| 323. De Tilburgse Dans- en Muziekschool nu en in de toekomst* | |||
|
Titel: |
De Tilburgse Dans- en Muziekschool nu en in de toekomst |
|
Ondertitel: |
De kunst als uitgangspunt |
|
Auteur: |
Bert van Herreveld** |
|
Jaargang: |
XII (1994) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
56-59 |
De Tilburgse Dans- en Muziekschool (TDMS) is een instituut voor kunstzinnige vorming. Zij biedt aan de inwoners van de stad Tilburg de mogelijkheid zich te bekwamen in de kunstuitingen muziek en dans in velerlei vormen en op verschillende niveaus.
Uitgangspunt bij de invulling van deze taak is de kunst (muziek en dans) zelf. De doelstellingen en inhouden van de kunstzinnige vorming worden ontleend aan de kunst. Het lijkt een logische constatering. Echter in het verleden, bijvoorbeeld in de zeventiger jaren, was dit geen vanzelfsprekendheid. Kunstzinnige vorming werd toen vaak gezien als een middel om de persoonlijkheid te vormen (cultureel en sociaal) opdat men zich (nog meer) weerbaar in de maatschappij kon handhaven. Kunstzinnige vorming was dus geen doel op zich.
In die context ontstond al snel een sfeer van vrijblijvendheid ('als het maar leuk is'). Immers het ging niet zozeer om de inhoud zelf alswel om het persoonlijke proces dat men bij het omgaan met de kunstzinnige middelen doormaakte.
De TDMS heeft in haar visie op kunstzinnige vorming de kunst nooit als middel gezien. In de jaren tachtig heeft de toenmalige directeur van de TDMS (toen nog Tilburgse Muziekschool genoemd) Gerard Telkamp, het uitgangspunt van de school nog eens expliciet geformuleerd in een nota met als titel
Structuur van de muziekschool, waarin duidelijk wordt aangegeven dat de inhoud van de kunstzinnige vorming bepaald wordt door de aard van de kunstuitingen zelf.'Muziek' en 'dans' geven zelf de inhoud en leerdoelen aan waar het in de kunstzinnige vorming om gaat.
Gelukkig kan geconstateerd worden dat gedurende de afgelopen jaren landelijk de visie op kunstzinnige vorming zich heeft gewijzigd in 'Tilburgse zin'.
De kunst als inspiratiebron: daar vindt de kunstzinnige vorming haar wortels!
Drie doelen
De veranderde denkwijze over het doel van de kunstzinnige vorming is terug te vinden in de uitdrukking 'kunsteducatie', een term die tegenwoordig vaak de plaats inneemt van het begrip kunstzinnige vorming.
Het gaat wat betreft het kunst-vaardig en kunst-zinnig maken van mensen om deze drie-eenheid: fysiek kunnen, niet-rationeel ervaren van expressie en verstandelijk begrip, oftewel
* de ontwikkeling van de technische vaardigheden;
* de emotionele, artistieke beleving en ervaring van vorm, klank, beweging en inhoud;
* de theoretische en artistieke begripsvorming, de verstandelijke ontdekking van waar je mee bezig bent.

Accordeondocente Annemarie Simonse met leerling
(TDMS).
Dit betekent niet dat in het leerproces de doelstellingen altijd 'vaag' en 'veraf', dat wil zeggen buiten de mogelijkheden van de leerling op dat moment, moeten liggen. Voor de docenten betekent het wel dat zij pedagogisch/didactische kwaliteiten moeten bezitten dat zij die 'veraf-doelstellingen` weten te vertalen naar de concrete, dagelijkse lessituatie, maar waarbij wel altijd de begrippen als authenticiteit, integriteit en kwaliteit in relatie tot de 'kunst' als uitgangspunt blijven dienen.
Relatie amateur- en professionele kunst
Bij al de actitiviteiten die de Tilburgse Dans- en Muziekschool ontplooit, gaat zij in de hiervoor geschetste zin uit van de 'kunst'. De consequentie daarvan is dat binnen de TDMS een duidelijke relatie met de professionele kunst wordt nagestreefd. Immers als deze zou ontbreken dan zou de voedingsbodem wegvallen. Hoe krijgt deze relatie vorm?
In de eerste plaats natuurlijk door het werken met professionele musici en danspedagogen als docenten. Vanuit hun muzikant-, danser- èn pedagoog-zijn vertalen zij de leerdoelen naar het niveau van de leerlingen.
De TDMS streeft ernaar in de alledaagse lespraktijk bij het aanleren van de vaardigheden ook de aspecten van de artistieke ervaring en theoretische begripsvorming in samenhang te ontwikkelen. Een vorm daarvoor is het samenspel op alle niveaus, in allerlei bezettingen, stijlen en genres.
De TDMS biedt een divers en uitgebreid activiteitenpakket aan met lang- en kortlopende cursussen. Op deze wijze geeft de TDMS invulling aan het beleid dat er op gericht is een centrum voor muziek- en dans te zijn in Tilburg waar de inwoners van Tilburg zich op verschillende manieren op het gebied van de muziek en dans kunnen bekwamen. Het kwaliteitsaspect en de betrokkenheid op de 'kunst' wordt bij dit alles niet uit het oog verloren.
Onderdeel van dat activiteitenpakket vormen ook de workshops door (landelijk/internationaal bekende) gastdocenten die vanuit hun professioneel bezig zijn als referentiekader dienen voor de cursisten en docenten.

Lauran van der Sanden met klarinet-leerling tijdens een repetitie
voor de Tilburgse Revue (TDMS).
Een andere relatie tussen amateurisme en professionalisme is de volgende. Muziek is een kunstvorm waarin amateurisme en professionalisme werkelijk naadloos op elkaar kunnen aansluiten. Het samengaan van beroepsmusici en gevorderde amateurs levert zonder problemen uitstekende artistieke resultaten op. Ook binnen de TDMS komen dergelijke mengvormen regelmatig voor.
Meer dan eens treden ensembles van de TDMS naar buiten op, bestaande uit leerlingen en docenten. Dat een dergelijke wijze van samenspel voor de leerlingen erg waardevol is, hoeft geen betoog. Zij worden daardoor tot artistieke prestaties gebracht die anders niet haalbaar zouden zijn.
Op dezelfde wijze is het binnen een instituut als de TDMS evenzeer belangrijk dat niet zover gevorderde leerlingen zich kunnen optrekken aan gevorderde leerlingen.
Over nog een andere wijze van samengaan van amateurkunst en professionele kunst volgt op het einde van dit artikel nog een opmerking.
Een eigen muziekzaal
De Tilburgse Dans- en Muziekschool streeft - dat moge duidelijk zijn - naar kwaliteit. Is hierboven met name gesproken over inhoudelijke kwaliteit, ook in de voorzieningensfeer moeten de voorwaarden optimaal zijn om die inhoudelijke kwaliteit überhaupt goed te kunnen realiseren. In de eerste plaats moet het gebouw waar de activiteiten plaatsvinden een sfeer uitstralen die niet alleen past bij, maar ook inspirerend werkt op hetgeen in dat gebouw gebeurt. Ook moeten er goed ingerichte leslokalen zijn, voorzien van een goed instrumentarium. Maar er is meer nodig.
Muziek (en ook de dans) is een communicatiemiddel. Wie muziek maakt of danst, wil gehoord en gezien worden. Dat gaat niet vanzelf. Leerlingen moeten leren de muziek (en dans) als communicatiemiddel naar anderen te gebruiken, individueel en in ensembleverband. 'Presentatie' maakt daarom dan ook een wezenlijk onderdeel uit van het leerproces.

Rob Hoeijmans, Bas van Gils en Arnoud van Roermund in juli 1993
(TDMS).
Ten behoeve van de presentatie, maar in niet mindere mate ook om de artistieke ervaring van de leerlingen optimaal tot ontplooiing te kunnen laten komen, is het noodzakelijk dat een gebouw als de TDMS beschikt over een goed klinkende presentatieruimte (muziekzaal). In een dergelijke zaal kunnen individuele leerlingen en de ensembles van de school (en dat zijn er tientallen) als onderdeel van het onderwijsproces leren reageren op de ruimtelijke werking van muziek.
Het op de juiste wijze kunnen ervaren van hoe de muziek werkelijk moet klinken, kan zeker in het geval van ensemblespel in groter verband niet binnen de afmetingen van een leskamer plaatsvinden. Samenspel vraagt letterlijk om voldoende ruimte in de hoogte, breedte en lengte. Deze ruimte is helaas binnen de TDMS (nog) niet aanwezig.
Omdat de presentatie en de artistieke ervaring een onderdeel van het onderwijsproces uitmaken, is het inderdaad ook noodzakelijk dat die ruimte zich daadwerkelijk binnen de muren van de school bevindt. Een dislocatie is voor de TDMS geen oplossing. Voor de TDMS een reden op deze plaats er nogmaals voor te pleiten dat bij de TDMS een middelgrote muziekzaal wordt gerealiseerd die het mogelijk maakt dat de onderwijsdoelstellingen die zij nastreeft daadwerkelijk geconcretiseerd kunnen worden.
Ook voor de amateurkunst
Daarbij komt dat een dergelijke zaal niet alleen voor de TDMS belangrijk is, maar - en wij hebben dat al eerder nadrukkelijk gesteld - zeker ook voor de gehele sector amateurmuziek in Tilburg. De amateurkunst in Tilburg ontbreekt het op dit moment namelijk ten enenmale aan een akoestisch goede, representatieve muziekzaal die qua grootte ook aansluit bij de behoefte die er bestaat (ca. 300 zitplaatsen).
De TDMS als brandpunt
Eerder in deze bijdrage is gesproken over de noodzaak van de relatie tussen amateurkunst en professionele kunst. Daarover nog het volgende. In Tilburg is sprake van een zeer veelzijdig en daardoor boeiend circuit van kamermuziek die in verschillende, lang niet altijd optimaal klinkende ruimten ten gehore wordt gebracht. Wat zou het mooi zijn als in één locatie de kunstzinnige vorming, amateurkunst en de kleinschalige professionele muziek bij elkaar zouden kunnen worden gebracht. De bevruchtende, stimulerende en confronterende werking die in dat geval daar van uit zou kunnen gaan naar alle drie de sectoren is van een niet te onderschatten belang, niet alleen voor die sectoren zelf maar zeker ook voor Tilburg als 'cultuurstad'.
Door de combinatie van de kunstzinnige vorming, gekenmerkt door een zeer groot scala aan disciplines, met de genoemde sectoren zou de TDMS nog meer kunnen uitgroeien tot een brandpunt, een centrum voor muziek en dans in Tilburg.

Gitaardocent Frank Gerritsen met twee leerlingen (TDMS).
Tilburgs perspectief
Tilburg als stad zoekt naar formele structuren die het kunstenklimaat in de stad zo optimaal mogelijk kunnen maken.
Het valt te overwegen om in dat perspectief eens te bezien of het meer structureren van c.q. meer samenhang brengen tussen de verschillende muziekvelden: de kunstzinnige vorming (kunsteducatie), de amateurkunst (met de twee federaties), het kamermuziekcircuit (dat in 1994 ook in een federatief verband gaat samenwerken) en het noodzakelijke podium daarbij, gewenst is en, zo ja, hoe aan deze structuur het best vorm gegeven kan worden. De TDMS wil graag actief in het denkproces hierover participeren.
* Zie: voorwoord 'Tilburg
achter de muziek aan'
** Bert van Herreveld (Haaften, 1947), sedert 1989 directeur van de TDMS. Daarvoor van 1972-1977 muziekdocent, van 1977-1982 muziekconsulent in de Over-Betuwe en van 1982-1989 adjunct-directeur, later directeur van de Stedelijke Muziekschool te Groningen.




