jace van de; Vergeer, Charles: 'Proloog', in:
Sporen van een vlieg (Brandon Pers, Tilburg, 2001).
- N.N.: 'Brandon Pers gaat op dezelfde voet verder', Het Nieuwsblad, 16.03.1988.
- Jonkers, Han: 'Brabantse drukken: terugvallen op eigen stekje', Het Nieuwsblad van het
Zuiden, 8.12.1977.
- Odijk, Ad J.: 'Het strovuurtje van Frank Valkenier, een Brabantse
doe-het-zelfdrukker', de Volkskrant, 28.8.1976.
- Oudheusden, J.G.L. van: Brabantia Nostra, een gewestelijke beweging voor fierheid en ‘schoner leven', 1935-1951. Reeks bijdragen tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland, LXXXIV. (Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Tilburg, 1990), met name: hoofdstuk III: § 5 en hoofdstuk IV: § 8.
- Oudheusen, dr. J.L.G. van: ‘‘Edele Brabant, were di!’: op zoek naar een gewestelijke identiteit’, in: prof.dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt (red.):
Geschiedenis van Noord-Brabant 1890-1945, deel II, p. 410-411 (Boom, Amsterdam, 1996).
- Raak, Cees van: Cultureel Lexicon Tilburg 1945-2000 (Videya, Tilburg, 2001).
- Ramele, Ferry van: Onder de grote stromen. Een halve eeuw privé-persen in de provincie Noord-Brabant (Etten-Leur, 1996).
- Sanders, J.G.M.: Inventaris van het archief van de stichting Brabantia Nostra 1935-1974 , in: Inventarisreeks nr. 30, Rijksarchief in Noord-Brabant, ‘s-Hertogenbosch, 1982.
- Swinkels, Carel: ‘Vijf jaar Brandon Pers’, Brabantia, jrg.24, nr.5, september 1975.
- Tacken, Tom: ‘Het kenmerk van de ware bibliofiel?’, Brabantia, maart 1994.
- Thomése, Frans: ‘Typisch Brabantse dichter stelt niets voor’, Het Nieuwsblad van het
Zuiden, 15.11.1980.
- Toorians, Lauran: ‘Kleine persen in Tilburg’, in: Tilburg Literair II, special Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg.12, nr.1, maart 1994.
- Toorians, Lauran: ‘In memoriam Frans van der Ven’, Brabant Cultureel, januari 2000.
- Ven, Jace van de: ‘Frank Valkenier “opgeknapt” met cultuurprijs’, Het Nieuwsblad van het
Zuiden, 15.11.1980.
- Ven, Jace van de: ‘Eerst het werk dan de kunst’, Het Nieuwsblad, 5.09.1987.
Bijlage 1
Bibliografie van Frank Valkenier
(bij de Brandon Pers-uitgaven worden tevens de oplagen vermeld)
1. Blazoen (dichtbundel; Henri Bergmans, Tilburg, 1938, 63 pag.)
2. Balladen van Brabant (dichtbundel; Vox Romana, Schiebroek, Egelantier-reeks nr.7, voorjaar 1938, 61 pag.)
3. Taferelen van de Menswording Onzes Heren (gedichtencyclus; Triborgh, Tilburg, 1938, 43 pag.)
4. De Tuimelaar van Onze Lieve Vrouw (bewerking oud-Frans gedicht; clandestiene particuliere uitgave, 1944, 32 pag.)
5. Laus Brabanciae (dichtbundel; W. Bergmans, Tilburg, 1946, 38 pag.)
6. Pierre de Nesson's Leenhulde aan de Maagd (prozabewerking oud-Frans gedicht; Paul Brand, Bussum, reeks De Guirlande nr.2, 1946, 31 pag.)
7. Balladeske liederen (dichtbundel; Paul Brand, Bussum, reeks De Guirlande nr.7, juli 1947, 47 pag., waarin opgenomen ‘De Tuimelaar van Onze Lieve Vrouw’)
8. Getijden van het hart (dichtbundel; Het Spectrum, Utrecht/Brussel, 1947, 59 pag.)
9. Kerstmisdieren (gedichtencyclus; M.S.C., Tilburg, 1968, 21 pag.)
10. Kruimels van de tafel (dichtbundel; Brandon Pers, Goirle, 1971, 16 pag., oplage 60)
11. Blauwe vertelsels (dichtbundel; Brandon Pers, Goirle, 1973, 24 pag., oplage 52)
12. Met hartelijke groeten (dichtbundel; Brandon Pers, Goirle, 1973, 20 pag., oplage 72)
13. Vijf sonnetten van Pierre de Ronsard en Joachim du Bellay (vertaling; Brandon Pers, Goirle, 1974, 5 bladen in map, oplage 100)
14. De kerststal uit mijn jeugd (gedichtencyclus; Brandon Pers, Goirle, 1974, 8 pag., oplage 150)
15. Antieke portretten (dichtbundel; Brandon Pers, Goirle, 1975, 16 pag., oplage 75)
16. Drie maal koper (gedichtencyclus; Brandon Pers, Goirle, 1976, 7 pag., oplage 110)
17. Niet langer dan een uur (selectie uit de gedichten van Frank Valkenier; Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, ‘s-Hertogenbosch, 1977)
18. Charles d'Orléans: Rondelen (met vertaling van Frank Valkenier; Brandon Pers, 1977, 60 pag., oplage 175). N.b. als offset-herdruk met imprint Brandon Herdruk, z.j. (wrsch. 1979)
19. Tussentijds. Fragmenten uit het niets (dichtbundel; Brandon Pers, 1977, 25 pag., oplage 150). N.b. als offset-herdruk bij Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, ‘s-Hertogenbosch, 1978
20. Zuidse sonnetten (dichtbundel; Brandon Pers, 1980, 16 pag., oplage 144)
21. Fragmenten uit het niets (selectie uit vijf eerder bij de Brandon Pers verschenen dichtbundels; Peter van der Velden, Amsterdam, 1981, 79 pag., oplage onbekend)
22. Rondelen (dichtbundel; Brandon Pers, 1982, 36 pag., oplage 148)
23. Joachim du Bellay: Veertien sonnetten (vertaling; Brandon Pers, 1984, 22 pag., oplage 150)
24. (zonder titel) (dichtbundel; Brandon Pers, 1985, 17 pag., oplage 145)
25. Laatste kwartier (dichtbundel; Brandon Pers, 1989, 8 pag., oplage onbekend)
Bijlage 2
"Aan Mussert, exploitant
van Volk en Vaderland
Als ik u haten mocht, voorwaar ik zou u haten
gelijk ik staatzucht haat en valse politiek.
Gelukkig zijt ge, zoals Turk of Jood of Griek,
mijn allernaaste niet, zodat ik u met màte
beminnen mag: dezelfde maat waarin de Staten
van Holland in mijn land waren bemind eenmaal,
toen zij geen vaste bruggen hoefden om de baten
van 't uitgemergeld land den Spanjaard niet te laten,
nog minder 't eigen volk: het was niet nationaal.
Maar luister, gij, die ons uw valse les wilt spellen:
dit Brabant, hart van Dietsland, is zijn eigen land,
en dus niet van úw volk en úw vaderland.
Ik zeg u: nooit of nimmer zal dit land zich stellen
onder volksvreemde tyrannie, al moogt gij zwellen
totdat gij barst van nijd of van die andre kwaal
die hoogmoed heet. Dit kunnen wij u tegenstellen:
het hoge lied der torens die aan ons vertellen
de grootheid van toen Brabant was diets-nationaal,
Maar gij weet niets daarvan, hoe zoudt ge het ook weten
wijl gij van de geschiedenis slechts hebt geleerd
het zeven-zeventiend' en dit dan nog verkeerd
daar 't katholieke deel met opzet was vergeten.
Of wij van d'enen of den and'ren hond gebeten
van geus of libertijn gekweld zijn, da's egaal;
maar weet dan, gij, die van partijzucht zijt bezeten
en zwelgen moet in r.k. staatspartijse veten:
Brabant is geen partijprooi, 't weet zich nationaal.
Wellicht hebt gij gehoord: wij hebben zèlf symbolen,
het driehoeksmerk der staat- waterzuchtge kliek
van over den Moerdijk dunkt ons te maçonniek.
Wij hebben al begrepen dat gij gingt ter schole
bij hen die hebben Brabant het symbool ontstolen
van hogere gemeenschap in een volkser taal;
maar zo'n symbool lapt gij aan uw verlichte zolen
en 't néér te laten vóór het staat hebt gij bevolen,
wellicht benaamt uw dom jargon dít nationaal?
Als ik u haten mocht, voorwaar ik zou u haten,
omdat gij Brabant trapt, omdat gij papen haat.
Wie uit te spelen 't Volk tegen de Kerk verstaat
vindt Brabant tégen zich, daarop kunt g'u verlaten;
d'historieles valt niet meer uit ons hoofd te praten,
we kennen 't oude lied van buiten, altemaal.
Wij haten niet, maar gij zijt immer te verwaten
te leren aan een beeltenis langs onze straten:
Brabant is katholiek en brabants-nationaal."

‘Cétamon’, vertaald door Lauran Toorians is uitgave 45 van de Brandon Pers (1997,
oplage 200) (part. collectie).
Bijlage 3
Lijst van uitgaven van de Brandon Pers
1. Frank Valkenier, Kruimels van de tafel (1971; oplage 60)
2. Frank Valkenier, Blauwe vertelsels (1973, oplage 52)
3. Frank Valkenier, Met hartelijke groeten (1973, oplage 72)
4. L.C. Michels, Vertere seria ludo (1973, oplage 120). Herdrukt:
‘s'-Hertogenbosch (1976)
5. Frank Valkenier, De kerststal uit mijn jeugd (1974, oplage 150)
6. Joachim du Bellay en Pierre de Ronsard, Vijf sonnetten, vertaald door Frank Valkenier (1974,
oplage 100)
7. E. Malavas, Pastourelle (met een epiloog van A. van Gool) (1974, oplage 100)
8. Jan Leyten, Het malle luchtkasteel (1974, oplage 100)
9. Frank Valkenier, Antieke portretten (1975, oplage 75)
10. Carel Swinkels, Wat is dat alles stil, doodstil (1975, oplage 150). Herdrukt:
‘s-Hertogenbosch (1976)
11. Govaert van Haarlem, Sic et nondum (1975, oplage 124)
12. Jeroen van Wilgen, Tot onder de bemoste huid (1976, oplage 129). Herdrukt:
‘s-Hertogenbosch (1976)
13. Frank Valkenier, Drie maal koper (1976, oplage 110)
14. Lidewij Willems, Een vogel voor mijn raam (1976, oplage 157)
15. Carel Swinkels, De prins der posterijen (1976, oplage 148)
16. Charles d’Orléans, Rondelen, vertaald door Frank Valkenier (1977, oplage 175)
17. Frank Valkenier, Tussentijds. Fragmenten uit het niets (1977, oplage 150). Herdrukt:
’s-Hertogenbosch (1978)
18. Jace van de Ven, Mijn tragische ziekte en dood (1977, oplage 124). Herdrukt: ‘s-
Hertogenbosch (1978)
19. Thomas Anckerstee, Het binnenste buiten (1977, oplage 160)
20. Louis Schröder, Verzen van de middegaal (1978, oplage 145)
21. Leo Boekraad, Boer en polder (1978, oplage142). Herdrukt: Tilburg (1980)
22. Carel Swinkels, De goden slapen. Terug in het gras. Een middelgrote steen (1978,
oplage 125). Herdrukt: ‘s-Hertogenbosch (1978)
23. Tymen Trolsky, Kwatrijnen (1979, oplage 130). Herdrukt: Tilburg (1980)
24. Jan van Sleeuwen, Made in Brabant, een spreekbeurt (1979, oplage onbekend)
25. Cornelis Verhoeven, De omweg van het woord, drie overwegingen (1980, oplage 194)
Herdrukt: Tilburg (1980)
26. Frank Valkenier, Zuidse sonnetten (1980, oplage 144)
27. Paul van den Heuvel, De tijd heeft geen oevers (1980, oplage 176)
28. Fred La Haye, Gras (1981, oplage 110)
29. Frank Valkenier, Rondelen (1982, oplage 148)
30. Carel Swinkels, De blauwe tijger (1983, oplage 165)
31. Louis Schröder, Het zenegroen (1983, oplage 125)
32. Paul van den Heuvel, Eigentijdse fossielen (1983, oplage 175)
33. Cornelis Verhoeven, Muggen en olifanten (1983, oplage 205)
34. Joachim Du Bellay, Veertien sonnetten, vertaald door Frank Valkenier
[1984] (oplage 150)
35. Frank Valkenier, [Gedichten] (1985, oplage 145)
36. Cecco Angiolieri, Sonnetten uit het duecento, vertaald door Frans van Dooren
(1986, oplage
144)
37. Fred La Haye, Ierse gedichten (1987, oplage 150)
38. Frank Valkenier, Laatste kwartier (1989, oplage onbekend)
39. Jace van de Ven, Een dagje aan/op/in het water [1990] (oplage 215)
40. Geert van Beek, Van je familie moet je 't hebben (1990, oplage 160)
41. Jan Naaijkens, De man die niet sterven kon (1991, oplage 180)
42. Willem van de Vrande, Zonder paraplu (1992, oplage 180)
43. Vijftien Brabantse dichters van deze eeuw (1993, oplage 200)
44. Cees Verraak, Cleopatra jaren zestig (gedicht in plano) (1994, oplage 150)
45. Anonymus / vertaling Lauran Toorians, Cétamon (1997, oplage 200)
46. Cornelis Verhoeven, Levensloop (tekst in plano, verschenen bij de uitreiking van het eredoctoraat aan Cornelis Verhoeven te Brussel op 6 februari 1998) (1998, oplage 200)
47. Herman Coenen, Van huis (1998, oplage 225)
48. Jace van de Ven, Bezuiden de Noordstraat (1999, oplage 200)
49. Jan Naaijkens, Oude en nieuwe liekes (2001, oplage 400 / 100 bis / 48
h.t.)
50. redactie Brandon Pers, Sporen van een vlieg (2001, oplage 200)
51. Anna Anuka, De trommelaars (2001, oplage 150)
Bijlage 4
Offset-herdrukken
1. L.C. Michels, Vertere seria ludo (Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen [PGKW], ‘s-Hertogenbosch, 1976)
2. Carel Swinkels, Wat is dat alles stil, doodstil (proza; PGKW, ‘s-Hertogenbosch, 1976)
3. Jeroen van Wilgen, Tot onder de bemoste huid (PGKW, ‘s-Hertogenbosch, 1976)
4. Jace van de Ven, Mijn tragische ziekte en dood (PGKW, ‘s-Hertogenbosch, 1978)
5. Frank Valkenier, Tussentijds. Fragmenten uit het niets (PGKW, ‘s-Hertogenbosch, 1978)
6. Carel Swinkels, De goden slapen/Terug in het gras/Een middelgrote steen (PGKW, ‘s-Hertogenbosch, 1978)
*
7. Jan van Sleeuwen, Made in Brabant. Een spreekbeurt (proza; Brandon herdruk, z.d.)
8. Charles d’Orléans, Rondelen (vertaling F.Valkenier) (Brandon herdruk, z.d.)
9. Thomas Anckerstee, Het binnenste buiten (Brandon herdruk, z.d.)
*
10. Leo Boekraad, Boer & polder (Brandon herdruk, Boekhandel Gianotten, Tilburg, 1980)
11. Cornelis Verhoeven, De omweg van het woord. Drie overwegingen (proza; Brandon herdruk, Boekhandel Gianotten, Tilburg, 1980)
12. Tymen Trolsky, Kwatrijnen (Brandon herdruk, Boekhandel Gianotten, Tilburg, 1980)
*
13. Jace van de Ven, Kroniek van verlangen (gezet en enkele exemplaren gedrukt door Frans van der Ven, in offset verder gedrukt door Boekhandel Gianotten, Tilburg, 1984)
* Cees van Raak (Tilburg, 1954) publiceerde dichtbundels, bloemlezingen, 'Verstilde stad. De oude begraafplaatsen van Tilburg' (‘Tilburg’, 1991), twee boeken over funeraire geschiedenis (1995), 'De poëzie lacht op straat. Gebeitelde gedichten in Tilburg' (1999) en 'Cultureel Lexicon Tilburg 1945-2000' ( 2001). Hij is secretaris van Stichting Brandon Pers, van Stichting Volzin en hij is redacteur poëzie van de website Cultureel Brabant.
Zie verder ook: Ronald Peeters, 'De Paap van Gramschap' (1992), artikel van Lauran Toorians, 'Kleine persen' (1994) en de website van CUBRA (tentoonstelling en Valkenier)







